id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.456 Rolnummer: A. 157935/VII-33206 Zaak: Arrest 150456 - - 20/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-03 02:48 Fiche Arrest nr 150.456 van 20 oktober 2005 - Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.456 van 20 oktober 2005 in de zaak A. 157.935/VII-33.
- In zake : Roger LUYCKX, wonende te HEUSDEN-ZOLDER, Jagerspad 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan
- tussenkomende partij : de v.z.w. TERLAMEN, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en Y. LOIX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roger LUYCKX op 29 november 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 25 augustus 2004 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur houdende "ambtshalve wijziging van de voorwaarden opgelegd in de milieuvergunning nr. AMV/00003097/1019 van 19 juli 2004 van de v.z.w. TERLAMEN, Terlamen 30, 3550 Heusden-Zolder, voor de exploitatie van het circuit Zolder-Terlamen"; Gezien het verzoekschrift dat dezelfde partij op dezelfde datum heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-33.206-1/13 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 2 augustus 2005, houdende bevel tot neerlegging van de verslagen en oproeping van de partijen om te verschijnen op 29 september 2005; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan de partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. JACOBS, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat D. DE GREEF, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Tussenkomst Overwegende dat de v.z.w. TERLAMEN, begunstigde van de bestreden beslissing, met verzoekschriften van 23 december 2004 en 26 augustus 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding, respectievelijk het annulatieberoep, te mogen tussenkomen; dat deze verzoeken kunnen worden ingewilligd; VII-33.206-2/13
- Vordering tot nietigverklaring 2.
- Feitenuiteenzetting Overwegende dat de volgende gegevens van belang zijn voor de beoordeling van het geschil : 2.1.
- De tussenkomende partij exploiteert sinds 1972 een permanente omloop voor motorvoertuigen, algemeen gekend als het circuit van Zolder-Terlamen. Zij beschikt daartoe over een bij besluit van 7 januari 2000 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw verleende milieuvergunning. Aan die basisvergunning zijn een aantal bijzondere voorwaarden verbonden die hoofdzakelijk betrekking hebben op de bestrijding van de geluidshinder die met de vergunde activiteiten gepaard kan gaan, onder meer : "2) In afwijking van artikel 5.32.10.
- van titel II van het Vlarem : (...) 2.2) Tijdens de activiteiten van categorie A mag voor de wedstrijden met regionaal karakter de omloop uitsluitend worden gebruikt door motorvoertuigen en/of -rijwielen waarvan het geluidsniveau La, max, gemeten door de in punt 2.3) hierna bedoelde emissieposten, niet hoger is dan 105 dB(A). Onder wedstrijden met regionaal karakter verstaat men die wedstrijden onder de auspiciën van de Vlaamse Autosportfederatie. 2.3) - 2.7) (...) 3) In afwijking van artikel 5.32.10.
