id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.545 Rolnummer: A. 160744/IX-4829 Zaak: Arrest 150545 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 24/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-08 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 03:17 Fiche Arrest nr 150.545 van 24 oktober 2005 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.545 van 24 oktober 2005 in de zaak A. 160.744/IX-
- In zake : Paul LELEU, die woonplaats kiest bij advocaat D. JANSSENS, kantoor houdende te DILBEEK, Kaudenaardestraat 15 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, dat woonplaats kiest bij advocaten J. VANDEN EYNDE en B. VAN HYFTE, kantoor houdende te BRUSSEL, Kroonlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul LELEU op 11 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 29 december 2004 van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor mobiliteit en openbare werken waarbij hem de tuchtstraf van de terug- zetting in de graad van eerste attaché wordt opgelegd; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 oktober 2005 ; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; IX-4829-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. VANHULDENBERG die, loco advocaat D. JANSSENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. VAN HYFTE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. 1.
- Verzoeker was op het ogenblik van de bestreden beslissing directeur (rang A3) bij de Haven van Brussel. Tot 31 januari 2004 was hij dienst- doend adjunct-directeur-generaal van deze instelling. 1.
- Volgens verzoeker was er sinds jaren een slechte verhouding tussen hem en de dienstdoende directeur-generaal die zich geuit heeft in allerlei pesterijen aan zijn adres. Onder meer wordt hem verweten dat hij niet voldoende het onderscheid maakt tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privé-leven. 1.
- Zowel in zijn woning als in zijn kantoor worden in het kader van een onderzoek op het bezit van pornografie, bezwarende foto’s gevonden. Het beheerscomité van de Haven van Brussel stelt daarop op 24 januari 2004 vast dat los van het op gang gebrachte gerechtelijk onderzoek, deze feiten van aard zijn om een tuchtprocedure aan te spannen. Verzoeker geeft te kennen dat hij voornemens is om ontslag te nemen uit zijn hogere functie van adjunct-directeur-generaal. 1.
- Op 30 januari 2004 aanvaardt de Raad van Bestuur van de Haven het ontslag dat door verzoeker werd aangeboden uit de hogere functie van adjunct- directeur-generaal en belast ambtshalve de ingenieur-directeur, hoogste ambtenaar van de Nederlandse taalrol, met de hogere functie van adjunct-directeur-generaal ten einde te voldoen aan de bepalingen van het statuut van de Haven die stellen dat de leiding waargenomen wordt door de directeur-generaal en de adjunct-directeur- generaal die van een verschillende taalrol zijn. IX-4829-2/8 1.
- Uit een verder onderzoek is gebleken dat verzoeker beroep heeft gedaan op een van zijn medewerkers om zijn website te ontwikkelen. Dit gebeurde, volgens de medewerker, aanvankelijk thuis, doch correcties werden op verzoek van verzoeker wel aangebracht tijdens de diensturen. Nadien ontwikkelde de medewerker op vraag van verzoeker ook logo*s met tekst die eveneens op vraag van verzoeker tijdens de werkuren werden aangepast. 1.
