← België

Arrest 151056 - - 08/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.056 Rolnummer: A. 167021/XII-4556 Zaak: Arrest 151056 - - 08/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 04:09 Fiche Arrest nr 151.056 van 8 november 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.056 van 8 november 2005 in de zaak A. 167.021/XII-

  1. In zake : de NV FABRICOM GTI, die woonplaats kiest bij advocaten J. Mertens en B. Poelemans, kantoor houdende te Gent, Bagattenstraat 124 tegen : de REGIE DER GEBOUWEN, die woonplaats kiest bij advocaten K. Ronse en V. Petitat, kantoor houdende te Brussel, Louizalaan 149, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Fabricom GTI op 20 oktober 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de Regie der Gebouwen ondertekend op 25 maart 2005 en 31 maart 2005 en goedgekeurd door de Vice- Eerste Minister en Minister van Financiën op 30 september 2005, waarbij in het kader van een openbare aanbesteding voor de opdracht tot het leveren en plaatsen van infrastructuur voor datacommunicatie ten behoeve van Federale Overheidsdiensten wordt beslist om de inschrijving van de verzoekende partij onregelmatig te verklaren en van rechtswege nietig in toepassing van artikel 110, 4 §, 2/ KB van 8 januari 1996 en waarbij tevens wordt beslist om de opdracht toe te wijzen aan de firma NV Siemens uit Brussel, als laagste regelmatige inschrijver”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 november 2005, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-4556-1/10 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Poelemans, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste en de derde in het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden betreft, dat de verzoekende partij zich inzake het nadeel beroept op de mogelijkheid om zelf de in het geding zijnde opdracht te kunnen uitvoeren, die zij door de gevraagde schorsing wil vrijwaren; dat zij daarbij ook verwijst naar het financieel belang van de opdracht, waarvoor zij met een bedrag van 2.456.337,08 euro heeft ingeschreven, en zijn referentiewaarde; dat zij voorts haar keuze voor de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid motiveert door naar haar diligent optreden te verwijzen en naar het risico, dat de bestreden toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijver zou worden betekend en aldus een overeenkomst tot stand zou komen; 0verwegende dat door de betekening van de bestreden toewijzingsbeslissing tussen de verwerende partij en de gekozen inschrijver inderdaad een overeenkomst zou tot stand komen tengevolge waarvan, in de lijn van de rechtspraak van de Raad van State, gevestigd bij arrest nr. 87.983 van 15 juni 2000 van de algemene vergadering van de Afdeling administratie, een gewone vordering tot schorsing naar alle waarschijnlijkheid zou worden afgewezen; dat het bestaan van die overeenkomst de betrachting van de verzoekende partij om zelf de opdracht nog uit te voeren ernstig zou bemoeilijken en een mogelijk herstel in natura verder af zou XII-4556-2/10 brengen; dat aldus moet worden aanvaard dat de verzoekende partij, mede gelet op de aanzienlijke waarde van de in het geding zijnde opdracht die door de verwerende partij ten onrechte wordt gerelativeerd, door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de betreden beslissingen het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan; dat voorts, wegens de dreigende betekening die, onder verwijzing naar artikel 21 bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, door de verwerende partij in een brief van 10 oktober 2005 wordt aangekondigd, te dezen wordt aanvaard dat de verzoekende partij een beroep deed op de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die zij met bekwame spoed blijkt te hebben ingesteld; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift onder meer de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de verplichting tot materiële motivering, doordat de motivering waarop de beslissing is gesteund om de offerte van de verzoekende partij te weren, die beslissing niet voldoende kan schragen, aangezien ze werd afgewezen als onregelmatig wegens een beweerd tekort aan verantwoording van de ingediende prijs op grond van een redengeving die op geen enkel punt die verantwoording concreet weerlegt en zelfs feitelijk onjuist is in zoverre immers wel degelijk objectieve factoren werden uitgezet, meer bepaald die aantonen dat de opdracht op een zuinige wijze kan worden uitgevoerd en die als gunstige omstandigheden moeten worden aangemerkt; dat de verzoekende partij daarbij verwijst naar hetgeen zij in haar verantwoording heeft