id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.199 Rolnummer: A. 160640/VII-33639 Zaak: Arrest 151199 - Milieuvergunningen - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 04:29 Fiche Arrest nr 151.199 van 10 november 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.199 van 10 november 2005 in de zaak A. 160.640/VII-33.
- In zake :
- Pieter MARIEN,
- Wim WEETJENS,
- Erik EVERAERTS,
- Pieter DE DONDER, die woonplaats kiezen bij advocaten K. GEELEN en I. DEDECKER kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat
- tussenkomende partij : de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.), die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pieter MARIËN, Wim WEETJENS, Erik EVERAERTS en Pieter DE DONDER op 7 maart 2005 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 30 december 2004 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, waarbij de beroepen aangetekend tegen het besluit van 8 juli 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de n.v. BIAC, om de Luchthaven Brussel Nationaal, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg verder te exploiteren en te veranderen door toevoeging, voor een termijn tot 8 juli 2024, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het beroepen besluit deels wordt gewijzigd en wordt bevestigd voor het overige; VII-33.639-1/6 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. GEELEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende, wat de rechtspleging betreft, dat de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.), begunstigde van de bestreden vergunning, met een verzoekschrift van 25 maart 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; VII-33.639-2/6 3.1.
- Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen aanvoeren dat zij allen wonen in Steenokkerzeel, in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven, op afstanden die variëren van 750 tot 1.700 meter van de start- en landingsbanen; dat zij zich beroepen op geluidsoverlast ten gevolge van het overvliegen van hun woningen op geringe hoogte en op een dichte afstand, en van het groot aantal vliegbewegingen; dat zij verwijzen naar een subadvies van de afdeling preventieve en sociale gezondheidszorg, waarin gesteld wordt dat "luchthavensystemen in het algemeen, en ook dat te Zaventem, (...) potentiële bronnen van gezondheidsschadende milieudruk (zijn)" en dat er "talrijke aanwijzingen (zijn) dat de uitbating te Zaventem ook in realiteit aanleiding geeft tot aanzienlijke gezondheidsschade"; 3.1.
- Overwegende dat de verwerende partij hier in haar nota onder meer op repliceert dat de bestreden beslissing enkel een vergunning verleent voor het verder uitbaten van het vliegveld, en niet voor het veranderen van de start- en landingsbanen, zodat de bestreden beslissing niets verandert aan de situatie van de verzoekende partijen; dat zij aanvoert dat "het algemene economische belang" zwaarder weegt dan het belang van de verzoekende partijen, en dat personen die zich vestigen in de buurt van een bestaande luchthaven er zich bewust moeten van zijn dat dit geen geluidsarme omgeving is; dat zij voorts doet gelden dat de verzoekende partijen geen concreet beeld geven van hun eigen, persoonlijke situatie en gezondheidstoestand; dat de verwerende partij ten slotte nog stelt dat een eventuele latere vernietiging van de bestreden beslissing kan volstaan om aan de verzoekende partijen een genoegzaam herstel van het ingeroepen nadeel te waarborgen; 3.1.
- Overwegende dat de tussenkomende partij op de eerste plaats antwoordt dat de vermeende nadelige effecten niet voortvloeien uit de bestreden beslissing, doch uit het gebruik van de landingsbanen en de emissievoorschriften terzake het geluid, die "federaal" worden geregeld; dat zij vervolgt dat "minstens ook kan gesteld worden dat de bestreden beslissing geen versoepeling inhoudt van de eerder opgelegde voorwaarden in de milieuvergunning ... van 29 september 2000"; dat zij er op wijst dat de mogelijke hinderlijke effecten van de luchthavenactiviteiten aan de hand van vele onderzoeken door bevoegde deskundigen en adviezen van diverse adviesverlenende organen, op een zorgvuldige wijze werden onderzocht voorafgaand aan en tijdens de behandeling van de milieuvergunningsaanvraag, en dat de milieuaspecten voortdurend opgevolgd worden ; dat zij voorts doet gelden dat de VII-33.639-3/6 verzoekende partijen zich beperken "tot het opsommen van een aantal algemeenheden", doch geen concreet nadeel aantonen; 3.2.
