← België

Arrest 150982 - Voedselveiligheid (FAVV) - 07/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.982 Rolnummer: A. 165161/VII-37470 Zaak: Arrest 150982 - Voedselveiligheid (FAVV) - 07/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 03:59 Fiche Arrest nr 150.982 van 7 november 2005 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.982 van 7 november 2005 in de zaak A. 165.161/IX-

  1. In zake : Louis VAN DAMME, wonende te LOKEREN, Sint-Jozefstraat 66 tegen : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dat woonplaats kiest bij advocaten R. DEPLA en M. STUBBE, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Louis VAN DAMME op 16 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van de beslissing van 17 juni 2005 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) waarbij aan zijn bedrijf het H-statuut wordt opgelegd voor een periode van 52 weken; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 20 september 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 10 oktober 2005; Gelet op het faxbericht van 4 oktober 2005 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 17 oktober 2005; IX-4999-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. DEVROE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. CLAEYS die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de verwerende partij, verwijzend naar het niet- conform resultaat van een laboratoriumonderzoek betreffende de aanwezigheid van stoffen met hormonale werking op een karkas van een rund van verzoeker, met het bestreden besluit van 17 juni 2005 aan het bedrijf van verzoeker het H-statuut opgelegd heeft voor de duur van 52 weken, overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 september 1997 betreffende maatregelen inzake de verhandeling van landbouwdieren, ten aanzien van bepaalde stoffen of residu’s daarvan met farmacolo- gische werking;
  4. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  5. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker een moreel en een materieel nadeel aanvoert; dat hij een moreel nadeel ziet in het brandmerken van zijn bedrijf en van zijn naam; dat hij de herstelbaarheid van dat nadeel betwist met verwijzing naar de “flagrante onwettigheid” die in dit geval begaan is en dat hij ook stelt dat reeds is aangenomen dat het brandmerken van een bedrijf, gekoppeld aan de onmogelijkheid om regulier handel te drijven, een nadeel vormt dat een schorsing verantwoordt; dat hij een materieel nadeel ziet in de “financiële strop” die de maatregelen die hem nu worden opgelegd hem bezorgen en die de leefbaarheid in het gedrang brengen; IX-4999-2/5 3.
  6. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen stelt dat een financieel nadeel slechts wordt aangenomen wanneer de levensvatbaarheid van de onderneming in het gedrang komt, dat verzoeker zulks niet concreet aantoont en dat, bovendien, de toekenning van het H-statuut niet van aard is om verzoeker een financiële strop te bezorgen; dat zij ten aanzien van het aangevoerde moreel nadeel eveneens wijst op de weinig concrete bewijsvoering en daaraan toevoegt dat het moreel nadeel hersteld wordt door een vernietigingsarrest, terwijl een flagrante onwettigheid wel in aanmerking wordt genomen om een bewezen nadeel niet te moeten blijven ondergaan maar dat zulks op zich geen bron van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan zijn; dat zij besluit dat de ernst van het nadeel dat verzoeker aanvoert in ieder geval gerelativeerd moet worden, aangezien hij tot de laatste dag van de beroepstermijn heeft gewacht om zijn vordering in te dienen; 3.
  7. Overwegende dat de raadsman van verzoeker ter terechtzitting een document overlegt waaruit blijkt dat de aangestelde van het FAVV op 7 oktober 2005 aan verzoeker medegedeeld heeft dat de bestreden beslissing “(geschorst wordt) vanaf 7 oktober 2005”, dat hij 44 identificatiedocumenten meegenomen heeft om op kosten van het FAVV herdrukt te worden en dat verzoeker na herdruk vrij over die identificatiedocumenten mag beschikken; dat de raadsman van de verwerende partij de inhoud van dat stuk bevestigt; 3.
  8. Overwegende dat verzoeker, als gevolg van de voormelde schorsingsbeslissing vanwege het bestuur, thans geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel meer ondergaat, terwijl een schorsingsarrest enkel voor de toekomst gevolgen kan hebben; dat de raadsman van verzoeker er wel op wijst dat de bestreden beslissing slechts geschorst is en dat hij daarom zijn vordering handhaaft; 3.
  9. Overwegende dat de schorsing voor onbepaalde duur, gepaard gaande met het bevel om de materiële gevolgen van de bestreden beslissing teniet te doen, niet anders gekwalificeerd kan worden dan als een intrekking van het bestreden besluit; dat immers de verwerende partij het bedrijf van verzoeker alleen met een nieuw besluit weer onder het H-statuut kan brengen; dat verzoeker zich tegen dergelijk nieuw besluit zal kunnen verzetten; dat dan ook vastgesteld kan worden dat er geen beslissing meer bestaat die aan verzoeker een nadeel berokkent; IX-4999-3/5 3.
  10. Overwegende, vóór alles, dat het nadeel dat verzoeker aanvoert, niet ernstig en moeilijk te herstellen is; dat immers bij de beoordeling van de bijzondere elementen die volgens verzoeker het bestaan van een financieel nadeel -dat in beginsel steeds herstelbaar is- aannemelijk moeten maken, vastgesteld wordt dat, nu de toekenning van het H-statuut alleen maar een aantal bijkomende verplichtingen met zich brengt op het ogenblik dat de dieren van het bedrijf worden geslacht, verzoeker geen concrete gegevens voorlegt die toelaten enig zicht te krijgen op het daadwerkelijk financieel verlies dat hij verwacht; dat, wat het moreel nadeel betreft, verzoeker evenmin concrete gegevens aanbrengt die aantonen dat zijn geval buiten het gewone ligt en dat een vernietigingsarrest niet zal volstaan om de brandmerking van zijn naam en van zijn bedrijf teniet te doen; dat de omstandigheid dat verzoeker met het indienen van de onderhavige vordering gewacht heeft totdat de beroepster- mijn voor het vorderen van de vernietiging bijna verstreken was, de argumentatie van verzoeker betreffende de ernst van het nadeel zeker geen kracht bijzet; dat de Raad van State dan ook, daargelaten de vaststelling dat, in het algemeen, het moeilijk te herstellen ernstig nadeel een schorsingsvoorwaarde is die afzonderlijk onderzocht moet worden, in de zogenaamde flagrante onwettigheid van het bestreden besluit, geen reden ziet om, uitzonderlijk, de schorsing van het bestreden besluit te bevelen, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4999-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven november 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4999-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.982 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.336 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.