id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.202 Rolnummer: A. 161682/VII-33856 Zaak: Arrest 151202 - Milieuvergunningen - 10/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-03 04:31 Fiche Arrest nr 151.202 van 10 november 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.202 van 10 november 2005 in de zaak A. 161.682/VII-33.
- In zake : Lodewijk VAN DESSEL, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat
- tussenkomende partij : de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.), die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lodewijk VAN DESSEL op 13 april 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 30 december 2004 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, waarbij de beroepen aangetekend tegen het besluit van 8 juli 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de n.v. BIAC, om de Luchthaven Brussel Nationaal, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg verder te exploiteren en te veranderen door toevoeging, voor een termijn tot 8 juli 2024, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het beroepen besluit deels wordt gewijzigd en wordt bevestigd voor het overige; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-33.856-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. FLAMEY, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende, wat de rechtspleging betreft, dat de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.), begunstigde van de bestreden vergunning, met een verzoekschrift van 3 mei 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd;
- Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij opwerpen dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen VII-33.856-2/8 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.1.
- Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoeker stelt een inwoner te zijn van de gemeente Wemmel, gelegen ten noordwesten van de luchthaven Brussel-Nationaal, en dat zijn woning gelegen is "binnen een straal van twintig kilometer" van die luchthaven; dat hij aanvoert dat "de inwoners van de gemeente Wemmel" ten gevolge van de exploitatie van de luchthaven "ondraaglijke geluidshinder" door opstijgende vliegtuigen ondervinden; dat hij vervolgens de configuratie schetst van de stijgings- en de landingsactiviteiten en van de vliegbewegingen voortvloeiend uit het spreidingsplan van de vluchten, en de landingen die de inwoners van de zogenaamde Oostrand te verwerken krijgen vergelijkt met het aantal opstijgingen boven de Noordrand; dat hij vervolgt dat de "overmatige blootstelling aan (vliegtuig)lawaaihinder (...) uitermate ernstige gezondheidsimplicaties (heeft)", en wijst op een aantal gezondheidseffecten ; dat hij tevens refereert aan de door hemzelf "zeer ruim" genoemde definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie, die gezondheid omschrijft als "een toestand van volkomen fysisch, mentaal en sociaal welbevinden en dus niet enkel de afwezigheid van ziekte of gebrekkigheid"; dat hij aanvoert dat onthouding van slaap een ernstig effect is van omgevingslawaai, en een element van onmenselijke en vernederende behandeling en zelfs foltering in de zin van artikel 3 van het E.V.R.M.; dat hij verwijst naar een subadvies van de afdeling preventieve en sociale gezondheidszorg dat concludeert dat de luchthaven van Zaventem een potentiële bron is van "gezondheidsschadende milieudruk"; dat hij besluit dat hij "ernstige en onherstelbare schade lijdt ten gevolge van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning voor de verdere exploitatie van de luchthaven gedurende een periode van twintig jaar die in geen enkele daadkrachtige maatregel voorziet om de hinder ten gevolge van de exploitatie te beperken tot een aanvaardbaar niveau"; 4.1.
- Overwegende dat de verwerende partij hier in haar nota onder meer op repliceert dat de verzoeker "geen letter besteedt aan een concrete toelichting van het nadeel dat hij persoonlijk ondervindt", en dat de desbetreffende uiteenzetting bestaat uit een letterlijke overname van de omschrijving van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit de parallelle vordering tot schorsing die de gemeente Wemmel tegen het bestreden besluit heeft ingediend; dat zij stelt dat de verstrekte gegevens onvoldoende concreet zijn om de ernst van de reële geluidshinder te kunnen beoordelen; dat zij er op wijst dat in de gemeente Wemmel geen vast meetpunt VII-33.856-3/8 aanwezig is, en dat dit laat veronderstellen dat het hinderprobleem op die plaats minder ernstig is; dat zij vervolgt dat het aangevoerde nadeel niet het rechtstreeks gevolg is van de bestreden beslissing, maar van het spreidingsplan dat wordt vastgesteld door de federale overheid; dat zij voorts doet gelden dat de verzoeker geen concreet beeld geeft van zijn persoonlijke gezondheidstoestand, doch zich beperkt tot het aanhalen van algemene studies over de schadelijke gevolgen van vliegtuiglawaai; dat zij vervolgt : "3.
