id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.189 Rolnummer: A. 167146/XII-4558 Zaak: Arrest 151189 - - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 04:25 Fiche Arrest nr 151.189 van 10 november 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.189 van 10 november 2005 in de zaak A. 167.146/XII-4558. In zake : de NV HERBOSCH-KIERE, die woonplaats kiest bij advocaat bij het Hof van Cassatie J. Verbist en advocaat F. Van Nuffel, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20. tussenkomende partij de NV W. KANT CONSTRUCTIES, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Herbosch-Kiere op 24 oktober 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “(
- a)het besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van onbekende datum tot gunning van de opdracht van het bouwen van geluidswerende schermen langs de E17 te Beervelde (bestek nr 16DD/04/70) aan de naamloze vennootschap W. Kant Constructies; en (
- b)het besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van onbekende datum tot niet-gunning van dezelfde opdracht aan verzoekster”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4558-1/4 Gelet op de beschikking van 26 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 november 2005, om 10.30 uur; Gezien het op 7 november 2005 ingediende verzoekschrift waarbij de NV W. Kant Constructies vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Van Nuffel, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste en de derde in het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden betreft, dat de verzoekende partij zich inzake het nadeel beroept op de mogelijkheid om zelf de in het geding zijnde opdracht te kunnen uitvoeren, die zij door de gevraagde schorsing wil vrijwaren; dat zij daarbij ook verwijst naar de referentiewaarde van de opdracht die zich in de kleine markt van de geluidwerende schermen met weinig opdrachten situeert; dat zij voorts haar keuze voor de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid motiveert door naar haar XII-4558-2/4 diligent optreden te verwijzen en naar het risico, dat de bestreden toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijver zou worden betekend en aldus een overeenkomst tot stand zou komen, temeer daar volgens haar de opdracht niet is onderworpen aan de zogenaamde “stand-still”-regeling van artikel 21 bis, §2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zodat het betekeningsrisico “zeer reëel” is; Overwegende dat de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid in haar huidige regeling, zoals de Raad van State reeds uitvoerig heeft vastgesteld onder meer in zijn arrest NV Laboratoria Van Vooren, nr. 127.069 van 13 januari 2004, niet geschikt is om de gewone procedure te zijn die de beoogde rechtsbescherming kan bieden in het domein van de overheidsopdrachten; dat die procedure uitzonderlijk dient te blijven en slechts mag worden aangewend in de gevallen waarin de wet deze uitdrukkelijk voorschrijft zoals in artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en daarnaast in de enkele gevallen dat een gewone vordering tot schorsing te laat zou komen om het nadeel te weren; Overwegende dat te dezen de verwerende partij ter terechtzitting stelt dat het reeds geruime tijd haar praktijk is, zodra zij kennis heeft van welkdanige vorm van schorsingsverzoek bij de Raad van State tegen een toewijzingsbeslissing, om te wachten met de betekening ervan tot na de uitspraak van de Raad van State; dat voorts de aard van de opdracht geen dringende toewijzing lijkt te vereisen; dat er dan ook geen reden is om aan te nemen dat de verwerende partij niet ook zou wachten op de afloop van een gewone schorsingsprocedure bij de Raad van State, waarvan kan worden verwacht dat zij door de verzoekende partij onmiddellijk kan en zal worden ingesteld, in voorkomend geval met afstand van het reeds ingestelde annulatieberoep; dat een betekening tijdens die procedure zelfs strijdig zou lijken met wat van een zorgvuldig handelend bestuur mag worden verwacht; dat aldus niet blijkt dat de gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat zou komen om het aangevoerde nadeel te weren; dat aldus niet is voldaan aan de eerste van de door artikel 17 gestelde voorwaarden, XII-4558-3/4 BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de NV W. Kant Constructies in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenk- omende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4558-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.189 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.941 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div