← België

Arrest 151201 - - 10/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.201 Rolnummer: A. 161681/VII-33855 Zaak: Arrest 151201 - - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 04:30 Fiche Arrest nr 151.201 van 10 november 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.201 van 10 november 2005 in de zaak A. 161.681/VII-33.

  1. In zake : de gemeente WEMMEL, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat
  2. tussenkomende partij : de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.), die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente WEMMEL op 13 april 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 30 december 2004 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, waarbij de beroepen aangetekend tegen het besluit van 8 juli 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de n.v. BIAC, om de Luchthaven Brussel Nationaal, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg verder te exploiteren en te veranderen door toevoeging, voor een termijn tot 8 juli 2024, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het beroepen besluit deels wordt gewijzigd en wordt bevestigd voor het overige; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-33.855-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. FLAMEY, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Overwegende, wat de rechtspleging betreft, dat de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.), begunstigde van de bestreden vergunning, met een verzoekschrift van 3 mei 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd;
  5. Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij opwerpen dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn;
  6. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen VII-33.855-2/7 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.1.
  7. Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partij stelt een gemeente te zijn uit de zogenaamde "Noordrand", gelegen ten noordwesten van de luchthaven Brussel-Nationaal, "binnen een straal van twintig kilometer" van die luchthaven; dat zij aanvoert dat zij ten gevolge van de exploitatie van de luchthaven "ondraaglijke geluidshinder" door opstijgende vliegtuigen ondervindt; dat zij vervolgens de configuratie schetst van de stijgings- en de landingsactiviteiten en van de vliegbewegingen voortvloeiend uit het spreidingsplan van de vluchten, en de landingen die de inwoners van de zogenaamde Oostrand te verwerken krijgen vergelijkt met het aantal opstijgingen boven de Noordrand; dat zij vervolgt dat de "overmatige blootstelling aan (vliegtuig)lawaaihinder (...) uitermate ernstige gezondheidsimplicaties (heeft)", en wijst op een aantal gezondheidseffecten; dat zij tevens refereert aan de door haarzelf "zeer ruim" genoemde definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie, die gezondheid omschrijft als "een toestand van volkomen fysisch, mentaal en sociaal welbevinden en dus niet enkel de afwezigheid van ziekte of gebrekkigheid"; dat zij aanvoert dat onthouding van slaap een ernstig effect is van omgevingslawaai, en een element van onmenselijke en vernederende behandeling en zelfs foltering in de zin van artikel 3 van het E.V.R.M.; dat zij verwijst naar een subadvies van de afdeling preventieve en sociale gezondheidszorg dat concludeert dat de luchthaven van Zaventem een potentiële bron is van "gezondheidsschadende milieudruk"; dat zij besluit : "De gemeente Wemmel lijdt een MTHEN door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit waardoor de luchthaven - zonder enige voorwaarde betreffende de beheersing van het luchtlawaai - voor een periode van twintig jaar verder mag worden geëxploiteerd. De overmatige geluidshinder die de gemeente Wemmel (en zijn inwoners) moeten ondergaan, doorkruisen immers het beleid van de gemeente Wemmel zowel op het vlak van milieu, ruimtelijke ordening en gezondheid. De beleidsvrijheid van de gemeente Wemmel om effectief op te treden in deze domeinen wordt drastisch ingeperkt en verstoord door de ondraaglijke geluidshinder die zij moeten ondergaan. Daarenboven tast het bestreden besluit, door de milieuvergunning voor de verdere exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal te verlenen zonder een rem te zetten op de ondraaglijke geluidshinder, het vermogen, de eer en goede naam van de gemeente Wemmel (en overigens van alle gemeenten van de Noordrand) aan. Zodoende wordt de reputatie van die gemeenten als gemeente waar het aangenaam en gezond wonen is, aangetast. Het spreekt voor zich dat, ingeval de inwoners van deze gemeenten wegtrekken omwille van de geluidsoverlast en ingeval er minder nieuwe inwoners worden aangetrokken, de gemeenten niet enkel geraakt worden in hun morele vermogen doch ook in hun VII-33.855-3/7 materiële vermogen (minder inkomsten uit belastingen). Zodoende komen deze gemeenten in een neerwaartse spiraal, hetgeen het ernstige nadeel moeilijk herstelbaar maakt in hoofde van verzoekende partij"; 4.1.