- van titel II van het Vlarem : Voor de toepassing van deze bepalingen worden volgende categorieën van activiteiten onderscheiden : * activiteiten van de A-categorie : wedstrijden, test- en oefenritten met motorvoertuigen, alsook recreatief gebruik van motorvoertuigen of motorrijwielen, die voldoen aan de bijzondere voorwaarde 2, 2); (...); Vanaf de datum van het in werking treden van deze vergunning geldt daarenboven het volgende : * A-activiteiten zijn enkel toegelaten : - elke donderdag, voor zover deze niet voorafgaat aan een A-weekend van drie dagen, van 9-12 u en van 13-17 u - tien weekends per jaar, als volgt samengesteld : * drie weekends van twee en een halve dag, als volgt samengesteld : - vrijdag van 14-18 u - zaterdag van 9-12 u en van 13-18 u - zondag van 10-18u30 * maximaal vier weekends van drie dagen, als volgt samengesteld : - vrijdag van 9-12 u en van 13-18u - zaterdag van 9-12 u en van 13-18u - zondag van 10-18u30 VII-33.206-3/13 - de donderdag voorafgaand aan deze weekends is geen ingedeelde activiteit toegestaan (noch A, B, C of D) * minimaal twee weekends per jaar als volgt samengesteld : - zaterdag van 9-12 u en van 13-18 u - zondag van 10-18u30 * één weekend van 24 uren begrepen tussen zaterdag 9 u en zondag 18u30 - 5 dagen per jaar van 9-19 u ingeval van toewijzing van een WK gemotoriseerde sporten. Indien deze vijf dagen aaneengesloten worden genomen, mogen er geen ingedeelde activiteiten ingericht worden (noch A, B, C of D) de dag voor en de dag na deze vijf dagen. - één avondtraining tijdens een weekdag van 16-24 u Het totaal aantal A-dagen mag de 73,5 niet overschrijden (of 78,5 ingeval van toewijzing van een WK). (...); 4) - 5) (...). 6) - De vzw Terlamen zal uiterlijk drie volle maanden voorafgaand aan elk verder volgend kwartaal de activiteitenkalender van desbetreffend kwartaal per aangetekend schrijven ter goedkeuring voorleggen aan de leidinggevend ambtenaar van de buitendienst van de afdeling Milieuvergunningen te Hasselt. Bij niet-afwijzing binnen de maand na deze voorlegging wordt de aldus voorgelegde activiteitenkalender geacht te zijn goedgekeurd. De activiteiten van categorie A met regionaal karakter dienen specifiek vermeld in de activiteitenkalender. - (...). 7) - 13) (...)". 2.1.
- Op 19 juli 2004 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking een besluit waarbij enkele bijzondere voorwaarden, opgelegd in de lopende milieuvergunning, ambtshalve worden gewijzigd. De bovenvermelde voorwaarde 2.2 wordt vervangen door de volgende bepaling : "Tijdens de activiteiten van categorie A mag voor de wedstrijden en/of activiteiten met regionaal karakter de omloop uitsluitend worden gebruikt door motorvoertuigen en/of motorrijwielen waarvan het geluidsniveau LA, max gemeten door de in punt 2.3) hierna bedoelde emissiemeetposten, niet hoger is dan 105 dB(A). Onder wedstrijden met regionaal karakter verstaat men die wedstrijden onder de auspiciën van de Vlaamse Autosportfederatie. De vrije trainingen op donderdag worden steeds gecatalogeerd als activiteiten met regionaal karakter en moeten dus voldoen aan hoger vermelde norm van 105 dB(A), met uitzondering van de trainingen op donderdagen vóór weekends met internationale wedstrijden". De wijziging komt in concreto neer op de toevoeging van de cursief weergegeven zin. VII-33.206-4/13 De bijzondere voorwaarde nr. 6, eerste gedachtenstreepje, luidt voortaan als volgt : "De vzw Terlamen zal uiterlijk drie volle maanden voorafgaand aan elk verder volgend kwartaal de activiteitenkalender van desbetreffend kwartaal per aangetekend schrijven ter goedkeuring voorleggen aan de leidinggevend ambtenaar van de buitendienst van de afdeling Milieuvergunningen te Hasselt. Bij niet-afwijzing binnen de maand na deze voorlegging wordt de aldus voorgelegde activiteitenkalender geacht te zijn goedgekeurd. De activiteiten van categorie A met internationaal karakter dienen specifiek te worden vermeld in de activiteitenkalender. Voor elke activiteit met internationaal karakter wordt een verduidelijking en motivering gegeven van het internationaal karakter". De wijziging is cursief weergegeven. De wijziging van de betrokken voorwaarden wordt als volgt gemotiveerd : "Toepassing van de emissienorm van 105 dB(A) : op p. 13 van het ministerieel besluit van 7 januari 2000 is volgende overweging opgenomen : in bijzondere voorwaarde nr. 2.2 is deze emissienorm dan ook opgenomen voor wedstrijden met regionaal karakter; in bijzondere voorwaarde nr. 6 is bovendien opgenomen dat de activiteiten van categorie A met regionaal karakter specifiek moeten vermeld worden in de activiteitenkalender; dit impliceert dat exploitant zelf moet aangeven wanneer de emissienorm van 105 dB(A) van toepassing is (in principe zou dit telkens moeten gebeuren bij wedstrijden van regionaal belang), zoniet dan is er geen enkele geluidsbeperking gedurende de A-activiteit; de praktijk (bvb. zie activiteitenkalender 2003) toont echter aan dat exploitant de A-activiteiten nooit expliciet catalogeert als activiteit of wedstrijd van regionaal belang, ook niet de A-activiteiten op donderdag die op enkele uitzonderingen na (nl. trainingsritten de donderdag voor een internationale wedstrijd) nooit als activiteit van internationaal belang te beschouwen zijn, maar als met deze wijziging wordt in se niks fundamenteels gewijzigd aan de logica van de bijzondere voorwaarden van het ministerieel besluit van 7 januari 2000; de wijziging moet echter zorgen voor het operationaliseren van het bewust gemaakte onderscheid dat in de praktijk niet wordt toegepast". VII-33.206-5/13 2.1.