aangebracht betreffende gunstige aankoopvoorwaarden ingevolge grotere aankoopvolumes, eigen personeel, gereduceerde verplaatsingskosten, centraal magazijn, machines in eigen beheer, een geautomatiseerd bedrijfsbeheerssysteem, een ervaren projectleiding en een wachtdienst; Overwegende dat de verwerende partij tegenwerpt dat zij op grond van artikel 110, §4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, vastgesteld heeft dat de inschrijvingsprijs van de verzoekende partij 15 % onder het gemiddelde lag van de prijs der ingediende offertes, dat die prijs dienvolgens vermoed werd abnormaal te zijn, dat te dezen er geen verantwoording is gegeven die eigen is aan de onderneming van de verzoekende XII-4556-3/10 partij, aangezien de verantwoording geldt voor om het even welke andere onderneming; dat de verwerende partij daarbij de diverse elementen van de door de verzoekende partij gegeven verantwoording elk aan een onderzoek onderwerpt en ze afwijst als niet-relevante verantwoordingsfactoren; Overwegende, wat de aangevoerde schending van de formele motiveringsverplichting betreft, dat de motivering in de bestreden beslissing, teneinde te voldoen aan de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en zulks op afdoende wijze; dat het beginsel van de verplichte materiële motivering onder meer met zich meebrengt dat de gegevens waarop de beslissing steunt, correct zijn zowel in rechte als in feite; Overwegende dat te dezen de verwerende partij bij aangetekende brief van 7 januari 2005 onder verwijzing naar artikel 110, §§ 3 en 4, 1/, van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996 aan de verzoekende partij vroeg de nodige verantwoordingen te verstrekken aangezien de door haar ingediende offerte inzake prijs meer dan 15 % lager lag dan het gemiddelde van het geheel van de ingediende offertes; Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van 18 januari 2005 de volgende verantwoording verstrekte : “Zoals gevraagd hebben wij hierna een motivatie gegeven ter staving van onze globale prijs van 2.972.167 euro, BTW inbegrepen. Een belangrijk punt is dat door het feit dat de integratie van de verschillende bedrijven zoals ENI, Fabricom en GTI tot één geheel zijnde Fabricom GTI nv vandaag afgewerkt is, wij onze processen en procedures volledig geoptimaliseerd hebben zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en veiligheid. Het resultaat is een competitieve en flexibele organisatie waar nog weinig overhead aanwezig is, wat zich vertaalt in de prijszetting voor deze offerte. Materialen: Zoals in onze offerte reeds gemeld, voor de datacomponenten in koper en glasvezel is de aanbieding gebaseerd op de oplossingen van BrandRex. De diverse ondersteunende elementen zijn van Nortel, Sarel, Minkels, Stagobel en andere. Voornaamste leveranciers zijn Kannegieter, Telindus, Cebeo, Sarel. Deze producten zijn volledig conform het bestek, ze genieten een uitstekende reputatie, ze zijn als geen ander op de Europese markt afgestemd en dit bovendien voor een lage prijs. De uitzonderlijk gunstige aankoopvoorwaarden konden wij van onze vaste leveranciers bekomen doordat we reeds meerdere jaren succesvol in alle vertrouwen met hen samenwerken als ‘partner’. XII-4556-4/10 Tevens hebben we door de integratie alle aankopen van de verschillende bedrijven gecentraliseerd wat resulteert in grotere aankoopvolumes bij onze strategische leveranciers. Het prijsvoordeel dat we hierdoor bekomen verwerken we integraal in onze offertes. Werken: Voor het uitvoeren van de werken hebben we eveneens zeer competitief kunnen aanbieden omdat we bijna uitsluitend werken met eigen personeel. We zorgen zelf ook voor permanente vorming van onze mensen, aangevuld met update trainingen vanwege onze leveranciers om aldus op de hoogte te blijven van de evolutie van de technologie. Ook door bij meerdere projecten steeds van dezelfde materialen gebruik te maken, krijgen onze techniekers als het ware een doorgedreven productkennis en dito methodiek. Dit leidt uiteindelijk tot zeer snel en efficiënt werken wat zich weerspiegelt in een lage kostprijs voor de klant. Voor de uitvoering van werken in the field kan bovendien beroep gedaan worden op de resources van onze diverse afdelingen verspreid over gans België, wat met zich meebrengt dat enerzijds de kosten voor verplaatsingen sterk worden gereduceerd en we anderzijds flexibel kunnen inspelen op de noden van de klant zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het geleverde werk. Een team van ingenieurs dat voor dit project ter beschikking staat is reeds jarenlang vertrouwd met het uitwerken van (data)projecten en raamcontracten in het