← België

Arrest 150233 - - 17/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.233 Rolnummer: A. 70983/IX-1695 Zaak: Arrest 150233 - - 17/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-04 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-03 02:20 Fiche Arrest nr 150.233 van 17 oktober 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.é van 17 oktober 2005 in de zaak A. 70.983/IX-1695. In zake : Paul HAUCHECORNE, wonende te AARTSELAAR, Kapellestraat 85 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul HAUCHECORNE op 13 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur om hem te vertragen in zijn functionele loopbaan; Gelet op het arrest nr. 69.354 van 3 november 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 18 december 1997 door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-1695-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 20 april 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 1 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die loco advocaat P. DEVERS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Verzoeker is adjunct van de directeur bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur. IX-1695-2/8 1.2. Op 2 februari 1996 wordt met verzoeker een evaluatiegesprek gevoerd, waarvan de resultaten op 14 februari 1996 in een evaluatieverslag worden vastgelegd. Op 29 februari 1996 voegt verzoeker zijn opmerkingen aan het evaluatieverslag toe. 1.3. Op 30 mei 1996 doet het college van afdelingshoofden een voorstel om de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. 1.4. Op 11 juni 1996 wordt verzoeker gehoord door de directieraad. 1.5. Op 25 juni 1996 beslist de directieraad de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. Deze beslissing wordt bij aangetekende brief van 15 juli 1996 aan verzoeker ter kennis gebracht. 2. Over de grond van de zaak. 2.1. Overwegende dat verzoeker als eerste middel de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, aangezien de beslissing van de directieraad om zijn functionele loopbaan te vertragen niet afdoende gemotiveerd is; dat de motivering van die beslissing regelrecht in tegenspraak is met het evaluatieverslag en dat er geen rekening gehouden is met de positieve elementen van het evaluatieverslag; dat de directieraad noch het gunstige evaluatieverslag, noch het evaluatiedossier als basis genomen heeft om zijn beslissing te staven; 2.2. Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat een aantal elementen die verzoeker worden aangerekend, terug te vinden zijn in het beschrij- vend evaluatiedocument; dat, nu verzoeker bij zijn verhoor door de directieraad tegenover dit alles geen nieuwe feitelijke gegevens of substantieel verweer heeft IX-1695-3/8 aangebracht, de directieraad zich in redelijkheid kon aansluiten bij het door het college van afdelingshoofden verstrekte advies, ook wat de motieven betreft; 2.3. Overwegende dat verzoeker in zijn repliek herhaalt dat de bestreden beslissing niet voldoende gemotiveerd werd, aangezien de overwegingen die worden vermeld, niet overeenstemmen met de documenten die zich in het dossier bevinden; dat bovendien de elementen van verzoeker niet weerlegd werden door de verwerende partij en dat alleen de negatieve aspecten in de manier van werken en de tekortkomingen werden benadrukt om de beslissing tot vertraging te motiveren; 2.4. Overwegende dat de verwerende partij in een laatste memorie betoogt dat de motivering van het advies van het college van afdelingshoofden en van de beslissing van de directieraad voor het merendeel bestaat uit elementen nopens het functioneren van verzoeker die terug te vinden zijn in het beschrijvend evaluatievers- lag; dat dit met name geldt voor de omstandigheid dat verzoeker weinig werk aflevert (resultaatgebied 4), het moeilijk heeft directe en concrete voorstellen te formuleren (resultaatgebieden 3 en 9), hij niet in staat is zijn technische kennis operationeel aan te wenden (resultaatgebieden 2 en 7) en hij het moeilijk heeft om te volgen tijdens de vergaderingen en ongepast tussenkomt (resultaatgebied 8); dat een aantal afspraken zijn gemaakt met het oog op het beter functioneren van verzoeker in de toekomst; dat als zwakste functioneringscriterium de communicatie- vaardigheid is vermeld en dat als jaarafspraak is genoteerd om de communicatievaar- digheid te verbeteren; dat het college van afdelingshoofden uit deze informatie de gepaste conclusie van vertraging van verzoekers functionele loopbaan heeft getrokken; dat verzoeker in zijn verhoor door de directieraad geen substantieel verweer heeft aangebracht zodat de directieraad zich in redelijkheid kan aansluiten bij het advies van het college van afdelingshoofden; 2.4.1. Overwegende dat titel 5 van deel VIII (artikelen VIII 77 tot 85) van het Vlaams personeelsstatuut voorziet in een regeling waarbij aan de ambtenaren op basis van hun functioneringsevaluatie een schaalanciënniteit wordt toegekend IX-1695-4/8 hetzij met normale snelheid, hetzij versneld, hetzij vertraagd; dat artikel VIII 77, § 2, van voornoemd besluit, ten tijde van de bestreden beslissing, luidde als volgt : “De schaalanciënniteit wordt jaarlijks opgebouwd op basis van de functioneringsevaluatie: 1/ hetzij met normale snelheid, waarbij de in aanmerking komende diensten gelijk zijn aan de werkelijke diensten; 2/ hetzij versneld, waarbij de in aanmerking komende diensten gelijk zijn aan tweemaal de werkelijke diensten; 3/ hetzij vertraagd, waarbij de in aanmerking komende diensten