  8. Overwegende dat de verwerende partij hier in haar nota onder meer op repliceert dat niet op grond van concrete en verifieerbare gegevens wordt aangetoond hoe de gemeente de geluidshinder precies ondervindt; dat zij er op wijst dat in de gemeente Wemmel geen metingspost is opgesteld, zodat de hinder moet worden bepaald op grond van de metingen in de dichtst bij gelegen meetpunten te Grimbergen en Meise, en dat het niet duidelijk is op welke wijze de meetresultaten van deze punten representatief zijn voor de hinder boven Wemmel; dat zij vervolgt dat het feit dat in de gemeente Wemmel geen vast meetpunt aanwezig is, laat veronderstellen dat het hinderprobleem op die plaats minder ernstig is; dat zij vervolgt dat het aangevoerde nadeel niet het rechtstreeks gevolg is van de bestreden beslissing, maar van het spreidingsplan dat wordt vastgesteld door de federale overheid; dat zij voorts doet gelden dat de verzoekende partij niets zegt over het nadeel dat zij persoonlijk ondervindt, en niet uitlegt welk het verband is tussen de geluidshinder die haar bewoners moeten ondergaan en het door haar aan te tonen persoonlijk nadeel; dat zij vervolgens het volgende aanvoert : "De verzoekende partij kan er in dit verband niet mee volstaan te suggereren dat het gemeentelijke beleid op het vlak van het milieu, de ruimtelijke ordenheid (sic) en de gezondheid wordt doorkruist. Het concrete, en overigens niet- toegelichte beleid wordt noodzakelijk bepaald door dwingende randvoorwaarden, zoals de geografische ligging van de gemeente. De gemeente Wemmel ligt in de nabijheid van de hoofdstad, in een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, en in de omgeving van een internationale luchthaven. Deze randvoorwaarden zijn anders dan voor een bergdorp in de Himalaya. En nogmaals, daaraan is de bestreden beslissing hoe dan ook vreemd.
  9. De verzoekende partij omschrijft het nadeel tegelijk als moreel (goede faam van de gemeente als plek waar het aangenaam en gezond wonen is) en materieel (vertrek van inwoners, met fiscale minderontvangsten als gevolg). Het morele nadeel is niet bewezen, en louter hypothetisch. Uit niets blijkt dat de bestreden beslissing de faam van de gemeente in de negatieve zin beïnvloedt. De initiële goede faam wordt niet toegelicht. De verzoekende partij legt niet uit hoe de perceptie door de bestreden beslissing over de gemeente wordt gewijzigd. Het wordt niet aangetoond dat het aantal inwoners vermindert, of dreigt te verminderen. Er zijn evenmin (objectieve) gegevens over een verminderde aantrekkingskracht van de gemeente voor handel en economische activiteiten in het algemeen. Indien er al een aanvaardbare dreiging van verlies aan inwoners en fiscale ontvangsten zou zijn, dan nog is dat verlies van louter financiële aard, en dus per definitie niet onherstelbaar. 12.Het eventuele nadeel dat de verzoekende partijen opwerpen is niet moeilijk te herstellen, in die zin dat het een schorsing zou verantwoorden. Het eventuele nadeel van de verzoekende partijen wordt niet onomkeerbaar wanneer de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet wordt geschorst. VII-33.855-4/7 Een eventuele latere vernietiging van de bestreden beslissing kan volstaan om aan de verzoekende partijen een genoegzaam herstel van het ingeroepen nadeel te waarborgen (R.v.St. nr. 39.064; 38.385; 37.040; 36.236). Er is geen MTHEN. 3.
  10. Belangenafweging
  11. Indien aanwezig, moet het beweerde ernstige nadeel worden vergeleken met de gevolgen van de schorsing, die nog erger zijn. Zelfs indien alle voorwaarden van de schorsing van de tenuitvoerlegging aanwezig zijn, quod certe non, dan hoeft de schorsing niet te worden bevolen indien uit de belangenafweging blijkt dat de gevolgen van de schorsing niet te verkiezen zijn boven die van de verwerping ervan. (E. LANCKSWEERDT, Het administratief kort geding, Antwerpen, Kluwer, 1993, 140 en 267). Wanneer de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (en dus de vergunning) zou worden geschorst dient de uitbating van de nationale luchthaven te worden stopgezet. Wanneer men het belang van de verzoekende partij afweegt tegen het algemene economische belang, is het duidelijk dat dit laatste zwaarder doorweegt (R.v.St. nr. 33.144; 34.359) (cf. ook onder weerlegging van het tweede middel). Het directe en indirecte aandeel van de activiteit van en om de nationale luchthaven in het BNP kan niet worden onderschat"; 4.1.
