id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.878 Rolnummer: A. 116016/XIV-8301 Zaak: Arrest 150878 - - 28/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-03 03:52 Fiche Arrest nr 150.878 van 28 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.878 van 28 oktober 2005 in de zaak A. 116.016/XIV-8301 In zake :
- XXX,
- XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat L. CRAPS, kantoor houdende te 3910 NEERPELT, Pastorijstraat 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 4 december 1960, en XXX, geboren op 27 april 1964, beiden van Iraanse nationaliteit, op 24 januari 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 januari 2002 houdende het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 21 januari 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 31 januari 2002 waarbij aan de verzoeken- de partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag dd. 1 juli 2005 opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-8301-1/4 Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. LARDENOIT, die, loco Advocaat L. CRAPS, verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- XXX en XXX komen België binnen op 2 januari 2001 en verklaren zich vluchteling op 12 januari
- 1.
- Op 25 januari 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op dezelfde datum. De verzoekende partijen tekenen dringend beroep aan tegen deze beslissingen bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. 1.
- Op 25 februari 2001 beslist de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen dat verder onderzoek noodzakelijk is. 1.
- Op 28 augustus 2001 neemt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissingen van weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. Op 11 september 2001 tekenen de verzoekende partijen beroep aan tegen deze beslissingen bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen. 1.
- Op 29 oktober 2001 neemt de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen de beslissingen tot weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling ten overstaan van beide partijen. 1.
- Bij arrest nr. 120.551 van 13 juni 2003 van de XIVde kamer van de Raad van State werd het beroep tot nietigverklaring tegen deze beslissingen verworpen. XIV-8301-2/4
- Over de ontvankelijkheid. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota als exceptie aanvoert, dat verzoekers een uitvoeringsmaatregel aanvechten waarvan de eventuele nietigverklaring geen gevolgen zal hebben op hun verblijfstoestand; dat de verwerende partij stelt dat de bestreden bevelen om het grondgebied van het Rijk te verlaten steunen op de jurisdictionele beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen van 29 oktober 2001; dat de verwerende partij betoogt dat “de vordering tot schorsing ingeleid tegen het bevel om het grondgebied te verlaten (is) niet ontvankelijk (is)”; Overwegende dat een beroep tot nietigverklaring gericht tegen een bevel om het grondgebied te verlaten, na een beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen, waarbij de erkenning van vluchteling niet wordt toegekend, onontvankelijk is bij gebrek aan het rechtens vereiste actueel belang; dat de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen in kracht van gewijsde is getreden, omdat het beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing van de Vaste Beroepscommissie werd verworpen bij arrest nr. 120.551 van 13 juni 2003 van de XIVde kamer van de Raad van State; dat, bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen, de verwerende partij ingevolge artikel 77 van het Koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, niets anders kan doen dan opnieuw bevelen om het grondgebied van het Rijk te verlaten, uit te vaardigen; dat de verzoekende partijen niet beschikken over het rechtens vereiste actueel belang; dat de Advocaat van verzoekers de afwezigheid van het rechtens vereiste actueel belang niet betwist, vermits hij geen opmerkingen maakt over de inhoud van het Auditoraatsverslag, wat blijkt uit het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van deze kamer dd. 12 oktober 2005; Overwegende dat de exceptie van onontvankelijkheid gegrond is; XIV-8301-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig oktober tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-8301-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.878 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.