← België

Arrest 151192 - - 10/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.192 Rolnummer: A. 163412/XII-4528 Zaak: Arrest 151192 - - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-25 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-03 04:26 Fiche Arrest nr 151.192 van 10 november 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.192 van 10 november 2005 in de zaak A. 163.412/XII-

  1. In zake : de GEMEENTE HOLSBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren-Duisburg, Merenstraat 28 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
  2. tussenkomende partij : Marc VAN DAMME, wonende te Holsbeek (Nieuwrode), Bessembindersstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Holsbeek op 17 juni 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 9 mei 2005 van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur waarbij het beroepschrift van Marc Van Damme tegen de weigering van 24 maart 2005 van de gemeente Holsbeek om een bestuursdocument openbaar te maken en er uitleg over te verschaffen, deels gegrond en deels zonder voorwerp wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thijs; XII-4528-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 20 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 oktober 2005, welke zitting wordt uitgesteld naar 14 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat P. Van Assche, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor de verwerende partij en van de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thijs; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Marc Van Damme op 11 maart 2005 aan de gemeente Holsbeek om de namen en adressen vraagt van “de zogenaamde ‘peters’ van wandelwegen”, met vermelding van de wandelwegen waarvoor zij instaan, en om een beschrijving van hun opdracht; dat met een brief van 24 maart 2005 namens het schepencollege onder meer geantwoord wordt dat de oprichting van de groep meters en peters het gevolg is van samenwerkingsakkoorden tussen de provincie Vlaams- Brabant, Opbouwwerk Haviland en IGO Leuven, met het oog op een onderhoudssys- teem voor de toeristische routes in de provincie, dat de taak van de meters en peters er in bestaat de gebreken met betrekking tot de bewegwijzering en de staat van de weg aan IGO Leuven te signaleren, en dat het initiatief volledig uitgaat van de provincie “zodat wij als gemeente niet gemachtigd zijn nadere gegevens te verstrekken qua namen en adres van deze meters/peters”; Overwegende dat met een e-mail van 21 april 2005 Marc Van Damme tegen de weigering om hem de namen van de peters mee te delen, en de XII-4528-2/6 wandelwegen waarvoor ze instaan, bij de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur het beroep instelt dat artikelen 22 en volgende van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur organiseren; dat hij in zijn beroepschrift tevens aanvoert geen duidelijke beschrijving van de opdracht van de peters te hebben gekregen; dat de beroepsinstantie bij beslissing van 9 mei 2005 over het beroep uitspraak doet; dat, eensdeels, wordt overwogen dat de gemeente niet ontkent over een lijst te beschikken van peters en van de wandelwegen waarvoor zij instaan, dat zij geen van de uitzonderingen waarin het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur voorziet, kan inroepen om het betrokken bestuursdocument niet openbaar te maken door er een afschrift van te verlenen, en dat het beroepschrift op dit punt gegrond is; dat, anderdeels, de beroepsinstantie vaststelt dat de gemeente wel degelijk de opdracht van de peters heeft beschreven, en dat het beroepschrift wat dat betreft zonder voorwerp is; Overwegende dat Marc Van Damme vraagt in de debatten te mogen tussenkomen; dat hij de begunstigde van de bestreden beslissing is; dat er grond is op zijn verzoek in te gaan en de tussenkomst toe te laten; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich alleen zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan zou zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster in substantie aanvoert : XII-4528-3/6 “Aangezien de verzoekende partij te dezen de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het bestreden besluit van 9 mei 2005 van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, om de eenvoudige reden dat zo de gemeente ertoe