- Overwegende dat de bestreden beslissing een milieuvergunning verleent aan de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.) om het vliegveld Luchthaven Brussel Nationaal te Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg, verder te exploiteren en te veranderen; Overwegende dat de verandering slaat op de toevoeging van percelen en op aanpassingen ingevolge wijzigingen van perceelnummers; dat de toegevoegde percelen terreinen betreffen die ofwel ongebruikt tussen de andere percelen liggen, ofwel worden gebruikt door andere exploitanten aan wie reeds de nodige vergunningen werden verleend; dat de partijen niet betwisten dat het aspect "verandering" van geen belang is voor de zaak, en dan ook buiten beschouwing kan worden gelaten; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen, gelet op de ligging van hun percelen, door de door de bestreden beslissing vergunde verdere exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal ongetwijfeld voort grote geluidshinder ondergaan, met de daaraan verbonden ongemakken en lasten; 3.2.
- Overwegende dat het nadeel evenwel ook moeilijk te herstellen moet zijn in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat in geval van vernietiging van de bestreden milieuvergunning de exploitatie van de betrokken luchthaven in rechte niet meer op grond van die vergunning kan worden voortgezet, en de ingeroepen nadelen die door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden veroorzaakt, niet meer moeten worden ondergaan; dat dit impliceert dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde maar is voldaan, wanneer de aangevoerde nadelen zo zwaar zijn dat ze ook niet tijdelijk, met name tot de uitspraak over het annulatieberoep, kunnen worden verdragen; dat bij de beoordeling daarvan ook de gevolgen voor derden van een schorsing van de bestreden beslissing kunnen worden betrokken; 3.2.
- Overwegende dat bij het beoordelen van dit aspect van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel er vooreerst moet worden aan herinnerd dat de bestreden beslissing in hoofdzaak de hernieuwing van de bestaande milieuvergunning voor de exploitatie van de nationale luchthaven betreft; dat de nadelen gerelateerd aan die VII-33.639-4/6 exploitatie niet nieuw zijn en reeds jarenlang worden ondergaan, onder meer ten gevolge van de vorige milieuvergunning van 29 september 2000; Overwegende bovendien dat de verzoekende partijen ter terechtzitting hebben gesteld niet de stillegging van de nationale luchthaven als uiteindelijk doel na te streven; dat daarentegen blijkt dat zij de schorsing van de exploitatie van de luchthaven veeleer als een middel pogen aan te wenden, algemeen, om de nadelige gevolgen van die exploitatie zoveel als mogelijk te beperken, en, meer in het bijzonder, om een voor hen gunstiger spreiding van het aantal vliegbewegingen af te dwingen; dat, in alle redelijkheid, moet worden vastgesteld dat dit gehanteerde middel onevenredig is met het nagestreefde einddoel; dat immers, vermits de bestreden vergunning in de plaats is getreden van de in eerste aanleg op 8 juli 2004 door de bestendige deputatie verleende vergunning -en trouwens tegen die in eerste aanleg verleende vergunning ook een op grond van artikel 23, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : het milieuvergunningsdecreet) schorsend administratief beroep werd ingesteld door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel- de gevorderde schorsing tot gevolg zou hebben dat de tussenkomende partij niet meer beschikt over een uitvoerbare milieuvergunning, dewelke, op grond van artikel 4, § 1, van het milieuvergunningsdecreet, nodig is om de nationale luchthaven te exploiteren; dat een mogelijke maandenlange volledige stopzetting van de uitbating van die luchthaven enorme economische, financiële, sociaal-economische, en sociaal-culturele gevolgen zou teweegbrengen voor bedrijven, werknemers, en de talloze personen die als reiziger van de luchthaven gebruik maken; dat daarbij nog moet worden bedacht dat die enorme gevolgen zouden worden teweeggebracht louter op grond van een prima facie onderzoek van de “ernst” van de middelen, welk onderzoek per definitie enkel tot voorlopige conclusies kan leiden, vermits het alleen kan gevoerd worden met inachtneming van de thans, in het kort geding, voorliggende gegevens en argumenten; dat bovendien het werkelijke einddoel van de verzoekende partijen kan worden benaarstigd met andere rechtsmiddelen en -gedingen, rechtstreeks gericht tegen de spreiding zelf van de vliegbewegingen, en die niet tot een volledige stopzetting van de exploitatie van de nationale luchthaven moeten leiden; dat dergelijke rechtsgedingen trouwens ook daadwerkelijk blijken te worden gevoerd; Overwegende dat uit al die elementen moet worden besloten dat niet is aangetoond dat de ingeroepen nadelen voldoende zwaar en dermate moeilijk VII-33.639-5/6 te herstellen zijn, om een schorsing met dergelijke vérstrekkende gevolgen te rechtvaardigen; dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel 1 . Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.) in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, wnd kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS staatsraad Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.639-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.199 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.230.410 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div