- Op 25 augustus 2004 neemt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur het thans bestreden besluit, waarbij de vergunningsvoorwaarden voor de exploitatie van het betrokken circuit opnieuw ambtshalve worden gewijzigd. De zin die met betrekking tot de "vrije trainingen op donderdag" aan de voorwaarde 2.2 werd toegevoegd bij besluit van 19 juli 2004, wordt geschrapt. Bovendien geldt voortaan als regel dat "voor de activiteiten van categorie A wordt verduidelijkt of ze een regionaal dan wel een internationaal karakter hebben"; 2.
- Ontvankelijkheid van de vordering 2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij in een eerste exceptie opwerpt dat het voorwerp van het beroep "onbepaalbaar" is, en dat zij niet goed weet tegen welke vordering zij zich moet verweren; Overwegende dat het beroep klaarblijkelijk betrekking heeft op het boven vermelde ministerieel besluit van 25 augustus 2004; dat het verzoekschrift het opschrift ervan trouwens letterlijk citeert; dat alleen de datum van dat besluit niet wordt vermeld bij de aanduiding van het voorwerp van het beroep; dat het overduidelijk is welk besluit wordt bestreden; dat de tussenkomende partij zich daarin helemaal niet kon vergissen, en dat ook niet heeft gedaan, getuige haar verweer tegen de vordering; dat de exceptie manifest elke ernst ontbeert; 2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij in een tweede exceptie de tijdigheid van het beroep betwist; 2.2.2.
- Overwegende dat de exceptie, gelet op het hierboven onder punt 2.2.1 gestelde, kennelijk zonder voorwerp is, waar ze aanklaagt dat het beroep laattijdig is in zoverre het gericht zou zijn tegen het ministerieel besluit van 19 juli 2004; 2.2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij ook aanvoert dat het beroep laattijdig is, in zoverre het gericht is tegen het bestreden besluit; dat zij zich hiervoor steunt op de bewering dat de verzoeker reeds vanaf 8 september 2004 op de hoogte was van het bestaan van die beslissing; VII-33.206-6/13 Overwegende dat ook dit onderdeel van de exceptie niet opgaat; dat de bestreden beslissing niet werd betekend, en ook niet moest worden betekend, aan de verzoeker; dat de bestreden beslissing, op grond van artikel 45, § 5, juncto artikel 45, § 4, 1/, c, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), moest worden bekendgemaakt door middel van aanplakking; dat dit effectief is gebeurd van 30 augustus 2004 tot en met 29 september 2004 ; dat in geval van dergelijke bekendmaking, de beroepstermijn ingaat na afloop van de bekendmakingsperiode, dit ongeacht gebeurlijke eerdere feitelijke kennisneming door belanghebbenden; dat in casu de beroepstermijn derhalve een aanvang nam op 30 september 2004; dat het beroep dus tijdig werd ingediend; 2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij een derde exceptie afleidt uit het gebrek aan belang dat de verzoeker zou hebben bij de gevraagde vernietiging; dat die partij in essentie stelt dat de verzoeker geen voordeel kan halen uit de nietigverklaring van het bestreden besluit, omdat dit geen versoepeling inhoudt ten opzichte van de bijzondere milieuvoorwaarden die