← België

Arrest 150237 - - 17/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.237 Rolnummer: A. 94857/IX-2506 Zaak: Arrest 150237 - - 17/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-04 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 02:22 Fiche Arrest nr 150.237 van 17 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.237 van 17 oktober 2005 in de zaak A. 94.857/IX-

  1. In zake : Veerle BEKAERT, wonende te WEVELGEM, Roeselarestraat 36 tegen : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van WEVELGEM. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Veerle BEKAERT op 24 augustus 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen op 10 juli 2000 door de raad voor maatschappelijk welzijn van Wevelgem, waarbij zij met ingang van 26 september 1995 wordt ontslagen uit haar functie van dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de beschikking van 20 januari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; IX-2506-1/5 Gelet op de beschikking van 5 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 oktober 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VAN DORPE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
  3. Verzoekster is op 7 januari 1993 op proef in dienst getreden van het OCMW van Wevelgem als rusthuisverantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote. 1.
  4. Ingevolge een ongunstige eindevaluatie van verzoeksters proeftijd, besluit de raad voor maatschappelijk welzijn op 25 september 1995 verzoekster uit haar functie van dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote te ontslaan. 1.
  5. Dat besluit wordt op vordering van verzoekster bij arrest nr. 84.691 van 17 januari 2000 van de Raad van State nietigverklaard. Het middel waarin verzoekster de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, wordt gegrond bevonden. 1.
  6. Na haar op 19 juni 2000 opnieuw te hebben gehoord, besluit de raad voor maatschappelijk welzijn op 10 juli 2000 andermaal om verzoekster met IX-2506-2/5 ingang van 26 september 1995 te ontslaan uit haar functie van dagelijks verantwoor- delijke van het rusthuis Ter Mote. Dit besluit, dat met een aangetekende brief van 11 juli 2000 aan verzoekster betekend is, maakt het voorwerp uit van het onderhavige beroep tot nietigverklaring. 1.
  7. Op 15 januari 2001 besluit de raad voor maatschappelijk welzijn de zaak opnieuw in beraad te nemen. Hij doet dit op grond van de overweging “dat het besluit van de raad genomen op 10 juli 2000, nietig is als strijdig met artikel 6bis van het Decreet van 28 april 1993, zoals ingevoegd bij decreet van 18 mei 1999, omdat het besluit niet, samen met het volledige evaluatiedossier, naar de Vlaamse regering werd gezonden op dezelfde dag waarop het besluit met aangetekende brief aan de betrokkene werd gezonden; dat deze nietigheid voor gevolg heeft dat het ontslagbesluit van 10 juli 2000 nooit heeft bestaan en dat het geen enkel juridisch gevolg heeft kunnen of kan hebben”. Op grond van dezelfde aanhalingen en overwegingen als in zijn besluit van 10 juli 2000, besluit de raad voor maatschappelijk welzijn andermaal verzoekster met ingang van 26 september 1995 te ontslaan uit haar functie van dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote. 1.
  8. Met een aangetekende brief van 16 januari 2001 zenden de voorzitter en de secretaris van het OCMW van Wevelgem een afschrift van het laatste besluit naar verzoekster en stellen zij haar in kennis van de beroepsmogelijk- heid bij de Vlaamse Regering. Verzoekster maakt van die beroepsmogelijkheid geen gebruik. 1.
  9. Met een aangetekende brief van dezelfde datum zenden de voorzitter en de secretaris van het OCMW van Wevelgem het ontslagdossier van verzoekster naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. IX-2506-3/5 2.
  10. Overwegende dat verzoekster in haar memorie van toelichting vraagt dat haar beroep zou worden uitgebreid tot het sub 1.
  11. hiervoor vermelde besluit van 15 januari 2001, waarbij zij nogmaals met ingang van 26 september 1995 wordt ontslagen uit haar functie van dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote; 2.
  12. Overwegende dat de raad voor maatschappelijk welzijn van Wevelgem met zijn besluit van 15 januari 2001 klaarblijkelijk de bedoeling had bepaalde onregelmatigheden waarmee zijn eerder besluit van 10 juli 2000 behept was, recht te zetten; dat hij daarbij overigens erkent dat het nietig en “onbestaande” is, als strijdig met artikel 6bis van het decreet van 28 april 1993; dat het voornoemde besluit van 10 juli 2000 derhalve moet worden beschouwd als ingetrokken en vervangen door het besluit van 15 januari 2001; dat verzoekster terecht het voorwerp van haar beroep uitbreidt tot het laatst genoemde besluit; dat tegelijkertijd echter dient te worden vastgesteld dat het beroep doelloos is geworden en niet langer ontvankelijk is in zoverre het tegen het besluit van 10 juli 2000 gericht is; 2.3.
  13. Overwegende dat artikel 43ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - hierna : “OCMW-wet” - luidt als volgt : “Het betrokken personeelslid kan bij de Vlaamse regering beroep instellen tegen het besluit waarbij een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat personeelslid ontslaat als gevolg van negatieve evaluaties, binnen een termijn van dertig dagen nadat het personeelslid kennis heeft genomen van het ontslagbe- sluit. Het beroep schorst de beslissing.”; dat de artikelen 43quater en 43quinquies van de OCMW-wet nader bepalen hoe dit georganiseerd administratief beroep wordt behandeld; 2.3.
  14. Overwegende dat enkel in laatste aanleg en na uitputting van alle administratieve beroepen genomen beslissingen het voorwerp kunnen uitmaken van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State; dat verzoekster nagelaten heeft tegen het besluit van 15 januari 2001 houdende haar ontslag uit haar functie van IX-2506-4/5 dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis Ter Mote, het door artikel 43ter van de OCMW-wet georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse regering in te stellen, niettegenstaande de voorzitter en de secretaris van het OCMW van Wevelgem in hun aangetekende brief van 16 januari 2001 verzoekster uitdrukkelijk hebben gewezen op het bestaan van die mogelijkheid; dat het beroep, voor zover het de nietigverklaring beoogt van het besluit van 15 januari 2001 van de raad voor maatschappelijk welzijn, evenmin ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien oktober 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2506-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.237 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.