- Belangenafweging
- Indien aanwezig, moet het beweerde ernstige nadeel worden vergeleken met de gevolgen van de schorsing, die nog erger zijn. Zelfs indien alle voorwaarden van de schorsing van de tenuitvoerlegging aanwezig zijn, quod certe non, dan hoeft de schorsing niet te worden bevolen indien uit de belangenafweging blijkt dat de gevolgen van de schorsing niet te verkiezen zijn boven die van de verwerping ervan (E. LANCKSWEERDT, Het administratief kort geding, Antwerpen, Kluwer, 1993, 140 en 267). Wanneer de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (en dus de vergunning) zou worden geschorst dient de uitbating van de nationale luchthaven te worden stopgezet. Wanneer men het belang van de verzoekende partij afweegt tegen het algemene economische belang, is het duidelijk dat dit laatste zwaarder doorweegt (R.v.St. nr. 33.144; 34.359) (cf. ook onder weerlegging van het tweede middel). Het directe en indirecte aandeel van de activiteit van en om de nationale luchthaven in het BNP kan niet worden onderschat. Bij de balangenafweging kan ook rekening worden gehouden met de anterioriteit. Personen die zich (later) vestigen in de buurt van een bestaande luchthaven moeten zich er bewust van zijn dat dit geen geluidsarme omgeving is. Het past dat de verzoekende partij uitlegt wanneer en in welke omstandigheden hij in zijn woning is komen wonen"; 4.1.
- Overwegende dat de tussenkomende partij op de eerste plaats antwoordt dat uit de uiteenzetting van de verzoeker zelf blijkt dat de vermeende nadelige effecten niet voortvloeien uit de bestreden beslissing, doch uit de beslissingen van de federale regering inzake het spreidingsplan ; dat zij er op wijst dat ook de emissievoorschriften terzake het geluid voor de luchthaven "federaal" worden geregeld; dat zij vervolgt dat "minstens ook kan gesteld worden dat de bestreden beslissing geen versoepeling inhoudt van de eerder opgelegde voorwaarden in de milieuvergunning ... van 29 september 2000"; dat zij er op wijst dat de mogelijke hinderlijke effecten van de luchthavenactiviteiten aan de hand van vele onderzoeken door bevoegde deskundigen en adviezen van diverse adviesverlenende organen, op een zorgvuldige wijze werden onderzocht voorafgaandelijk aan en tijdens de behandeling van de milieuvergunningsaanvraag; dat zij met betrekking tot het voor de inrichting ongunstig subadvies van de afdeling preventieve en sociale gezondheidszorg onder meer doet gelden dat dit werd weerlegd door de gewestelijke VII-33.856-4/8 milieuvergunningscommissie, waarvan de genoemde afdeling ook deel uitmaakt, en dat die commissie unaniem gunstig adviseerde; dat zij vervolgt dat algemeen gesteld kan worden dat de verzoeker "volgens alle gebruikelijke criteria" helemaal niet getroffen wordt door "onverdraaglijke hinder", en dat de geluidsmetingen die werden uitgevoerd in de gemeenten Grimbergen en Meise geenszins representatief zijn voor de gemeente Wemmel; 4.2.
- Overwegende dat de bestreden beslissing een milieuvergunning verleent aan de n.v. Brussels International Airport Company (B.I.A.C.) om het vliegveld Luchthaven Brussel Nationaal te Zaventem, Steenokkerzeel, Machelen en Kortenberg, verder te exploiteren en te veranderen; Overwegende dat de verandering slaat op de toevoeging van percelen en op aanpassingen ingevolge wijzigingen van perceelnummers; dat de toegevoegde percelen terreinen betreffen die ofwel ongebruikt tussen de andere percelen liggen, ofwel worden gebruikt door andere exploitanten aan wie reeds de nodige vergunningen werden verleend; dat de partijen niet betwisten dat het aspect "verandering" van geen belang is voor de zaak, en dan ook buiten beschouwing kan worden gelaten; 4.2.
- Overwegende dat de verzoeker stelt een inwoner te zijn van de gemeente Wemmel, gelegen ten noordwesten van de luchthaven Brussel-Nationaal, en dat zijn woning gelegen is "binnen een straal van twintig kilometer" van die luchthaven; dat, ondanks die grote afstand, en ondanks het gebrek aan precieze concrete situering van de woning van de verzoeker, in de huidige stand van het geding kan worden aangenomen dat hij ten gevolge van de talrijke vertrekken van vliegtuigen, zowel overdag als 4.2.