werden opgelegd in de basisvergunning van 7 januari 2000; dat zij argumenteert dat het basisprincipe steeds hetzelfde is gebleven : "nl. dat voor regionale wedstrijden een maximaal geluidsniveau van 105 dB gerespecteerd moet worden, terwijl voor niet-regionale wedstrijden geen beperking geldt"; dat zij vervolgens kritiek levert op het ministerieel besluit van 19 juli 2004; Overwegende dat ook deze exceptie niet gegrond is; dat de verzoeker woont op een 200-tal meter van het betrokken internationaal autocircuit; dat hij derhalve kennelijk geluidshinder ondervindt van de aldaar uitgeoefende activiteiten; Overwegende dat het ministerieel besluit van 19 juli 2004 door de tussenkomende partij niet werd aangevochten, en derhalve definitief is geworden; dat het geen reglementair besluit is, zodat het niet op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing zou kunnen worden gelaten indien het onwettig zou zijn; dat het feit dat dit besluit amper een maand later werd gewijzigd, en "op het terrein" geen effectieve uitwerking zou hebben gehad, daaraan geen afbreuk doet, temeer die wijziging precies door het bestreden besluit wordt teweeggebracht; dat het argument dat de tussenkomende partij dat besluit voor de Raad van State zou hebben bestreden, ware het thans bestreden besluit intussen niet genomen, in rechte evenmin VII-33.206-7/13 iets aan de voormelde vaststellingen afdoet; dat overigens de tussenkomende partij reeds jarenlang in procedureslagen met omwonenden is betrokken, zodat zij, zeker in die omstandigheden, had kunnen voorzien dat ook het thans bestreden besluit zou worden aangevochten, en derhalve precair was, en zij had kunnen voorzien dat zij met het besluit van 19 juli 2004 zou kunnen geconfronteerd blijven; Overwegende bijgevolg dat ter beoordeling van de rechtsgevolgen teweeggebracht door het bestreden besluit, dit besluit moet worden vergeleken met dat van 19 juli 2004, en niet met het basisbesluit van 7 januari 2000; dat in het besluit van 19 juli 2004 wordt bepaald dat de vrije trainingen op donderdag "steeds" moeten worden gecatalogeerd als activiteiten met regionaal karakter en derhalve moeten voldoen aan de norm van 105 dB, "met uitzondering van de trainingen op donderdagen vóór weekends met internationale wedstrijden"; dat het bestreden besluit die bepaling opheft; dat in de huidige regeling de "vrije trainingen" op donderdag niet noodzakelijk meer moeten beschouwd worden als activiteiten met regionaal karakter die derhalve onderworpen zijn aan de geluidsnorm van 105 dB, doch het aan de exploitant overgelaten wordt te "verduidelijken" of een activiteit een regionaal dan wel een internationaal karakter heeft en derhalve al dan niet aan de geluidsnorm van 105 dB moet voldoen; dat dit ongetwijfeld de rechtstoestand van de verzoeker ongunstig beïnvloedt; dat een en ander des te meer klemt, waar de tussenkomende partij zelf aangeeft dat zij alle toegelaten donderdagse trainingen beschouwt als hebbende een internationaal karakter, en dat anders zelfs het voortbestaan van het circuit in gevaar komt; dat de exceptie niet gegrond is; 2.
- Kennelijke gegrondheid van de vordering 2.3.