- Op 25 mei 2004 wordt verzoeker door de dienstdoende adjunct- directeur-generaal uitgenodigd, om te worden gehoord over de volgende feiten: “- sinds een niet te bepalen datum en dit tot in januari 2004: aanwending van materiaal van de Haven (informatica, stellingen en boormachine) vanuit de Haven, tijdens de diensturen, voor strikt persoonlijk gebruik. - sinds een niet te bepalen datum en dit tot in januari 2004: inschakeling van ambtenaren van de Haven van Brussel waarvan u de hiërarchische meerdere bent, tijdens de diensturen, voor een strikt persoonlijk doel en ook voor laakbare feiten (creatie en beheer van pornosites op Internet). - uitoefening van activiteiten (creatie pornosite op internet, beheer pornofoto‘s op computers van de Haven, op netwerk van de Haven, wanbetaling van verschuldigde voorheffing), met verzwarende omstandigheid dat deze feiten grote ruchtbaarheid kregen bij het personeel ten gevolge van de huiszoeking in onze hoofdzetel en het verhoor door de federale politie van meer dan 40 ambtenaren, allemaal zaken die niet verenigbaar zijn met de waardigheid van uw functie”; Dit verhoor vindt plaats op 15 juni
- Verzoeker wordt bijgestaan door zijn raadsman. Zijn eveneens tegenwoordig: de ondervoorzitter van de Raad van Bestuur, de raadsman van de Haven van Brussel, een personeelslid optredend als secretaris en een waarnemer. Verzoeker verklaart onder meer dat zijn medewerker inderdaad zijn website heeft verzorgd maar dat dit een dienst was die hij als vriend verrichtte buiten de diensturen. Hij geeft verder toe dat er af en toe tijdens de diensturen iets kleins werd afgedrukt of kleine informaticataken werden uitgevoerd voor persoonlijk gebruik maar dat er tijdens de diensturen nooit aan de website was gewerkt. Dit gebeurde door een medewerker bij hem thuis buiten de diensturen. Volgens verzoeker kon de medewerker weigeren en was er van druk of gezagsverhouding geen sprake. Verzoeker meent ook dat er van pornografie geen sprake is. Hij merkt verder op dat de site niet meer werd bijgewerkt sinds juli 2003 en dat het logo, dat door de medewerker thuis werd ontworpen, reeds bestaat sinds
- Tevens is hij van mening dat het niet zo is dat hij zijn professionele activiteiten onvoldoende gescheiden heeft gehouden van zijn privé-activiteiten. Hij IX-4829-3/8 wijst er op dat dit bij hem vaak gecompenseerd werd door weekendwerk en thuiswerk. 1.
- Op 29 juni 2004 betekent de dienstdoende adjunct-directeur- generaal aan verzoeker een voorstel om hem te straffen met een tuchtschorsing van een maand met inhouding van wedde. Hij maakt dit tuchtvoorstel dezelfde dag ook over aan de voorzitter van de Raad van Bestuur. 1.
- Op 3 augustus 2004 nodigt de voorzitter van de Raad van Bestuur verzoeker uit op de vergadering van de Raad van Bestuur van 27 augustus 2004 teneinde gehoord te worden en zijn verweermiddelen te laten gelden in verband met het hem overgemaakte tuchtvoorstel. Hij vat de feiten waarop het voorstel van tuchtstraf steunt als volgt samen: “
- Een beroep hebben gedaan, tijdens de diensturen, op de diensten van tenminste een personeelslid (dhr Asselman Kris), op wie u een hiërarchische macht uitoefende, en dit tot uitsluitend persoonlijke doeleinden (verwezenlijking en aanpassing van een internetsite) en deze hulp te hebben gevraagd tijdens de zittingen van de directieraad opdat geen enkele directeur de door dhr Asselman uitgevoerde informaticawerken zou kunnen waarnemen en hun extra professio- nele aard zou kunnen vaststellen.
- De terughoudendheid gebonden aan de hoge functies die u werden toevertrouwd niet hebben geëerbiedigd door het verwezenlijken, met de hulp van een personeelslid van de Haven van Brussel op wie u gezag had, van een extraprofessionele site, met behulp van informaticamateriaal dat uitsluitend voor beroepsdoeleinden ter uwer beschikking werd gesteld.
- Geen afdoend uitleg te kunnen hebben gegeven betreffende het ontbrekende materieel (eigendom van de Haven) ander dan dat vermeld in uw verklaring van 21 januari 2004 en dat gebleken is in beslag genomen te zijn ten gevolge van op uw woonplaats en de Haven van Brussel uitgevoerde huis- zoekingen.
- In weerwil van het uitdrukkelijk bevel dat u per schrijven, gedagtekend 9 februari 2004, werd betekend, na deze datum contact hebben gelegd met twee personeelsleden van de Haven van Brussel die in het kader van de strafrechte- lijke instructie konden worden gehoord”. 1.
- Op 26 augustus 2004, deelt verzoeker middels een e-mail aan de dienstdoende adjunct-directeur-generaal mee dat hij “ondanks de procedurefouten en feitelijke onjuistheden die kunnen worden ingeroepen”, de tegen hem voorgestelde tuchtstraf aanvaardt. 1.