  1. a)gelijk zijn aan de helft van de werkelijke diensten;
  2. b)vervallen indien de functioneringsevaluatie met ‘onvoldoende’ besloten wordt.”; Dat de functioneringsevaluatie die na het evaluatiegesprek van 2 februari 1996 over verzoeker werd opgemaakt onder de hoofding “resultaatgebie- den” vermeldt : “Resultaatgebied 1 -Voert de controles objectief uit. -Hanteert voor iedereen dezelfde maatstaven. -Motiveert beslissingen. -Laat zich niet leiden door persoonlijke aspecten, opvattingen, overtuiging. -Is niet bevooroordeeld. -Heeft in 1995 een 60-tal cabines van wegverlichting gecontroleerd, een aantal tekorten werd onmiddellijk opgelost. Resultaatgebied 2 -Informeert de collega’s en controlepersoneel over de reglementering. -Impact op de onderhoudsdienst moet verhoogd om effectief de gesignaleerde fouten te herstellen en herhaling van fouten te vermijden. Resultaatgebied 3 -Verslagen worden opgemaakt, de structurering van de verslagen kan verbeterd worden. -Hoofdzaken moeten gescheiden worden van bijzaken. Resultaatgebied 4 -Weinig activiteit i.v.m. nazicht van energiefakturen. Resultaatgebied 5 -Jaarplanning met uit te voeren controles is op te maken. Resultaatgebied 6 -Was niet van toepassing tijdens deze evaluatieperiode. Resultaatgebied 7 -Vergadert en overlegt met collega’s. -Informeert collega’s en klanten goed, slaagt er minder goed in systematische fouten in de installaties te doen oplossen door collega’s. IX-1695-5/8 Resultaatgebied 8 -Schoolt zich zeer degelijk bij, is specialist in het AREI. -Was weinig actief tijdens de opleidingen van IKZ, de sporadische tussen- komsten waren ook niet altijd ter zake. Resultaatgebied 9 -Schrijft zijn verslagen zeer uitgebreid uit. -Verslagen moeten wel meer gestructureerd worden, zodat hoofd- van bijzaken worden onderscheiden”. Dat, wat de functioneringscriteria betreft, in het evaluatieverslag het volgende wordt vermeld : “Sterkste criterium Objectiviteit - Door zijn technische kennis van het AREI slaagt controletaken zeer grondig uit te voeren en er verslag van uit te brengen. Deze verslagen zijn uiteraard zeer objectief. Zwakste criterium Communicatievaardigheid - De boodschap die hij brengt is te weinig gericht naar de gebruiker toe.”; Overwegende dat, niettegenstaande de functioneringsevaluatie enkele negatieve elementen bevat, zij overwegend positief is; dat niets in deze evaluatie laat vermoeden dat verzoeker zo ondermaats presteert dat hij voor loopbaanvertraging in aanmerking komt; dat de beslissing om verzoekers loopbaan te vertragen door de directieraad, in navolging van het advies van het college van afdelingshoofden, als volgt gemotiveerd wordt : “Paul Hauchecorne levert weinig werk af. Er werd Paul Hauchecorne een uitvoerende controlefunctie opgedragen omdat hij geen verantwoordelijkheid durft te nemen. Als Al - industrieel ingenieur werkt hij zonder medewerkers. Hij heeft het moeilijk om directe en concrete voorstellen te formuleren. Dit geldt eveneens voor de ten uitvoering brengen ervan. Zijn technische kennis is grondig, maar hij slaagt er niet in deze operationeel aan te wenden. Hij durft geen beslissingen te nemen. In vergaderingen heeft hij het moeilijk om te volgen en komt hij ongepast tussen. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat hij zich moeilijk kan concentreren en regelmatig knikkebolt.”; Overwegende dat uit het beschrijvend evaluatieverslag niet kan worden afgeleid dat verzoeker weinig werk aflevert, dat hij het moeilijk heeft om IX-1695-6/8 directe en concrete voorstellen te formuleren en deze ten uitvoer te leggen, dat hij zijn technische kennis niet operationeel durft aan te wenden, dat hij geen beslissin- gen durft te nemen, en dat hij in vergaderingen moeilijk kan volgen, hetgeen mede veroorzaakt wordt door het feit dat hij zich moeilijk kan concentreren en regelmatig knikkebolt; dat de motivering van de bestreden beslissing dermate in tegenspraak is met verzoekers overwegend positieve evaluatie, dat het volkomen onbegrijpelijk is hoe de directieraad, daarin geadviseerd door het college van afdelingshoofden, op basis van die evaluatie tot de bestreden beslissing is kunnen komen; dat verzoeker bovendien in een nota van 29 februari 1996 een aantal opmerkingen aan het evaluatieverslag heeft toegevoegd, maar dat de directieraad aan die nota geen aandacht besteed heeft; dat de motivering van de bestreden beslissing bijgevolg niet afdoende is; dat het eerste middel gegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur om Paul HAUCHECORNE te vertragen in zijn functionele loopbaan. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1695-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien oktober 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1695-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.233 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.69.354 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.