- Overwegende dat het enige middel onder meer wordt afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, "Doordat de bestreden beslissing, de op dat ogenblik geldende milieuvergunningsvoorwaarde dat voor de A-activiteiten de emissienorm van 105 dB(A) steeds van toepassing is tenzij het gaat om activiteiten met een internationaal karakter waarbij uitdrukkelijk moet worden aangegeven waarin het internationaal karakter bestaat, zodanig wijzigt dat de emissienorm van 105 dB(A) nog slechts van toepassing is voor regionale activiteiten en dat de exploitant kan volstaan met zelf aan te geven zonder verdere motivering of controle daarop of de activiteit al dan niet een regionaal karakter heeft, en dit op grond van het onjuiste en onvoldoende motief dat er zou gestipuleerd zijn in de vroegere vergunningsvoorwaarden dat A-activiteiten niet toegelaten zouden zijn op de donderdagen voor internationale wedstrijden en op grond van de bewering VII-33.206-8/13 als zou het niet duidelijk zijn of activiteiten van de A-categorie een regionaal dan wel internationaal karakter hebben, en doordat de bestreden beslissing het op die wijze mogelijk maakt voor de exploitant om in de praktijk onbeperkt zo genaamde int ernat ionale act ivit eit en t e plannen zonder geluidsemissiebeperking, hetgeen tot een daadwerkelijke versoepeling van de milieuvergunningsvoorwaarden leidt, Terwijl, de tot op dat ogenblik geldende bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden nergens stelden dat internationale A-activiteiten op een donderdag voorafgaand aan een internationale wedstrijd verboden zouden zijn, en dat het motief stelt dat het onduidelijk zou zijn of activiteiten een regionaal dan wel internationaal karakter zouden hebben niet draagkrachtig is want tegengesproken wordt door de in de vroegere vergunningsvoorwaarden omschreven definitie die gegeven werd aan regionale activiteiten, En terwijl een versoepeling van de milieuvergunningsvoorwaarden die tot bijkomende hinder voor mens en milieu leiden slechts verantwoord kan worden als daarvoor dwingende redenen bestaan minstens dat daartoe draagkrachtige en afdoende motieven toe worden aangebracht die de verhoging van de hinder kunnen verantwoorden; dat in de bestreden beslissing echter geen enkel afdoende en draagkrachtig motief wordt aangehaald die het versoepelen van de vergunningsvoorwaarden zodat meer activiteiten zonder geluidsbeperking kunnen worden georganiseerd kunnen verantwoorden, te meer gelet op het feit dat de bestreden beslissing ambtshalve overgaat tot het versoepelen van de voorwaarden, zonder dat daartoe enige dwingende aanleiding (...) bestaat, Zodat de bestreden beslissing, door ambtshalve te besluiten tot een versoepeling van de milieuvergunningsvoorwaarden waardoor bijkomende hinder wordt veroorzaakt in een gebied dat al veel te lijden heeft onder geluidsoverlast, zonder daarvoor enig draagkrachtig motief aan te halen die de toename van de hinder kan verantwoorden, de in het middel aangehaalde bepalingen (...) schendt"; dat in de toelichting bij het middel onder meer wordt gesteld : "De motieven die in de bestreden beslissing worden weerhouden zijn onjuist, niet afdoende en dus niet draagkrachtig. Enerzijds wordt als motief aangehaald dat de internationale A-activiteiten niet zouden zijn toegelaten op de donderdagen voor internationale wedstrijden, zodat internationale A-activiteiten op donderdagen onmogelijk zou worden, nu uitgegaan werd van het principe dat de vrije trainingen op donderdagen in principe aanzien moeten worden als regionale activiteiten. Dit motief is onjuist. De milieuvergunning laat wel degelijk toe dat er nog A-activiteiten met internationaal karakter worden uitgeoefend, met name in twee gevallen : - voor de donderdagen voorafgaand aan een internationaal wedstrijdweekend; - voor de donderdagen waarbij de exploitant kan aantonen dat het gaat om activiteiten die een internationaal karakter hebben. In de bestreden beslissing wordt gesteld dat het verbod van A-activiteiten met internationaal karakter voorafgaand aan een internationaal wedstrijdweekend zou volgen uit de bijzondere voorwaarde
- Welnu, bijzondere voorwaarde 3 van de milieuvergunning van 7 januari 2000 voorziet dat A-activiteiten toegelaten zijn elke donderdag gedurende 10 A-weekends (behalve wanneer het gaat over A-weekends van drie dagen). (zie stuk 4, pag. 23, bovenaan) Een A-activiteit op een donderdag met internationaal karakter was dus wel mogelijk indien die donderdag een (in principe steeds internationaal) A-weekend vooraf ging. VII-33.206-9/13 Het weerhouden motief in de bestreden beslissing is dan ook kennelijk niet juist en dus niet draagkrachtig. Een tweede motief voor de versoepeling van de voorwaarden werd gevonden in het feit dat het onderscheid tussen het regionaal en internationaal karakter niet duidelijk was. Dit motief is evenmin draagkrachtig, nu voorheen zeer duidelijk werd voorzien dat : - regionale activiteiten de activiteiten waren onder de auspiciën van de Vlaamse Autosportfederatie (hetgeen een zeer duidelijk criterium is) - en activiteiten een internationaal karakter konden krijgen voor zover de exploitant de redenen en motieven kon aangeven waarom een bepaalde activiteit dan wel als 2.3.
