id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.121 Rolnummer: A. 112360/XIV-7162 Zaak: Arrest 151121 - - 09/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 04:17 Fiche Arrest nr 151.121 van 9 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.121 van 9 november 2005 in de zaak A. 112.360/XIV-
- In zake : 1.XXX 2.XXX die woonplaats kiezen bij Advocaat P. DE WILDE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 18 juli 1957 en XXX, geboren op 24 augustus 1966, beiden van Albanese nationaliteit, op 29 oktober 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 26 september 2001 tot bevestiging van de beslissingen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 26 februari 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 1 oktober 2001; Gelet op de beschikking van 10 januari 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag d.d. 19 april 2004 opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-7162-1/5 Gelet op de beschikking van 16 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 18 mei 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS, die loco Advocaat P. DE WILDE verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partijen komen België binnen op 18 juli 1999 en verklaren zich vluchteling op 20 september
- 1.
- Op 26 februari 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 26 september 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissingen. Dit zijn de bestreden beslissingen. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal, genomen ten opzichte van XXX, is als volgt gemotiveerd : “(...) Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. De motieven waarop ik mijn beslissing baseer, vindt u op de volgende pagina’s. Buiten dit criterium steun ik mij op de volgende grond, voorzien in art. 52 van de Vreemdelingenwet: kennelijk vreemd aan de criteria van de Conventie van Genève. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. (...) Mijn beslissing is gebaseerd op de volgende motieven: Volgens uw verklaringen hebt u de Albanese nationaliteit. Om uw zoon, die ernstig fysiek gehandicapt is, een betere verzorging te kunnen geven, bent u op 15 september 1999 uit Albanië vertrokken richting België, waar u aankwam op 18 september 1999 en waar u op 20 september 1999 asiel aanvroeg. Er dient te worden opgemerkt dat u ten overstaan van de Dienst Vreemdelingenzaken beweerde geboren te zijn in Gjakove (Kosovo, Joegoslavische Federatie) en dat u vanuit XIV-7162-2/5 Kosovo zou gevlucht zijn omwille van het oorlogsgeweld. Op het Commissariaat-generaal verklaarde u in Grujmir (Albanië) geboren te zijn. Bovendien trok u uw eerder afgelegde verklaringen in verband met uw beweerde problemen in Kosovo, waar u nooit verbleven hebt, volledig in. Door bij uw asielaanvraag, tijdens het verhoor op de Dienst Vreemdelingenzaken en in uw verzoekschrift inzake uw dringend beroep een valse nationaliteit voor te wenden en een gefingeerd vluchtrelaas te vertellen, hebt u getracht de Belgische autoriteiten op intentionele wijze te misleiden. Ten slotte kan nog worden opgemerkt dat u geen feiten of elementen hebt aangebracht waaruit zou kunnen blijken dat u uw land van herkomst, Albanië, verlaten hebt omwille van een gegronde vrees in de zin van de Vluchtelingenconventie of dat u alsnog bij een eventuele terugkeer naar Albanië een dergelijke vrees zou dienen te koesteren. U had nooit problemen met de Albanese autoriteiten (p. 3 van het verhoorverslag). U stelde enkel en alleen uit Albanië vertrokken te zijn om uw zoon een betere verzorging te kunnen bieden. Uit niets blijkt echter dat er omwille van criteria binnen de Conventie van Genève in Albanië een onwil zou bestaan om uw zoon een adequate behandeling te geven. (...)”. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal, genomen ten opzichte van XXX, is als volgt gemotiveerd: “(...) Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. De motieven waarop ik mijn beslissing baseer, vindt u op de volgende pagina’s. Buiten dit criterium steun ik mij op de volgende grond, voorzien in art. 52 van de Vreemdelingenwet: kennelijk vreemd aan de criteria van de Conventie van Genève. