← België

Arrest 151005 - - 08/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.005 Rolnummer: A. 121772/XIV-10232 Zaak: Arrest 151005 - - 08/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-22 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-03 04:09 Fiche Arrest nr 151.005 van 8 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.005 van 8 november 2005 in de zaak A. 121.772/XIV-10.

  1. In zake : XXX, in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar twee minderjarige kinderen XXX, XXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. MEULEMANS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Koningin Astridlaan 143 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 19 december 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied te verlaten van de minister van Binnenlandse Zaken van 19 november 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 1 juli 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 5 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-10.232-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MEULEMANS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat S. DE VRIESE, die loco advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken reeds op 20 september 2001 een bevel om het grondgebied te verlaten heeft gegeven (administratief dossier, stukken 244-245); dat de verzoekende partij dit bevel niet met een annulatieberoep heeft bestreden; dat het bestreden "bevel" aan de verzoekende partij louter een nieuwe termijn geeft om het grondgebied te verlaten; dat ten aanzien van de verzoekende partij een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten bestaat; dat, gelet op dit uitvoerbaar bevel, ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partij uit een eventueel tussen te komen vernietiging van het bestreden "bevel" geen voordeel kan halen; dat derhalve het belang in hoofde van de verzoekende partij niet aanwezig is; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep niet-ontvankelijk is, Overwegende dat de verzoekende partij geen ontvankelijk beroep tot nietigverklaring heeft ingediend; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-10.232-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht november tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-10.232-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.005 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.