- Op 27 augustus 2004 vergadert de Raad van Bestuur over het voorstel van tuchtstraf en acht zij de vier ten laste gelegde feiten bewezen. IX-4829-4/8 Wat de voorgestelde tuchtstraf betreft is de Raad van oordeel dat deze niet in verhouding is tot de feiten en beslist hij om verzoeker terug te zetten tot de graad van eerste attaché (rang A2). Hij motiveert deze beslissing wat de strafmaat betreft als volgt : “(...) III. Wat de strafmaat betreft: Gelet op het voorstel tot sanctie van 29 juni 2004 zijnde de tuchtschorsing van een maand met inhouding van wedde conform art. 275, al. 4 van het administratief statuut en de bezoldigingregeling van de ambtenaren van instelling van openbaar nut van het Brussel Hoofdstedelijk Gewest van 26 september 2002, zoals nadien gewijzigd; Overwegende dat de Raad van Bestuur vaststelt dat de heer Paul Leleu reeds een lange loopbaan achter de rug heeft en dat hij nooit eerder het voorwerp heeft uitgemaakt van tuchtmaatregelen; Dat spijts de verbintenis van betrokkene dd 22 oktober 2001 (stuk 28) de feiten zich herhaald hebben en er ingevolge de huiszoeking van 19 januari 2004 op het netwerk van de Haven elektronische bestanden met een pornografisch karakter gevonden zijn van na 22 oktober
- Dat de Raad van Bestuur vaststelt dat het ambt dat de heer Paul Leleu uitoefende mede in acht moet worden genomen in de appreciatie van de tuchtsanctie; Dat dit ambt de heer Paul Leleu ertoe verplichtte zich onberispelijk te gedragen en ten zeerste terughoudend te zijn waarbij hij voornamelijk over het behoud van de waardigheid van het ambt en het goede imago van de Haven moest waken; Overwegende dat het geheel van de bewezen feiten een onaanvaardbare inbreuk uitmaken op deze elementaire verplichtingen; Dat met name het creëren van een internetsite met pornografisch karakter, of minstens met foto*s van naakte individuen met behulp van personeel en materiaal van de Haven onverzoenbaar is met deze principes van terughoudend- heid en waardigheid; Overwegende dat de bewezen feiten dermate ernstig zijn dat het verder functioneren van de heer Leleu als Directeur binnen de Haven niet haalbaar is; Dat anderzijds de heer Leleu de feiten tijdens de procedure bleef minimaliseren en dit getuigt van een blijvend onwaardig gedrag en een blijvend gebrek aan terughoudendheid. Overwegende dat de Raad dan ook van oordeel is dat de door de hiërarchische overste voorgestelde tuchtstraf van schorsing van een maand met inhouding van wedde niet proportioneel is ten aanzien van de ernst van de feiten. Overwegende dat de Raad bevoegd is voor het nemen van iedere sanctie tot aan de herroeping. Overwegende dat om al deze redenen een tuchtstraf van terugzetting in graad gerechtvaardigd voorkomt. (...)”. 1.
- Op 6 september 2004 tekent verzoeker beroep aan bij de Gemeenschappelijke Raad van Beroep. IX-4829-5/8 Op 26 oktober 2004 adviseert de Raad van Beroep unaniem dat hij zich akkoord verklaart met de opgelegde tuchtstraf. 1.
