← België

Arrest 150509 - - 21/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.509 Rolnummer: A. 164032/X-12371 Zaak: Arrest 150509 - - 21/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 03:01 Fiche Arrest nr 150.509 van 21 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.509 van 21 oktober 2005 in de zaak A. 164.032/X-12.

  1. In zake : Louis SNELS, die woonplaats kiest bij Advocaat R. HENS, kantoor houdende te 2930 BRASSCHAAT, Bredabaan 161, bus 1 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partijen :
  2. Jos VAN DEN BROECK,
  3. Leen DEHOUWER, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. SURMONT, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, de Merodelei
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Louis SNELS op 7 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 19 mei 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan Jos en Leen VAN DEN BROECK-DEHOUWER de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van 2 appartementen, het verbouwen van een bijgebouw tot garage en het afbreken van de bestaande garage op een terrein gelegen te Rijkevorsel, Stevennekens 112, kadastraal bekend Sectie E, nr. 439 P3; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2005; X-12.371-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. VERMEIREN die, loco Advocaat R. HENS verschijnt voor de verzoekende partij, van Afdelingschef H. PETTENS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat J. SURMONT, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Jos VAN DEN BROECK en Leen DEHOUWER met een verzoekschrift van 28 juli 2005 hebben gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partijen de ontvankelijkheid van het beroep betwisten; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker uiteenzet dat hij op de perceelgrens geconfronteerd zal worden met een groot stuk blinde muur van 3 meter hoog tot 5 meter voorbij zijn woning (2 meter voorbij het golfplaten afdakje) op de gelijkvloers en tot 4 meter op de eerste verdieping, dat deze muur zich ten zuiden van zijn woning bevindt, dat het vergunde appartementsgebouw er aldus voor zal zorgen X-12.371-2/4 dat niet alleen zijn tuin voor een aanzienlijk deel, maar vooral de achtergelegen woonvertrekken, die via ramen en een lichtkoepel van licht worden voorzien, beroofd zullen worden van alle zon- en daglicht; dat hij voorts stelt dat de terrassen die worden voorzien aan de achtergevel van de appartementen tevens een aanzienlijke impact zullen hebben op zijn woonkwaliteit en privacy; Overwegende dat, waar verzoeker het aangevoerde ernstig nadeel situeert in het verlies van zon- en daglicht door de oprichting van een blinde muur op de perceelgrens, uit de door de tussenkomende partijen bijgebrachte foto's blijkt dat deze muur volledig is opgericht; dat zulks overigens ter terechtzitting niet wordt betwist; dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning het ontstaan van dit door verzoeker aangevoerde nadeel -daargelaten de vraag of dit nadeel gelet op de concrete gegevens van de zaak als een ernstig nadeel kan worden beschouwd- niet meer kan verhinderen; dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning in zoverre zonder nut is; dat in zoverre verzoeker zich nog beroept op een aantasting van zijn woonkwaliteit en privacy ingevolge de terrassen aan de achtergevel van de appartementen, met de tussenkomende partijen en blijkens de plannen moet worden vastgesteld dat geen terrassen zijn voorzien aan de achtergevel van de appartementen; dat verzoeker derhalve niet aannemelijk maakt op dusdanige wijze enig nadeel te kunnen ondervinden; dat de uiteenzetting van verzoeker onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, zoals bedoeld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, X-12.371-3/4 BESLUIT: Artikel
  5. Het verzoek tot tussenkomst van Jos VAN DEN BROECK en Leen DEHOUWER in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  6. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  7. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig oktober 2005, door : de HH. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. G. DEBERSAQUES. X-12.371-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.509 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.652 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.