← België

Arrest 150592 - - 24/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.592 Rolnummer: A. 116259/VII-35170 Zaak: Arrest 150592 - - 24/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-15 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 03:21 Fiche Arrest nr 150.592 van 24 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Niet verschenen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 150.592 van 24 oktober 2005 in de zaak A. 116.259/XIV-

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij K. VANDEWALLE, kantoor houdende te 9000 GENT, Marialand 28 tegen :
  2. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnen- landse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 4 april 1978 en van Afghaanse nationaliteit, op 17 januari 2002 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 18 december 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 14 januari 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gelet op de beschikking van 6 februari 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het voorlopig advies opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op de kennisgeving van dat voorlopig advies aan de partijen; XIV-8376-1/4 Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat op 27 september 2005 Mevrouw K. VANDEWALLE een aangetekend schrijven stuurt naar de Raad van State, op briefpapier van de “KBC”; Dat de inhoud van dit schrijven als volgt luidt: Geachte heer, mevrouw, Ik mocht via het advocatenkantoor Volckaert en Volckaert te Oostende uw schrijven dd. 7 september 2005 betreffende de heer Pochtonyar ontvangen. Ik ben sinds 1 januari 2003 geen advocaat meer en het is mij ook niet bekend aan welke advocaat het bureau voor juridische bijstand te Brugge de heer Pochtonyar heeft toegewezen. Ik kan u enkel melden dat het laatste adres dat mij van de heer Pochtonyar bekend is, Romestraat 62 te 8400 Oostende is. Voor meer informatie dien ik u door te verwijzen naar het Bureau voor Juridische Bijstand te Brugge.” Overwegende dat de verzoekende partij aanvankelijk woonplaatskeuze deed te 8400 OOSTENDE, Elisabethlaan 25 bus 1; dat hiervoor wordt verwezen naar het verzoekschrift tot schorsing en naar de begeleidende brief van 17 januari 2002 van Advocaat K. VANDEWALLE; Overwegende dat in de aangetekende brief van 27 september 2005 Mevrouw K. VANDEWALLE een nieuw adres opgeeft, met name 9000 GENT, Marialand 28; dat na deze datum de diensten van de Griffie dit adres hebben aangebracht op het XIV-8376-2/4 rechtplegingsdossier, nadat het vaststellingsbericht van 1 september 2005 voor de zitting van 12 oktober 2005 om 10.00 uur te samen met een kopie van het Auditoraatsverslag en van de nota’s nog steeds op correcte wijze werden verstuurd naar het vroegere kantooradres van Mevrouw K. VANDEWALLE te 8400 Oostende; dat voornoemde stukken op 3 september 2005 met een aangetekende brief met ontvangstbewijs werden verstuurd naar Mevrouw K. VANDEWALLE, die pas op 27 september 2005 meedeelt dat zij geen Advocaat meer is “sinds 1 januari 2003"; dat de griffiediensten van de Raad van State op 1 september 2005 er van mochten uitgaan dat mevrouw K. VANDEWALLE nog steeds Advocaat was en dat de aangetekende brief van 27 september 2005 hieraan niets afdoet, ten eerste, omdat de verzoekende partij woonplaatskeuze mag doen bij een derde, ten tweede, omdat het Mevrouw K. VANDEWALLE toekwam om zelf in haar opvolging te voorzien vanaf 1 januari 2003, ten derde, omdat het niet toekomt aan de Raad van State om ambtshalve te onderzoeken wie de opvolger is van Mevrouw K. VANDEWALLE, nog minder om informatie in te winnen bij het Bureau voor Juridische Bijstand te Brugge; dat uit wat voorafgaat, volgt dat de zaak regelmatig werd vastgesteld en dat de toepassing van artikel 37 , § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, uitsluitend is te wijten aan de wijze waarop Mevrouw K. VANDEWALLE dit dossier heeft “behandeld”; dat het tenslotte blijk geeft van weinig kiesheid en respect om de Raad van State aan te schrijven op briefpapier van een derde, die met de zaak niets te maken heeft; Overwegende dat Mevrouw K. VANDEWALLE de nodige initiatieven zal nemen om de zaak recht te zetten en om de Raad van State binnen een termijn van veertien dagen in te lichten betreffende de identiteit van de eventueel nieuwe Advocaat van de verzoekende partij en om mee te delen waar de verzoekende partij voor het vervolg van de procedure woonplaatskeuze doet; dat tenslotte uit de brief van 30 september 2005 van de Dienst Vreemdelingenzaken , die aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen, blijkt dat de verzoekende partij op 3 maart 2003 het voorwerp heeft uitgemaakt van een afvoering van “ambtswege”; Overwegende dat de verzoekende partij niet ter terechtzitting is verschenen, noch vertegenwoordigd was; dat de vordering, overeenkomstig artikel 37, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen dient te worden afgewezen, XIV-8376-3/4 BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten worden in beraad gehouden. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig oktober tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-8376-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.592 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.