- Bij ministerieel besluit van 29 december 2004 van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor mobiliteit en openbare werken wordt de in eerste aanleg opgelegde tuchtstraf bevestigd en wordt verzoeker teruggezet in de graad van eerste attaché. Dit is het bestreden besluit. Het wordt op 10 januari 2005 aan verzoeker betekend door de staatssecretaris belast met Ambtenarenzaken, Gelijkekansenbeleid en de Haven van Brussel;
- Over de gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoeker aanvoert dat hij niet meer in de mogelijkheid zal worden gesteld om het ambt van adjunct-directeur-generaal uit te oefenen; dat er vanuit de Haven van Brussel dermate stemming is gemaakt tegen hem dat zelfs in de mate dat het besluit wordt vernietigd het voor hem zeer moeilijk zal zijn terug te keren naar de Haven en hij het moeilijker zal krijgen om respect en gezag, eigen aan de functie, van zijn rechtstreekse medewerkers te krijgen; dat hij tevens, indien de tuchtstraf wordt behouden, niet in de mogelijkheid zal zijn om zijn kandidatuur te stellen voor de mandaten in de graden A4, A4+ en A5 die tijdens de vernietigingsprocedure vacant zullen worden verklaard bij de Haven van Brussel of bij enige andere instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of bij het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dat daaruit ook een pecuniair nadeel volgt; dat, ten slotte, indien zijn tuchtstraf zou worden vernietigd elke intussen gedane toewijzing van een mandaat in de bovenvermelde graden zou kunnen betwist worden omdat verzoeker ten onrechte niet in de mogelijkheid verkeerde om zijn kandidatuur te stellen en hierdoor de hele organisatie van het openbaar ambt binnen het Brussels IX-4829-6/8 Hoofdstedelijk Gewest in het gedrang zou komen en er voor verscheidene ambtenaren een rechtsonzekerheid zou ontstaan; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat het feit dat verzoeker ingevolge zijn terugzetting in graad niet meer benoemd kan worden tot adjunct-directeur-generaal geen gevolg is van de tuchtstraf aangezien hij zelf verzocht heeft om van het hoger ambt van adjunct-directeur-generaal te worden ontlast; dat hij ook geen concrete elementen aanreikt die doen blijken dat er in de Haven van Brussel dermate stemming is gemaakt tegen hem dat hij er moeilijk zal kunnen terugkeren; dat het nadeel dat er in bestaat dat hij niet kan kandideren voor een mandaat in de graden A4, A4+ en A5 zal worden tenietgedaan door de eventuele vernietiging en bijgevolg niet onherstelbaar is; dat verzoeker bovendien nalaat in concreto aan te duiden voor welke mandaten hij in aanmerking zou komen vanuit de graad van directeur A3; dat ook het nadeel dat hij grondt op de desorganisatie van het openbaar ambt binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet concreet is toegelicht en bijgevolg “puur hypothetisch en vaag” is; 2.
- Overwegende dat het nadeel dat verzoeker ziet in het feit dat hij ingevolge zijn terugzetting in graad niet meer in de mogelijkheid is om benoemd te worden tot adjunct-directeur-generaal, kan worden weggenomen door een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing; dat immers een gebeurlijke vernietiging als gevolg zal hebben dat verzoeker terug in zijn vorige graad wordt hersteld; dat dit nadeel derhalve niet moeilijk te herstellen is; dat indien, zoals verzoeker beweert, er vanuit de Haven van Brussel dermate stemming werd gemaakt tegen hem dat zelfs bij vernietiging van het bestreden besluit het voor hem zeer moeilijk zal zijn terug te keren naar de Haven en dat het voor hem moeilijker zal zijn om respect en gezag, eigen aan de functie, van zijn rechtstreekse medewerkers te krijgen, niet ingezien wordt op welke wijze een schorsing, die niet hetzelfde verreikende effect heeft als een vernietiging, daaraan zou kunnen verhelpen; dat de stelling van verzoeker dat indien de tuchtstraf wordt behouden, hij niet in de mogelijkheid zal zijn om zijn kandidatuur te stellen voor de mandaten in de graden A4, A4+ en A5 die tijdens de annulatieprocedure vacant zullen worden verklaard bij de Haven van Brussel of bij enige andere instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of bij het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, er op neerkomt dat hij daarmee alleen aanvoert dat hij tijdelijk een benoemingskans mist; dat het missen van een kans op bevordering of benoeming geen moeilijk te herstellen en ernstig nadeel is in de zin van de wet; dat een geldelijk nadeel IX-4829-7/8 behoudens uitzonderlijke omstandigheden steeds herstelbaar is, dat te dezen het mislopen van een verhoging in graad niet van aard is om verzoeker en zijn gezin in een precaire situatie te doen belanden; dat ten slotte verzoekers verwijzing naar een mogelijke desorganisatie van het openbaar ambt binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de rechtsonzekerheid die voor verschillende ambtenaren zou ontstaan, niet als een voor verzoeker persoonlijk nadeel kan worden beschouwd; 2.
- Overwegende dat aldus niet is voldaan aan een van de voor- waarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig oktober 2000 en vijf, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-4829-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.545 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.062 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.