gehouden wordt om de desbetreffende namen en adressen van de wandelaars openbaar te maken door er een afschrift van de te verlenen, het bestreden besluit volledig zijn uitwerking zou bekomen en de persoonsgegevens alsdan onherroepelijk bekend zijn. Immers, een eventuele latere vernietiging van de bestreden beslissing kan niet ongedaan maken dat een derde, i.c. de heer Van Damme, alsdan over alle persoonsgegevens beschikt van alle ‘peter en meters’ van de bedoelde wandelwegen. Dat zoals reeds aangehaald bij de bespreking van het rechtens vereiste belang, de verzoekende partij mogelijks aansprakelijk zal kunnen worden gesteld van de eventuele schade die zou voortvloeien uit de ter beschikking stelling van de gevraagde persoonsgegevens; Daarenboven stellen de gevraagde gegevens -lijst van namen en adressen- de betrokkene in staat om de desbetreffende personen persoonlijk te contacteren, hetgeen mogelijkerwijze tot gevolg zal hebben dat deze personen -het blijven per slot van rekening vrijwilligers- zouden afhaken en het project -dat enkel tot doel heeft de overheid te informeren omtrent de toestand van de wandelwegen en de bewegwijzering- een stille dood zou sterven. Dat aldus het nadeel dat de ter beschikking stelling van de lijst met namen en adressen van de ‘peters en meters’ kan veroorzaken, niet meer herstelbaar is middels een annulatiearrest eens dit nadeel zich heeft gerealiseerd. Immers, alsdan beschikt de betrokkene immers over de persoonsgegevens, of omgekeerd, werden de namen en adressen van de ‘peters’ openbaar gemaakt, hetgeen uiteraard niet ongedaan kan worden gemaakt”; Overwegende dat aldus verzoekster als nadeel doet gelden het risico dat zij voor eventuele schade aansprakelijk zal worden gesteld en het gevaar dat peters en meters zullen afhaken; Overwegende, in verband met het eerste nadeel, dat de verwerende partij niet zonder pertinentie opmerkt dat de bestreden beslissing uitgaat van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, dat verzoekster er geen deel aan heeft gehad, maar er “slechts louter uitvoering” dient aan te geven; dat alleszins in de huidige stand van zaken niet goed valt in te zien hoe de aansprakelijkheid van verzoekster in het gedrang kan komen doordat zij, haar initiële weigering ten spijt, uiteindelijk door de verwerende partij verplicht wordt een lijst van zogenaamde peters van wandelwegen, en de wandelwegen waarvoor ze instaan, openbaar te maken; XII-4528-4/6 Overwegende, in verband met het tweede nadeel, dat het te hypothetisch is; dat de tussenkomende partij op het eerste gezicht terecht er op wijst dat de betrokken meters en peters er vrijwillig voor gekozen hebben mee te werken aan een door het bestuur gestructureerde en gevraagde adviesverlening, zijnde “een bij uitstek openbare aangelegenheid”; dat, tevens, vooralsnog niet blijkt dat zij daarbij welkdanig voorbehoud ook hebben doen gelden; dat het dan ook geenszins voor de hand ligt dat de bevolen openbaarmaking er toe zal leiden dat zij hun medewerking staken; dat dit des te minder waarschijnlijk is waar met de verwerende partij moet worden vastgesteld “dat omtrent het ‘peter’- en meterschap al heel wat publiciteit (gemeentelijke infokrant; website provincie; lokale media (stukkenbundel verzoekster)) werd gevoerd - inbegrepen samenkomsten en publiekelijk gemaakt fotomateriaal - zonder dat blijkbaar één peter of meter om die reden haar deelname heeft stopgezet”; dat ook de vaststelling dat de gemeente het besproken nadeel nog niet eerder heeft doen gelden, en meer bepaald niet ter ondersteuning van haar weigering van 24 maart 2005, de overtuigingskracht ervan geen goed doet; Overwegende dat het aangevoerde nadeel niet de voor een schorsing vereiste ernst vertoont; dat aldus tenminste één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet is vervuld; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van Marc Van Damme in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-4528-5/6 Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november 2005, door : de HH. J. LUST, staatsraad, wnd. kamervoorzitter F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4528-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.192 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.250 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.