bijzonder, dit wordt onder andere aangetoond door het statuut van Voor het uitvoeren van site survey’s, metingen en rapporteringen maakt Fabricom GTI nv gebruik van eigen materieel dat in hoge mate automatisch werkt en het mogelijk maakt om dit zeer snel, efficiënt en accuraat te doen wat zich opnieuw vertaalt in een lage kost voor de klant. Een ander belangrijk gegeven is dat deze offerte het gevolg is van een zeer nauwe samenwerking van de divisies Communication en Buildings Public van de Business Unit Infra. Door deze samenwerking hebben we onze processen en procedures kunnen optimaliseren en hebben we de ervaring opgedaan in de verschillende raamcontracten kunnen bundelen, wat uiteraard een positieve invloed heeft op de prijszetting. Andere raamcontracten: Voor diverse andere klanten hebben we vergelijkbare meerjaren opdrachten voor aanleggen van nieuwe installaties, uitbreidingen of onderhoud, enkele voorbeelden: - KBC, connectorisatie alle kantoren in Vlaanderen 3j. - Ministerie Vlaamse Gemeenschap 2 x 3j -nieuwe data installaties - of uitbreidingen in alle eigen of gehuurde gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap in Vlaanderen. - CIBG, datacablage in de openbare gebouwen en brandweerkazernes 3j. - De Lijn, herbekabelen van een 30-tal sites in de verschillende provincies 2,5j. - De Post, samen met Nextiraone, aanpassen bekabeling en vervangen van 200 PABX in kantoren over gans België. - Raamcontract Regie der Gebouwen: Vervanging van de transformatoren die PCB/PCT’s bevatten en aanpassing van de transformatorstations (7 percelen) - Raamcontract Regie der gebouwen: Algemeen onderhoud van de elektrische installaties in de staatsgebouwen (11 percelen) - KU Leuven: elektriciteit - databekabeling -telefonie De ervaring die wij hebben opgedaan in deze raamcontracten hebben we gebruikt om onze organisatie af te stemmen in functie van dergelijke projecten. Het resultaat hiervan weerspiegelt zich in de opgegeven prijszetting. XII-4556-5/10 Magazijn: Om dit alles, goed en efficiënt te kunnen uitvoeren hebben we in Aartselaar een eigen centraal magazijn opgericht dat niet alleen toelaat om de aankoop aan gunstige voorwaarden te bundelen, doch ook om geen tijd te moeten steken in het maken van vele bestelbons, receptioneren en controleren van vele leveringsbons, wat toch heel wat kosten bespaart. Bovendien zijn de goederen dan ook steeds in voorraad om bij dringende opdrachten onmiddellijk van start te gaan. Elke site heeft toegang tot dit magazijn en heeft een zicht op de aanwezige stock. Dagelijks is er een bevoorrading van de verschillende locaties in functie van de lopende opdrachten. Door stock te centraliseren hebben wij een aanzienlijke besparing kunnen realiseren wat zich vertaalt in de opgegeven prijzen. Centrale SAP applicatie: Fabricom GTI nv heeft recentelijk een centrale SAP applicatie in gebruik genomen voor o.a. bestellingen, facturatie en projectopvolging. Elke project- en werfleider heeft toegang tot de desbetreffende modules. Op die manier dienen gegevens slechts 1 maal ingegeven te worden en verlopen een groot aantal processen die vroeger manuele interventies vereisten volledig automatisch. Dit heeft op zijn beurt weer een positieve invloed op de prijszetting. Materieel: Fabricom GTI nv beschikt over een aanzienlijk wagenpark en voldoende apparatuur om deze opdracht volledig uit te voeren met machines en apparatuur in eigen beheer. Projectleiding: De hoofd projectleiding van dit project wordt waargenomen door een beperkt maar ervaren team uit Aartselaar geleid door Buildings Public dat gespecialiseerd is in deze materie. Het is voornamelijk de kost van deze projectleiding die terug te vinden is bij de ‘organisatie van de aanneming’. Een deel van de projectleiding gebeurt uiteraard ook in the field door meewerkende chef monteurs en werfleiders. De kost hiervoor is naar analogie van andere raamcontracten en gebaseerd op praktijkervaring verwerkt in de eenheidsprijzen van de meetstaat. Herstellingen en/of kleine uitbreidingen: Zoals reeds eerder aangehaald beschikken we over een eigen magazijn om dit snel en kostengunstig uit te voeren. Voor dringende aangelegenheden en herstellingswerkzaamheden hebben we een wachtdienst uitgebouwd. In onze offerte is de huidige wachtlijst van techniekers toegevoegd. Deze techniekers worden aangestuurd ofwel rechtstreeks via GSM als ze bij de onmiddellijke uitvoering van het project betrokken zijn, of via externe oproepdienst Tele-Serv dat bovendien de logging van meldingen doet om nadien rapportage naar de projectleiding te bewerkstelligen. Deze dienstverlening kan in functie van het project 24/7 ter beschikking