id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.855 Rolnummer: A. 124771/XIV-11091 Zaak: Arrest 150855 - - 27/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-10 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 03:39 Fiche Arrest nr 150.855 van 27 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.855 van 27 oktober 2005 in de zaak A.124.771/XIV-11.
- In zake : XXX die woonplaats kiest bij Advocaat F. NOIR, kantoor houdende te 4100 SERAING, rue du Chêne 221 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift datXXX, geboren op 4 juni 1969 en van Kazakse nationaliteit, op 25 juli 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 26 februari 2002 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 4 januari 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde dag; Gelet op de beschikking van 9 augustus 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag d.d. 5 april 2005 opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 11 april 2005; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-11.091-1/4 Gelet op de beschikking van 14 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 28 september 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat Y. MANZILA die, loco Advocaat F. NOIR, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché D. HANOULLE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Over de ontvankelijkheid van het beroep.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis opwerpt; dat deze exceptie in het Auditoraatsverslag wordt geanalyseerd;
- Overwegende dat verzoekster in haar inleidend verzoekschrift aanvoert dat zij geen kennis had van de door de Commissaris-generaal genomen weigeringsbeslissing; dat verzoekster woonplaatskeuze deed bij het O.C.M.W. van Londerzeel, Mechelsestraat 55 te 1840 Londerzeel, omdat zij op dat ogenblik geen vaste woonplaats had; dat zij momenteel een vaste woonplaats heeft, rue du Potay 36, 4000 Luik en zij op 23 april 2002 haar adreswijziging per aangetekend schrijven doorgaf aan zowel het O.C.M.W. van Londerzeel als aan het Commissariaat-generaal; dat verzoekster pas kennis kreeg van de bestreden beslissing toen zij op 26 juni 2002 bij het Commissariaat- generaal langs ging; dat het O.C.M.W. van Londerzeel een fout beging door haar niet op de hoogte te brengen van de beslissing van de Commissaris-generaal, waardoor zij zich in een geval van overmacht bevond, waarbij zij geen kennis kon krijgen van de bestreden beslissing; dat 26 juni 2002 als rechtsgeldige datum van kennisgeving van de bestreden beslissing moet worden aangemerkt zodat het beroep is ingesteld binnen de termijn van dertig dagen en bijgevolg ontvankelijk is; dat verzoekster tenslotte aanvoert dat de bestreden beslissing niet geldig werd ter kennis gebracht omdat haar naam niet correct was;
- Overwegende dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op dinsdag 26 februari 2002 aangetekend werd verstuurd naar verzoekster; dat op woensdag 27 februari 2002 een bericht werd achtergelaten bij de gekozen woonplaats van verzoekster, Mechelsestraat 55 te 1840 Londerzeel; dat de XIV-11.091-2/4 aangetekende zending niet werd afgehaald; dat de woonplaatskeuze van verzoekster d.d. 23 april 2002 dateert van ná de bestreden beslissing; dat de beroepstermijn begint te lopen de dag nadat de bestreden beslissing ter kennisgeving wordt aangeboden aan de gekozen woonplaats van de betrokkene, in casu dus op donderdag 28 februari 2002; dat dit bij afwezigheid gepaard gaat met het achterlaten in de brievenbus van een bericht van aanbieding; dat de afwezigheid van de geadresseerde op de gekozen woonplaats de termijn om beroep in te stellen stuit noch schorst; dat de beroepstermijn van openbare orde is; dat het verzoekschrift door verzoekster werd ingediend op donderdag 25 juli 2002; Overwegende dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de beroepen op straffe van niet-ontvankelijkheid moeten worden ingediend binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing; dat uit de vergelijking van de twee voornoemde data (28 februari 2002 en 25 juli 2002) blijkt dat de laatst nuttige dag om het verzoekschrift aangetekend te versturen vrijdag 29 maart 2002 was, zodat het verzoekschrift laattijdig werd ingediend en de ingestelde vordering niet ontvankelijk is; Overwegende dat het verzoekster toekwam om haar briefwisseling af te halen op de door haar gekozen woonplaats te 1840 Londerzeel, Mechelsestraat, 55, ook al betrof het een adres van een derde; dat een verzoekende partij immers rechtsgeldig keuze van woonplaats kan doen bij een derde; dat er geen sprake is van overmacht en dat de derde, in casu het O.C.M.W. van Londerzeel geen fout heeft begaan, vermits het toekomt aan verzoekster om alert en diligent te zijn, wanneer zij om welke reden dan ook woonplaatskeuze doet bij een derde; Overwegende dat overeenkomstig artikel 51/2, lid 5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) elke kennisgeving geldig is, wanneer ze naar de gekozen woonplaats van betrokkene wordt verstuurd bij een ter post aangetekende zending, wat in casu is gebeurd; Overwegende dat de problematiek van de schrijfwijze van de familienaam van verzoekster geen invloed heeft op de laattijdigheid van het beroep, vermits verzoekster zelf de bestreden beslissing heeft afgehaald op het Commissariaat-generaal op 26 juni 2002 en deze beslissing werd overhandigd aan verzoekster, zodat zich geen naamsverwarring of persoonsverwisseling heeft voorgedaan; Overwegende dat uit de brief van 31 augustus 2005 van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de actuele woon- of verblijfplaats van verzoekster gelegen XIV-11.091-3/4 is 4020 Luik, Quai Godefroid-Kurth, 15; dat dit nieuwe adres blijkbaar niet werd doorgegeven aan de bevoegde instanties; Overwegende dat de derde bij wie keuze van woonplaats werd gedaan, (in casu voornoemd O.C.M.W.) niet kan instaan voor het overmaken van de bestreden beslissing aan verzoekster, vermits de derde niet wist en ook niet kon weten waar verzoekster verbleef, vooraleer zij haar adres aan de bevoegde instanties meedeelde; Overwegende dat de Advocaat van verzoekster ter terechtzitting van 28 september 2005 geen opmerkingen heeft geformuleerd betreffende de analyse van deze exceptie in het Auditoraatsverslag; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot nietigverklaring wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-11.091-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.