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. (...) Mijn beslissing is gebaseerd op de volgende motieven: Volgens uw verklaringen hebt u de Albanese nationaliteit. Om uw zoon, die ernstig fysiek gehandicapt is, een betere verzorging te kunnen geven, bent u op 15 september 1999 uit Albanië vertrokken richting België, waar u aankwam op 18 september 1999 en waar u op 20 september 1999 asiel aanvroeg. Er dient te worden opgemerkt dat u ten overstaan van de Dienst Vreemdelingenzaken beweerde geboren te zijn in Gjakove (Kosovo, Joegoslavische Federatie) en dat u vanuit Kosovo zou gevlucht zijn omwille van het oorlogsgeweld. Op het Commissariaat-generaal verklaarde u in Koplik (Albanië) geboren te zijn. Bovendien trok u uw eerder afgelegde verklaringen in verband met uw beweerde problemen in Kosovo, waar u nooit verbleven hebt, volledig in. Door bij uw asielaanvraag, tijdens het verhoor op de Dienst Vreemdelingenzaken en in uw verzoekschrift inzake uw dringend beroep een valse nationaliteit voor te wenden en een gefingeerd vluchtrelaas te vertellen, hebt u getracht de Belgische autoriteiten op intentionele wijze te misleiden. Ten slotte kan nog worden opgemerkt dat u geen feiten of elementen hebt aangebracht waaruit zou kunnen blijken dat u uw land van herkomst, Albanië, verlaten hebt omwille van een gegronde vrees in de zin van de Vluchtelingenconventie of dat u alsnog bij een eventuele terugkeer naar Albanië een dergelijke vrees zou dienen te koesteren. U had nooit problemen met de Albanese autoriteiten (p. 2 van het verhoorverslag). U stelde enkel en alleen uit Albanië vertrokken te zijn om uw zoon een betere verzorging te kunnen bieden. Uit niets blijkt echter dat er omwille van criteria binnen de Conventie van Genève in Albanië een onwil zou bestaan om uw zoon een adequate behandeling te geven. (...)”. XIV-7162-3/5
- Over de ontvankelijkheid. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt wegens gebrek aan het rechtens vereiste wettelijk belang; dat de verwerende partij aanvoert dat verzoekers op intentionele wijze hebben getracht de Belgische autoriteiten te misleiden; dat verzoekers immers tijdens het verhoor op het Commissariaat-generaal hebben erkend dat zij tijdens het verhoor op de Dienst Vreemdelingenzaken en in hun verzoekschrift dringend beroep onjuiste verklaringen hadden afgelegd; dat zij eerst beweerden afkomstig te zijn uit Kosovo en van daaruit gevlucht te zijn omwille van het oorlogsgeweld, terwijl zij op het Commissariaat-generaal deze verklaringen hebben ingetrokken en meedeelden van Albanië afkomstig te zijn; dat de verwerende partij vervolgt met de opmerking dat verzoekers geen plausibele uitleg hebben gegeven waarom zij de overheid bewust hebben getracht te misleiden, en dat overeenkomstig het “fraus omnia corrumpit” beginsel, geen gunstig gevolg kan worden verleend aan het beroep van verzoekers; dat de verwerende partij besluit dat het beroep onontvankelijk is wegens gebrek aan rechtmatig belang; 2.
- Overwegende dat verzoekers in de memorie van wederantwoord aanvoeren dat zij “tijdens het interview in dringend beroep omstandig hebben verklaard wat is gebeurd en waarom zij aanvankelijk een ander verhaal hebben opgehangen. Verzoekers hebben wel hun juiste identiteit aangetoond en een plausibele uitleg gegeven.”; 2.
- Overwegende dat uit de gegevens van het administratief dossier, uit de bestreden beslissing en uit de memorie van wederantwoord blijkt dat verzoekers bij het begin van de asielprocedure de Belgische autoriteiten hebben misleid en dat zij dit niet betwisten; dat zij immers verklaarden afkomstig te zijn uit Kosovo en op de vlucht te zijn voor het oorlogsgeweld; dat zij tijdens het verhoor op het Commissariaat-generaal terugkwamen op deze verklaringen en meedeelden uit Albanië afkomstig te zijn; dat zij eveneens tijdens dit verhoor verklaarden dat zij oorspronkelijk andere verklaringen hadden afgelegd uit vrees te worden teruggestuurd en dat zij niet terug willen naar Albanië, omdat hun zoon aan een handicap lijdt die daar niet kan worden verzorgd; dat zij verklaarden dat deze handicap wel kan worden behandeld in België en dat er in België aangepaste scholen voor gehandicapten zijn (verhoorverslag Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, p. 2 en 3 verzoeker en p. 2 verzoekster); Overwegende dat verzoekers erkennen dat zij bedrog hebben gepleegd; dat verzoekers een oneigenlijk gebruik hebben gemaakt van de asielprocedure; dat, hoe precair de toestand van de zoon van verzoekers ook moge zijn, het vaststaat dat verzoekers de Belgische asielinstanties hebben misleid, zodat op basis van het algemeen rechtsbeginsel “Fraus omnia corrumpit” (zie ondermeer: Cass., 23 januari 1968, PAS., I, 1968, 649) het XIV-7162-4/5 beroep tot nietigverklaring onontvankelijk en ontoelaatbaar wordt verklaard; dat de exceptie opgeworpen door de verwerende partij gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,05 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-7162-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.121 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.