gesteld worden van de klant. In de hoop u met deze informatie een inzicht gegeven te hebben in onze werkmethode en prijscalculatie, zijn we steeds bereid u hierover alle bijkomende verdere inlichtingen te verschaffen.”; Overwegende dat in het niet aan de verzoekende partij met de bestreden beslissing medegedeelde maar in het administratief dossier neergelegde evaluatieverslag van 28 januari 2005 is vastgesteld hetgeen volgt : “Onderzoek van het antwoord van de inschrijver NV Fabricom GTI uit Aartselaar : XII-4556-6/10 Het antwoord vermeldt enkel algemeenheden die nergens verwijzen naar objectieve factoren eigen aan de huidige globale aanneming en die zouden zijn gesteund op de zuinigheid van het bouw- of productieprocédé of van de dienstverlening, of van de gekozen technische oplossingen, of op uitzonderlijke gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of op de originaliteit van het product, het ontwerp of het werk dat de inschrijver aanbiedt. De vermelding van het feit dat zij werden geselecteerd voor andere raamcontracten, die door de Regie der Gebouwen werden uitgeschreven voor werken uit te voeren ten behoeve van Federale Overheidsdiensten, is hier niet relevant en kan niet als een gunstige omstandigheid worden beschouwd noch als een mogelijk supplementair voordeel en ervaring, want deze raamcontracten hebben geen specifieke data-installaties tot doel. Besluit: De verantwoording die de inschrijver in zijn antwoord formuleert is niet in overeenstemming met de bepalingen van artikel 110 van het KB van 08.01.1996 en inzonderheid § 3 van dit artikel. Deze inschrijving dient dus in toepassing van reeds voormeld artikel inzonderheid § 4 2/ als onregelmatig beschouwd en bijgevolg als van rechtswege nietig”; Overwegende dat de verwerende partij met een aangetekende brief van 10 oktober 2005 aan de verzoekende partij meedeelt dat haar offerte “niet werd weerhouden” en haar in bijlage een kopie toezendt van “de gemotiveerde toewijzingsbeslissing”; dat in die beslissing, goedgekeurd door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën op 30 september 2005, de in het geding zijnde opdracht aan de NV Siemens wordt toegewezen, en de verzoekende partij wordt uitgesloten op grond van de volgende overwegingen : “Dat in toepassing van artikel 110 van het K.B. van 08.01.1996 inzonderheid § 4 2/ volgende aannemers werden uitgesloten : De inschrijver N.V. Fabricom GTI uit Aartselaar en de inschrijver N.V. Van Den Berg uit Schelle. Motivering : Gelet op het feit dat het hier gaat om een openbare aanbesteding van werken en er meer dan vier inschrijvingen werden ingediend, werd in toepassing van voormeld artikel (inzonderheid § 4) nagegaan of er geen inschrijvingen zijn waarvan de prijs onder de 85% van het gemiddelde van de in aanmerking te nemen inschrijvingen ligt. En aangezien de ingediende prijs van deze twee voormelde inschrijvers lager is dan deze 85% werd aan deze inschrijvers, in toepassing van voormeld artikel, een verantwoording gevraagd. Na onderzoek van de respectievelijke antwoorden is gebleken dat geen enkel antwoord motiveringen aanbrengt die gebaseerd zijn op objectieve factoren steunend op de zuinigheid van het bouw- en productieprocédé of van die dienstverlening, of van de gekozen technische oplossingen, of op uitzonderlijke gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of op de originaliteit van het product, het ontwerp of het werk dat de inschrijver aanbiedt, zoals in voormeld artikel inzonderheid in § 3 wordt vermeld. Beide inschrijvingen dienen dus (in toepassing van voormeld artikel inzonderheid § 4 2/) als onregelmatig beschouwd en bijgevolg als van rechtswege nietig”; XII-4556-7/10 Overwegende dat bij de beoordeling van de verantwoording van abnormaal bevonden prijzen krachtens artikel 110, §4, het bestuur over een verregaande discretionaire bevoegdheid beschikt die tot twee volledig tegengestelde beslissingen kan leiden, namelijk de onderzochte offerte al dan niet als onregelmatig beschouwen; dat te dezen de voor de verzoekende partij meest ingrijpende maatregel is gekozen, namelijk de onregelmatigheid; dat voorts de mogelijkheid voor inschrijvers tot verantwoording van hun prijs voor het bestuur meebrengt dat zijn beslissing motieven moet bevatten die met die verantwoording verband houden en ermee in verhouding staan; dat deze gegevens met zich meebrengen dat de plicht tot formele motivering te dezen streng moet worden opgevat; Overwegende dat te dezen de verzoekende partij in haar hiervoor aangehaalde verantwoording op uitvoerige wijze naar tal van gegevens betreffende haar bedrijfsvoering heeft verwezen; dat daarentegen de