  12. Overwegende dat de tussenkomende partij op de eerste plaats antwoordt dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partij zelf blijkt dat de vermeende nadelige effecten niet voortvloeien uit de bestreden beslissing, doch uit de beslissingen van de federale regering inzake het spreidingsplan; dat zij er op wijst dat ook de emissievoorschriften terzake het geluid voor de luchthaven "federaal" worden geregeld; dat zij vervolgt dat "minstens ook kan gesteld worden dat de bestreden beslissing geen versoepeling inhoudt van de eerder opgelegde voorwaarden in de milieuvergunning ... van 29 september 2000"; dat zij er op wijst dat de mogelijke hinderlijke effecten van de luchthavenactiviteiten aan de hand van vele onderzoeken door bevoegde deskundigen en adviezen van diverse adviesverlenende organen, op een zorgvuldige wijze werden onderzocht voorafgaandelijk aan en tijdens de behandeling van de milieuvergunningsaanvraag; dat zij met betrekking tot het voor de inrichting ongunstig subadvies van de afdeling preventieve en sociale gezondheidszorg onder meer doet gelden dat dit werd weerlegd door de gewestelijke milieuvergunningscommissie, waarvan de genoemde afdeling ook deel uitmaakt, en dat die commissie unaniem gunstig adviseerde; dat zij vervolgt dat algemeen gesteld kan worden dat de gemeente Wemmel "volgens alle gebruikelijke criteria" helemaal niet getroffen wordt door "onverdraaglijke hinder", en dat de geluidsmetingen die werden uitgevoerd in de gemeenten Grimbergen en Meise geenszins representatief zijn voor de gemeente Wemmel; dat zij ten slotte nog aanvoert dat er geen afname is van de bevolking van de gemeente, dat nergens uit blijkt dat de inwoners die de gemeente verlaten dit doen als rechtstreeks gevolg van de exploitatie van de VII-33.855-5/7 luchthaven, en dat het ingeroepen moreel nadeel niet kan worden aanvaard aangezien een later annulatiearrest een afdoende morele genoegdoening kan schenken; 4.2.
  13. Overwegende dat de bestreden beslissing een milieuvergunning verleent aan de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.) om het vliegveld Luchthaven Brussel Nationaal te Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg, verder te exploiteren en te veranderen; Overwegende dat de verandering slaat op de toevoeging van percelen en op aanpassingen ingevolge wijzigingen van perceelnummers; dat de toegevoegde percelen terreinen betreffen die ofwel ongebruikt tussen de andere percelen liggen, ofwel worden gebruikt door andere exploitanten aan wie reeds de nodige vergunningen werden verleend; dat de partijen niet betwisten dat het aspect "verandering" van geen belang is voor de zaak, en dan ook buiten beschouwing kan worden gelaten; 4.2.
  14. Overwegende dat de verzoekende partij, de gemeente Wemmel, stelt een gemeente te zijn uit de zogenaamde "Noordrand", gelegen ten noordwesten van de luchthaven Brussel-Nationaal, "binnen een straal van twintig kilometer" van die luchthaven, en aanvoert dat zij ten gevolge van de exploitatie van de luchthaven "ondraaglijke geluidshinder" door opstijgende vliegtuigen ondervindt; dat een gemeente evenwel zelf geen geluidshinder, noch daarmee eventueel gepaard gaande gezondheidsproblemen kan ondervinden; dat de hierop betrekking hebbende aangevoerde nadelen geen persoonlijke nadelen in hoofde van de verzoekende partij zijn, en alleen daarom reeds niet in aanmerking kunnen worden genomen; 4.2.
  15. Overwegende, met betrekking tot de aangevoerde hierboven geciteerde persoonlijke nadelen, dat niet valt in te zien hoe "de overmatige geluidshinder die de gemeente Wemmel (en zijn inwoners) moeten ondergaan", het beleid en de beleidsvrijheid van die gemeente op het vlak van milieu, ruimtelijke ordening of gezondheid zou kunnen "doorkruisen" of "drastisch inperken"; dat evenmin valt te begrijpen hoe de bestreden beslissing tot hernieuwing van de milieuvergunning voor de exploitatie van de reeds jarenlang bestaande nationale luchthaven de verzoekende partij op ernstige wijze zou belemmeren in de uitoefening van haar gemeentelijke taken en bevoegdheden; dat, in alle redelijkheid, niet kan worden aangenomen dat de bestreden beslissing in enigerlei mate "het vermogen, de eer en goede naam" van de verzoekende gemeente aantast; dat de verzoekende partij VII-33.855-6/7 in haar uiteenzetting niet concreet aannemelijk maakt dat veel van haar inwoners de gemeente zullen verlaten ten gevolge van de hernieuwing van de betrokken milieuvergunning; dat aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, zodat de vordering moet worden afgewezen, BESLUIT: Artikel 1 . Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.) in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  16. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  17. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS staatsraad Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.855-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.201 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.