id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.190 Rolnummer: A. 167588/XIV-23973 Zaak: Arrest 151190 - - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-15 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 04:25 Fiche Arrest nr 151.190 van 10 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.190 van 10 november 2005 in de zaak A. 167.588/XIV-23.
- In zake : XXX verblijvende te é0 MERKSPLAS, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX van Jordaanse nationaliteit, op 9 november 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van een niet nader genoemde beslissing op grond waarvan hij zou worden gerepatrieerd, en waarmee de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 4 november 2005 houdende weigering tot in overwegingname van een vluchtelingenverklaring, blijkt te worden bedoeld; Gelet op de beschikking van 9 november 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 9 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 november 2005 om 11 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. TWAGIRAMUNGU, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; XIV-23.973-1/2 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, wat de ontvankelijkheid betreft, dat de vordering blijkt te zijn gericht tegen de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 4 november 2005 houdende weigering tot in overwegingname van een vluchtelingenverkla- ring; dat de raadsman van de verzoekende partij dit ter terechtzitting bevestigt; dat de verzoekende partij met een eerder verzoekschrift op 4 november 2005 reeds een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen de thans bestreden beslissing heeft ingesteld, waarin identiek dezelfde middelen worden opgeworpen als in de huidige vordering; dat die vordering met ’s Raads arrest nr. 150.978 van 5 november 2005 werd verworpen bij gebrek aan ernstige middelen; dat de verzoekende partij omwille van het gewijsde van dat arrest thans niet meer op ontvankelijke wijze dezelfde middelen kan doen gelden en dat zij geen andere middelen opwerpt; dat deze vaststelling volstaat voor de verwerping van de vordering, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. C. ADAMS. XIV-23.973-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.190 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.