- Overwegende dat de verwerende partij ter terechtzitting, en de tussenkomende partij in haar verzoekschrift tot tussenkomst, en ter terechtzitting, met verwijzing naar de motivering in het bestreden besluit, in essentie aanvoeren dat het bestreden besluit beoogt "een aantal ongerijmdheden" die waren opgedoken in het besluit van 19 juli 2004, recht te zetten; dat zij vervolgens nogmaals kritiek leveren op dit laatste besluit; 2.3.3.
- Overwegende dat luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen alle bestuurshandelingen met individuele strekking uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd; dat artikel 3 van diezelfde wet bepaalt dat de motivering de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat de motivering afdoende moet zijn; 2.3.3.
- Overwegende dat het bestreden besluit als volgt is gemotiveerd : "Overwegende dat het ministerieel besluit van 19 juli 2004 vaststelt dat de meeste van de in het geluidssaneringsplan onderzochte maatregelen nog niet geleid hebben tot concrete uitvoering; dat er daarom in het voornoemde ministerieel besluit overgegaan wordt tot bijkomende maatregelen of bepalingen inzake de studie van de geluidsmuur, inzake de activiteitenkalender, inzake de toepassing van de emissienorm van 105 dB(A) en inzake de emissiemeetposten; Overwegende dat deze maatregelen hun effect dreigen te missen door enige onduidelijkheden of door het tempo dat er in verband met deze maatregelen opgelegd wordt; het gaat hier in het bijzonder om volgende punten :
- Er wordt in het ministerieel besluit van 19 juli 2004 van uit gegaan dat, onder de activiteiten van categorie A, de vrije trainingen op donderdag omzeggens steeds gecatalogeerd moeten worden als activiteiten met regionaal belang; dit laatste leidt tot gelding van de norm van 105 dB(A) - onder bijzondere voorwaarde 3) is er evenwel gestipuleerd dat A-activiteiten niet toegelaten zijn op de donderdagen voor dergelijke internationale wedstrijden, wat maakt dat de uitzondering zonder voorwerp is; bovendien is het niet duidelijk of wedstrijden en activiteiten van de A-categorie in hoofdzaak een regionaal dan wel een internationaal karakter hebben; VII-33.206-10/13
- Omdat het onduidelijk is of wedstrijden en activiteiten van de A-categorie in hoofdzaak een regionaal dan wel een internationaal karakter hebben, is, wat de activiteitenkalender aangaat, de omkering van de logica - i.p.v. te laten vermelden dat de activiteit een regionaal karakter heeft wordt gevraagd te vermelden dat de activiteit een internationaal karakter heeft - zonder voorwerp; in alle gevallen moet een van beide karakteriseringen beknopt aangebracht worden;
- De expertiserapporten inzake de potentiële reducties van een geluidsmuur en inzake de haalbaarheid ervan worden te vroeg opgevraagd om realistisch tot gedegen rapporten te kunnen leiden; bovendien is er geen adviestermijn vermeld t.a.v. de gemeentelijke commissie van Terlamen"; 2.3.3.
