id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.981 Rolnummer: A. 163413/IX-4951 Zaak: Arrest 150981 - - 07/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-14 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 03:59 Fiche Arrest nr 150.981 van 7 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.981 van 7 november 2005 in de zaak A. 163.413/IX-
- In zake : Piet VANOSMAEL, wonende te HULDENBERG, Holstheide 20 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegen- woordigd door de afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Piet VANOSMAEL op 17 juni 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van SELOR waarbij hij niet geslaagd verklaard is voor de schriftelijke proef voor de selectie van burgerlijke ingenieurs voor de federale overheidsdiensten, instellingen van openbaar nut, instellingen van sociale zekerheid, instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en het ministerie van defensie (examen nr. ANG04833); Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 31 augustus 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 10 oktober 2005; Gelet op de berichten van 5 oktober 2005, waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 17 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4951-1/4 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoeker zich ingeschreven heeft voor de door SELOR georganiseerde selectie van burgerlijke ingenieurs nr. ANG04833; dat hij op 19 maart 2005 deelgenomen heeft aan de schriftelijke proef, waarbij volgens het systeem van meerkeuzevragen aan de kandidaten een “uitgebreide gevalstudie” werd voorgelegd teneinde hun competenties te toetsen; dat volgens het selectiereglement de kandidaten op die proef 60 punten op 100 moeten behalen, hetgeen de voor- waarde is om op de lijst van de geslaagden -die twee jaar geldig blijft- te worden opgenomen en om toegelaten te worden tot de bijkomende proef in de instelling waar een betrekking vacant is; Overwegende dat, blijkens het “proces-verbaal meerkeuze- vragenlijst” dat de examencommissie heeft opgesteld, de proef waaraan verzoeker heeft deelgenomen “de meerkeuzevragenlijst (...) 24 vragen en 5 bijkomende vragen (bevatte)”, dat 7 vragen werden geschrapt wegens het ontbreken van een bijlage en dat de commissie de deliberatie heeft gehouden met inachtneming van volgende aandachtspunten : “Puntenverdeling voor de vragen: - toekenning van 3 punten voor een juist antwoord - penalisatie van 0.1 punt voor een foutief antwoord - geen toekenning van punten noch penalisatie voor een onbeantwoorde vraag. Deliberatieregel: De bijkomende vragen worden enkel in rekenschap genomen voor de kandidaten die een ‘grensscore’ behalen (namelijk met een tekort van maximum 2,5% tussen hun quotering en het vereiste minimum). Dit zijn de kandidaten die een resultaat behalen tussen 57,5 punten en 60 punten op
- Het resultaat van deze kandidaten wordt opgetrokken naar het minimum vereiste aantal punten indien zij op minstens 3 van de 5 bijkomende vragen correct antwoorden.” IX-4951-2/4 Overwegende dat verzoeker 57,451 punten behaald heeft en dat hij door de examencommissie “niet-geslaagd” verklaard is; dat zulks hem met een brief van 21 april 2005 medegedeeld wordt; dat 111 kandidaten wel slagen en dat zij opgenomen worden in de werfreserve die twee jaar geldig blijft;
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat het verzoekschrift geen afzonderlijke uiteenzet- ting bevat van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat verzoeker meent te ondergaan door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; dat hij in zijn algemene uiteenzetting wel stelt dat enkel een “snelle beslissing” hem nog kan toelaten deel te nemen aan de “verdere selecties voor vacatures verbonden aan dit examen” en dat hij, in het andere geval, “niet zijn volle kansen zou kunnen benutten om een geschikte vaste job te vinden” bij de federale overheid; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij opmerkt dat de kans om niet te slagen inherent is aan elke deelname aan een selectie, dat regelmatig voor de federale overheid selecties worden georganiseerd voor burgerlijke ingenieurs, dat de geldigheidsduur van de selectie twee jaar bedraagt en dat de overheid na een vernietigingsarrest “nog steeds de gepaste maatregelen (kan) treffen ter uitvoering van het arrest”; 3.
- Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel legt in het niet kunnen benutten van zijn kansen om een betrekking bij de federale overheid te verkrijgen, meer bepaald doordat hij, wanneer het bestreden besluit niet geschorst wordt, niet kan deelnemen aan de verdere selectieproeven van dit examen, hetgeen hem kansen ontneemt om een “geschikte vaste job” te vinden; Overwegende dat het verlies van een kans om aan de verdere proeven van een selectie deel te nemen op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is; dat verzoeker geen concrete aanwijzingen verstrekt die aantonen dat zulks voor hem wel het geval is; dat gewis het bestreden besluit ook tot gevolg heeft dat IX-4951-3/4 verzoeker niet bij de federale overheid in dienst kan treden, maar dat, afgaande op de uiteenzetting van verzoeker, dergelijk nadeel niet als ernstig en moeilijk te herstellen kan worden beschouwd, aangezien niets hem belet bij andere werkgevers naar een “geschikte vaste job” te solliciteren, aangezien in redelijkheid verwacht kan worden dat het bestuur ten laatste na het verstrijken van de werfreserve van twee jaar, een nieuwe selectie zal organiseren en aangezien verzoeker niet beweert dat hij in het bijzonder een opdracht bij de federale overheid ambieert, noch aantoont dat een nieuwe kans die hij in de toekomst zal krijgen om opnieuw aan de selectieproef deel te nemen voor hem niet meer nuttig kan zijn; Overwegende dat verzoeker het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet afdoende aantoont; dat de vordering om die reden verworpen wordt, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven november 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4951-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.981 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.296 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.