verwerende partij in de bestreden beslissing zoals medegedeeld niet verder komt dan de enkele zinsnede “Is gebleken dat geen enkel antwoord motiveringen aanbrengt die gebaseerd zijn op objectieve factoren steunend op de zuinigheid van het bouw-of productieprocédé of van de dienstverlening, of van de gekozen technische oplossingen, of op uitzonderlijke gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of op de originaliteit van het product, het ontwerp of het werk dat de inschrijver aanbiedt, zoals in voormeld artikel inzonderheid in §3 wordt vermeld” ; dat die beoordeling dan nog gezamenlijk wordt gegeven voor twee inschrijvers, waaronder de verzoekende partij; dat in de huidige stand van de procedure niet moet worden ingegaan op de vraag of hetgeen in het evaluatieverslag is aangevoerd, eveneens mag doorgaan als formele motivering, nu het niet is medegedeeld aan de verzoekende partij; dat daarin immers nauwelijks meer wordt gesteld dan in de bestreden beslissing, die weliswaar naar dat evaluatieverslag verwijst; XII-4556-8/10 Overwegende dat in de eerste plaats het hiervoor aangehaalde motief in de bestreden beslissing te summier lijkt om als afdoende te worden aangemerkt, geplaatst tegenover de hiervoor aangehaalde uitvoerige verantwoording van de verzoekende partij; dat de verwerende partij in haar nota er daarentegen wel in slaagt de diverse gegevens uit de verantwoording op kritische wijze te bespreken; dat echter een dergelijke motivering in een nota, zelfs al mocht ze deugdelijk zijn, de formele motivering van een beslissing niet vermag aan te vullen nadat die beslissing zoals te dezen reeds genomen is; dat overigens het aangehaalde formele motief lijkt uit te gaan van een in rechte verkeerde invulling van de bevoegdheid van een aanbestedende overheid om prijsverantwoordingen te beoordelen; dat te dezen immers het bestuur lijkt aan te nemen dat artikel 110, §3, van het voormelde besluit, die overheid enkel toestaat de in die bepaling opgesomde objectieve factoren daarbij in aanmerking te nemen, hetgeen in tegenstrijd is met de termen van die bepaling volgens dewelke de overheid dergelijke motiveringen in aanmerking “kan” nemen; Overwegende ten slotte dat het geciteerde motief niet feitelijk correct lijkt in zoverre daarin wordt vastgesteld dat helemaal geen objectieve factoren worden ontwaard in de prijsverantwoording die steunen op de zuinigheid van het bouw- of productieprocédé of van de dienstverlening, of uitzonderlijke gunstige omstandigheden; dat immers in de verantwoording juist wel gewag wordt gemaakt van allerlei gegevens die op het eerste gezicht wel - zeker volgens de verzoekende partij - tot zuinigheid bijdragen en die onder meer met de eigenheid van productieprocessen, dienstverlening, ondernemingsintegratie en territoriale spreiding te maken hebben; dat in dat verband niet met de verwerende partij kan worden meegegaan, waar zij in haar nota stelt dat de verantwoording “gratuit” is en “geenszins particulier”; Overwegende dat in de huidige stand van de procedure aldus met de verzoekende partij moet worden aangenomen dat de bestreden beslissing in zoverre ze de verzoekende partij uitsluit, genomen is met schending van de formele motiveringsverplichting zoals vervat in de wet van 29 juli 1991 aangezien deze beslissing te summier en dus niet afdoende is gemotiveerd en voorts de verplichting tot deugdelijke materiële motivering schendt, door zich op een feitelijk niet correct gegeven te steunen ; dat het middel in zoverre ernstig is; dat meteen ook de rechtmatigheid van de beslissing niet meer lijkt vast te staan waar zij de opdracht toewijst aan de NV Siemens, aangezien de offerte van de verzoekende partij ten XII-4556-9/10 onrechte lijkt te zijn geweerd en daardoor vooralsnog niet lijkt te kunnen worden vastgesteld dat toegewezen is aan de laagste regelmatige inschrijver ; Overwegende dat aldus voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  3. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de Regie der Gebouwen, voorgesteld op 25 en 31 maart 2005 en goedgekeurd door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën op 30 september 2005, waarbij de verzoekende partij wordt uitgesloten van een opdracht tot het leveren en plaatsen van infrastructuur voor datacommunicatie ten behoeve van federale overheidsdiensten (bestek nr. 20/3330/DAT/FED/VR/2004) en de opdracht aan de NV Siemens wordt toegewezen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht november 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4556-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.056 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.