id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.506 Rolnummer: A. 162669/X-12320 Zaak: Arrest 150506 - - 21/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-28 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 03:00 Fiche Arrest nr 150.506 van 21 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.506 van 21 oktober 2005 in de zaak A. 162.669/X-12.
- In zake : Marcel WOLTER-HOFMANS, wonende te 8670 KOKSIJDE, Zeepannelaan 38 tegen :
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106,
- de gemeente KOKSIJDE, die woonplaats kiest bij Advocaten L. PROOT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
- tussenkomende partij : de n.v. CASTIGLIONE A3 + A5, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marcel WOLTER-HOFMANS op 20 mei 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissingen van 15 maart 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde waarbij aan de n.v. CASTIGLIONE A3 + A5 de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een meergezinswoning en het slopen van een bestaand pand op een perceel gelegen te Koksijde, Koninklijke Baan 355, kadastraal bekend Sectie A, nrs. 0122B, 0122C en 0123A, en het aan deze beslissing voorafgaand gunstig advies van de gemachtigde ambtenaar van 2 maart 2005; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; X-12.320-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. EULAERTS die, loco Advocaat G. BOGAERT verschijnt voor verzoeker, van Advocaat P. LOUAGE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat L. PROOT, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat A. LUST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat n.v. CASTIGLIONE A3 + A5 met een verzoekschrift van 8 juni 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verzoeker op 26 juli 2005 een "zittingsnota" met bijkomende overtuigingsstukken heeft ingediend; dat dit niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement; dat deze nota met de bijgevoegde stukken om die reden uit de debatten worden geweerd; Overwegende dat de eerste verwerende partij en de tussenkomende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwisten; dat de tweede verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist in de mate dat ze gericht is tegen het advies van de gemachtigde ambtenaar; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; X-12.320-2/6 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker in de vordering tot schorsing doet gelden wat volgt : "Uit de uiteenzetting van de feiten en van de middelen blijkt welke nadelige gevolgen de uitvoering van de met de bestreden beslissing vergunde bouwwerken meebrengt voor de verzoeker waarvan de eigendom door het amper 25 m brede, tussenliggende perceel nr 125h van het bouwperceel gescheiden is. Voor verzoeker betekent de uitvoering van de vergunde bouwwerken, zijnde een deels vier, deels drie en deels twee bouwlagen tellende appartementsgebouw,
- het verlies van aangenaam uitzicht op een met groen aangelegde en met villa bebouwde grond,
- een belangrijke toename van de verkeersdrukte met een daarmee gepaard gaande verhoging van geluids- en geurhinder en verstoring van het rustig wonen,
- het verlies van het rustig genot van woning en tuin, waardoor het aangenaam en rustwekkend leefklimaat dat hem (en de andere bewoners van de betrokken woonwijk) gegarandeerd wordt door de bestemming die het gewestplan en andere plannen van aanleg of ruimtelijke structuurplannen aan het gebied hebben gegeven, in ruime mate verloren zal gaan. Voor verzoeker brengt de uitvoering van de vergunde X-12.320-3/6 bouwwerken eveneens mee dat de waarde en de aantrekkelijkheid van zijn eigendom in belangrijke mate zal verminderen. (...)"; dat hij voorts uiteenzet dat het aangevoerde nadeel moeilijk te herstellen valt; Overwegende dat verzoeker zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat hij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat hij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat, waar verzoeker doet gelden dat uit de uiteenzetting van de feiten en de middelen blijkt welke nadelige gevolgen de uitvoering van de met de bestreden beslissing vergunde bouwwerken voor hem meebrengt nu zijn eigendom door het amper 25 m brede, tussenliggende perceel nr. 125h van het bouwperceel is gescheiden, het niet de taak van de Raad is om het neergelegde verzoekschrift uit te pluizen en na te gaan in hoeverre "uit de uiteenzetting van de feiten en de middelen" een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden afgeleid; dat het immers -zoals gesteld- aan verzoeker toekomt om in zijn verzoekschrift tot schorsing duidelijk en concreet aan te geven welk moeilijk te herstellen ernstig nadeel hij ondergaat of dreigt te ondergaan; dat verzoeker zich in zijn uiteenzetting beperkt tot een blote opsomming van drie nadelen die hij niet stoffeert met, of aannemelijk maakt aan de hand van concrete en precieze gegevens; dat hij inzonderheid wat het verlies van het "aangenaam uitzicht" betreft, verzuimt in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven bij te brengen aangaande het uitzicht dat hij thans heeft en dat hij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dreigt te verliezen; dat dit verzuim de Raad in de onmogelijkheid stelt dit nadeel op zijn merites te onderzoeken; dat dit gebrek niet kan worden goedgemaakt door de overlegging -na het verslag van het bevoegde lid van het Auditoraat- van overtuigingsstukken die overigens, zoals gesteld, uit de debatten worden geweerd; dat in deze omstandigheden dient te worden vastgesteld dat de door verzoeker neergelegde stukken en aangebrachte gegevens het aangevoerde nadeel geenszins staven, noch afdoende aannemelijk maken; dat in deze concrete omstandigheden en bij gebrek aan concrete en precieze aanduidingen omtrent de aard en de omvang van X-12.320-4/6 het aangevoerde nadeel, verzoeker evenmin aannemelijk maakt dat de in het verzoekschrift in algemene bewoordingen opgeworpen nadelen inzake de "verhoging van geluids- en geurhinder en verstoring van het rustig wonen", alsook inzake "het verlies van het rustig genot van woning en tuin" -mochten deze nadelen al zijn aangetoond- zodanig zijn dat ze als een ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen worden beschouwd; dat tot slot de vermindering van de waarde en de aantrekkelijkheid van zijn goed een financieel nadeel is; dat een financieel nadeel in beginsel niet moeilijk te herstellen is; dat verzoeker geen concrete en precieze gegevens bijbrengt waaruit zou kunnen blijken dat dit in casu wel het geval zal zijn; dat de uiteenzetting van verzoeker onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. CASTIGLIONI A3 + A5 in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.320-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig oktober 2005, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.320-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.506 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.828 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.