- Overwegende dat het nadeel evenwel onder meer moeilijk te herstellen moet zijn in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat in geval van vernietiging van de bestreden milieuvergunning de exploitatie van de betrokken luchthaven in rechte niet meer op grond van die vergunning kan worden voortgezet, en de ingeroepen nadelen die door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden veroorzaakt, niet meer moeten VII-33.856-5/8 worden ondergaan; dat dit impliceert dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde maar is voldaan, wanneer de aangevoerde nadelen zo zwaar zijn dat ze ook niet tijdelijk, met name tot de uitspraak over het annulatieberoep, kunnen worden verdragen; dat bij de beoordeling daarvan ook de gevolgen voor derden van een schorsing van de bestreden beslissing kunnen worden betrokken; dat de verzoeker in zijn uiteenzetting aan dit aspect van de tweede schorsingsvoorwaarde geheel voorbijgaat; dat uit het besluit van zijn uiteenzetting veeleer blijkt dat hij het nadeel op de eerste plaats verbindt aan het moeten ondergaan van de nadelen "gedurende een periode van twintig jaar"; 4.2.
- Overwegende dat bij het beoordelen van dit aspect van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel er vooreerst moet worden aan herinnerd dat de bestreden beslissing in hoofdzaak de hernieuwing van de bestaande milieuvergunning voor de exploitatie van de nationale luchthaven betreft; dat de nadelen gerelateerd aan die exploitatie niet nieuw zijn en reeds jarenlang worden ondergaan, onder meer ten gevolge van de vorige milieuvergunning van 29 september 2000; Overwegende bovendien dat de verzoeker de schorsing van de exploitatie van de luchthaven als een middel poogt aan te wenden, algemeen, om de nadelige gevolgen van die exploitatie zoveel als mogelijk te beperken, en, meer in het bijzonder, om een voor hem gunstiger spreiding van het aantal vliegbewegingen af te dwingen -getuige onder meer zijn vergelijking van de situatie van de inwoners van de "Noordrand" met die van de inwoners van de "Oostrand", en zijn argument ter adstructie van zijn nadeel dat de bestreden beslissing in geen enkele daadkrachtige maatregel voorziet om de hinder ten gevolge van de exploitatie te beperken tot een aanvaardbaar niveau- veeleer dan de stillegging van de nationale luchthaven als uiteindelijk doel na te streven; dat, in alle redelijkheid, moet worden vastgesteld dat dit gehanteerde middel onevenredig is met het nagestreefde einddoel; dat immers, vermits de bestreden vergunning in de plaats is getreden van de in eerste aanleg op 8 juli 2004 door de bestendige deputatie verleende vergunning -en trouwens tegen die in eerste aanleg verleende vergunning ook een op grond van artikel 23, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : het milieuvergunningsdecreet) schorsend administratief beroep werd ingesteld door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel- de gevorderde schorsing tot gevolg zou hebben dat de tussenkomende partij niet meer beschikt over een uitvoerbare milieuvergunning, dewelke, op grond van artikel 4, § 1, van het milieuvergunningsdecreet, nodig is om de nationale luchthaven te exploiteren; dat een VII-33.856-6/8 mogelijke maandenlange volledige stopzetting van de uitbating van die luchthaven enorme economische, financiële, sociaal-economische, en sociaal-culturele gevolgen zou teweegbrengen voor bedrijven, werknemers, en de talloze personen die als reiziger van de luchthaven gebruik maken; dat daarbij nog moet worden bedacht dat die enorme gevolgen zouden worden teweeggebracht louter op grond van een prima facie onderzoek van de “ernst” van de middelen, welk onderzoek per definitie enkel tot voorlopige conclusies kan leiden, vermits het alleen kan gevoerd worden met inachtneming van de thans, in het kort geding, voorliggende gegevens en argumenten; dat bovendien het werkelijke einddoel van de verzoeker kan worden benaarstigd met andere rechtsmiddelen en -gedingen, rechtstreeks gericht tegen de spreiding zelf van de vliegbewegingen, en die niet tot een volledige stopzetting van de exploitatie van de nationale luchthaven moeten leiden; dat dergelijke rechtsgedingen trouwens ook daadwerkelijk blijken te worden gevoerd; Overwegende dat uit al die elementen moet worden besloten dat niet is aangetoond dat de ingeroepen nadelen voldoende zwaar en dermate moeilijk te herstellen zijn, om een schorsing met dergelijke vérstrekkende gevolgen te rechtvaardigen; dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel 1 . Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.) in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-33.856-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, wnd kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS staatsraad Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.856-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.202 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.230.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div