id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.058 Rolnummer: A. 165489/IX-5014 Zaak: Arrest 151058 - - 08/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 04:09 Fiche Arrest nr 151.058 van 8 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.058 van 8 november 2005 in de zaak A. 165.489/IX-
- In zake : Yoeri HUYSSEN, wonende te MECHELEN, Arsenaalstraat 31 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegen- woordigd door de afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yoeri HUYSSEN op 26 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de hem op 30 juni 2005 medegedeelde beslissing van SELOR waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor de mondelinge proef van de selectie van inspecteur bij een fiscaal bestuur (examen ANG04837); Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 september 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 24 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die verschijnt in persoon, en van adviseur C. DE VRIES, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5014-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
- Verzoeker heeft zich ingeschreven voor de vergelijkende selecties voor inspecteurs bij een fiscaal bestuur (ANG04837). Hij slaagt voor de schriftelijke proef en kan alzo deelnemen aan de mondelinge proef. Het tweede selectiegedeelte bestaat uit een computergestuurd en schriftelijk gedeelte -het invullen van een computergestuurde persoonlijkheids- vragenlijst en een biografische vragenlijst- en uit een interview dat beoogt de professionele competenties, vaardigheden en attitudes, de motivatie en de affiniteit met het werkterrein van de kandidaten te evalueren. Om te slagen moeten de kandidaten minstens 24 punten op 40 behalen. 1.
- Verzoeker wordt op 26 mei 2005 geïnterviewd. Hij behaalt 19/40 en hij wordt in het proces-verbaal van 27 juni 2005 dan ook niet geslaagd verklaard. Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt aan verzoeker meegedeeld bij brief van 30 juni
- Verzoeker vraagt op 2 juli 2005 aan de verwerende partij nadere informatie. Hij beklaagt er zich voornamelijk over dat hij ook deelgenomen heeft aan het tegelijkertijd georganiseerde examen voor financieel deskundige/verificateur (examen ANG04838), dat hij het interview heeft moeten afleggen op basis van dezelfde persoonlijkheidsvragenlijst en dat het voor hem onverklaarbaar is dat hij voor het ene interview 19 punten op 40 behaalt en voor het andere 29 punten op
- 1.
- In totaal zijn er 41 geslaagden. Zij worden opgenomen in een wervingsreserve die twee jaar geldig is.
- Overwegende dat de Raad van State op 19 oktober 2005 een schrijven van verzoeker heeft ontvangen waarin hij een repliek geeft op de nota met opmerkingen en reageert op het auditoraatsverslag; dat het procedurereglement inzake schorsing niet voorziet in de neerlegging van dergelijke memorie; dat zij als processtuk uit de debatten wordt geweerd; IX-5014-2/4
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat het verzoekschrift vermeldt wat volgt : “Indien er geen schorsing van de tenuitvoerlegging is heb ik een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel wat betreft loon, beroepservaring, anciënniteit en promotiekansen zowel naar loon, bevorderingskansen als pensioen”. dat verzoeker er elders in zijn verzoekschrift ook op wijst dat de geslaagden bij hun indiensttreding “een bepaalde rang (innemen)” die bepalend is voor het verder verloop van hun carrière op het vlak van de voorrang bij openvallende betrekkingen, ten aanzien van de berekening van de wedde en voor de vaststelling van het pensioen; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt dat de kans om niet te slagen inherent is aan elke deelname aan een selectie en dat de daaraan verbonden gevolgen geen ernstig en moeilijk te herstellen nadeel vormen; 4.
- Overwegende dat verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ziet in het feit dat hij, anders dan de kandidaten die wel slaagden in het examen, geen carrière als inspecteur bij het ministerie van Financiën kan aanvatten en dus geen rang kan innemen of anciënniteit opbouwen, terwijl zulks nochtans van belang is voor zijn carrière en zijn pensioen; dat dit materieel nadeel het bewijs bevat dat verzoeker over het vereiste belang beschikt, maar dat daarmee nog niet aangetoond is dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, als bedoeld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, berokkent; dat immers dat nadeel volledig kadert in het risico op mislukking, waarmee elke deelnemer aan een examen van in den beginne rekening moet houden en dat daarom niet als een ernstig nadeel kan worden beschouwd; dat, buiten die algemeenheden, verzoeker geen concrete gegevens overlegt om aan te tonen dat zijn toestand buiten het gewone valt; dat niet voldaan is aan de voorwaarde van het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, IX-5014-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht november 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5014-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.058 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.