- Overwegende dat het eerste motief voorhoudt dat de uitzondering in het ministerieel besluit van 19 juli 2004, die toeliet van de geluidsbeperking tot 105 dB af te wijken voor trainingen op donderdagen vóór weekends met internationale wedstrijden, "zonder voorwerp" is, gelet op de andere in de milieuvergunning bepaalde voorwaarden; dat dit motief niet afdoende is omdat uit de lezing van punt 3 van de voorwaarden bij de basisvergunning, wat de toegelaten A-activiteiten betreft, blijkt dat ook sommige activiteiten zijn toegelaten op donderdagen voorafgaand aan internationale wedstrijden, met name deze voorafgaand aan weekends met activiteiten van minder dan drie dagen; dat de -loutere- bewering van de tussenkomende partij dat "in de praktijk" "A-weekends van drie dagen" steeds weekends zijn met internationale wedstrijden, niet uitsluit dat in rechte ook internationale wedstrijden in weekends van minder dan drie dagen mogen worden georganiseerd, en dus niet aantoont dat de bedoelde uitzondering in rechte "zonder voorwerp" is; dat bovendien een a-posteriori redenering niet in de plaats vermag te treden van de vereiste formele motivering in de bestreden beslissing zelf ; dat trouwens, zelfs al zou die uitzondering wel degelijk "zonder voorwerp" zijn, dit nog geen afdoende motivering zou vormen voor het verlaten van de regel; Overwegende dat ook het tweede motief, waarin wordt voorgehouden dat "het niet duidelijk (is) of wedstrijden en activiteiten van de A-categorie in hoofdzaak een regionaal dan wel een internationaal karakter hebben", evenmin afdoende is; dat immers met betrekking tot de A-activiteiten op donderdag het besluit van 19 juli 2004 precies zeer duidelijk was : die trainingen, met uitzondering van deze voorafgaand aan weekends met internationale wedstrijden, werden immers "steeds gecatalogeerd als activiteiten met regionaal karakter"; dat het bestreden besluit daarentegen zelf wel onduidelijkheid creëert, waar het het louter aan de tussenkomende partij overlaat te “verduidelijken” welke activiteiten zij als regionaal beschouwt en welke als internationaal, dit zonder zelf de minste omschrijving van die begrippen te formuleren; dat dit des te meer klemt waar, zoals VII-33.206-11/13 reeds hoger gesteld, deze partij bijna alle van haar donderdagse activiteiten als internationaal bestempelt, daarbij stellende dat het voortbestaan van het circuit anders in gevaar komt; 2.3.3.
- Overwegende dat met de wettigheidskritiek op het besluit van 19 juli 2004 geen rekening kan worden gehouden; dat het bestreden besluit zich immers geenszins beroept op de onwettigheid van dat besluit, doch integendeel, blijkens de bewoordingen ervan, zegt te willen voorkomen dat de in dat besluit opgelegde maatregelen "hun effect dreigen te missen door enige onduidelijkheden"; dat uit het bovenstaande bovendien blijkt dat de gehanteerde motieven in dat opzicht niet alleen niet afdoende zijn, doch zelf, in tegenstelling tot het besluit van 19 juli 2004, tot onduidelijkheid leiden; 2.3.3.
- Overwegende dat dient te worden besloten dat het middel in de besproken mate kennelijk gegrond is;
- Vordering tot schorsing Overwegende dat het kennelijk gegrond bevinden van het enige middel leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat besluit geen voorwerp meer heeft en dienvolgens moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van de v.z.w. TERLAMEN worden ingewilligd. VII-33.206-12/13 Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 25 augustus 2004 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur houdende ambtshalve wijziging van de voorwaarden opgelegd in de milieuvergunning nr. AMV/00003097/1019 van 19 juli 2004 van de v.z.w. TERLAMEN, Terlamen 30, 3550 Heusden-Zolder, voor de exploitatie van het circuit Zolder-Terlamen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekend gemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst in het administratief kort geding, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig oktober tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.206-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.456 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.