← België

Arrest 151207 - - 14/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.207 Rolnummer: A. 55684/IX-739 Zaak: Arrest 151207 - - 14/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 04:33 Fiche Arrest nr 151.207 van 14 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.207 van 14 november 2005 in de zaak A. 55.684/IX-

  1. In zake : Prosper VLASSELAERTS, wonende te ZAVENTEM, Fokkersdreef 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Prosper VLASSELAERTS op 11 januari 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 13 juli 1993 waarbij onder meer Rony ICKET, Willy JACOBS, Frans PAUWELS en Jozef SEVEREYNS, met ingang van 1 april 1993, worden benoemd tot inspecteur der directe belastingen, respectievelijk te Schaarbeek I A, te Brussel II-directie, te Ukkel A en te Tienen A, en van de impliciete weigering hem te bevorderen tot de graad van inspecteur der directe belastingen; Gelet op het arrest nr. 46.675 van 28 maart 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. AERTGEERTS; IX-739-1/4 Gelet op de beschikking van 11 juni 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 16 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij koninklijk besluit van 6 juli 1997 betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 en 2+, de graden van inspecteur bij een fiscaal bestuur (rang 12) en hoofdcontroleur bij een fiscaal bestuur (rang 11) zijn geschrapt en dat de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (rang 10) is opgericht; dat artikel 3, § 1, van voornoemd koninklijk besluit bepaalt dat de titularissen van de graad van hoofdcontroleur en van inspecteur bij een fiscaal bestuur, ambtshalve benoemd worden tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit, dit is 1 juli 1997; dat artikel 3, § 2 en § 4, van voornoemd koninklijk besluit als volgt luiden : IX-739-2/4 “§
  2. De ambtenaren die krachtens §1 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren. (...) §
  3. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren benoemd in de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (rang 10), worden de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in een graad van de rangen 11 en 12 met uitzondering van de diensten geleverd in de graden van ontvanger B, controleur bij een fiscaal bestuur en ontvanger der belastingen, geacht verricht te zijn in de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur.”; Overwegende dat verzoeker bij koninklijk besluit van 9 januari 1998 ambtshalve is benoemd tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur met ingang van 1 juli 1997 en dat hij bij koninklijk besluit van 11 maart 1998 met ingang van 1 augustus 1998 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens op pensioen is gesteld; dat Rony ICKET, Willy JACOBS, Frans PAUWELS en Jozef SEVEREYNS eveneens ambtshalve tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur zijn benoemd met ingang van 1 juli 1997; dat uit voornoemd artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997, volgt dat Rony ICKET, Willy JACOBS, Frans PAUWELS en Jozef SEVEREYNS, wat betreft hun graadanciënniteit in de graad van eerstaanwezend inspecteur, vergeleken met verzoeker geen voordeel halen uit hun benoeming tot inspecteur bij een fiscaal bestuur; dat, alhoewel verzoeker ook de vernietiging vraagt van de impliciete weigering hem te benoemen tot inspecteur der directe belastingen, hij evenwel geen gegeven aanbrengt waaruit zou blijken dat de benoemende overheid de rechtsplicht had om hem te benoemen tot inspecteur der directe belastingen; dat de verwerende partij in dat verband er terecht op gewezen heeft dat te deze de grotere graadanciënniteit van een ambtenaar niet automatisch de benoeming tot gevolg moet hebben en dat het de taak is van het college van dienstchefs om de verdiensten van de kandidaten te vergelijken; dat de overheid derhalve over een discretionaire bevoegdheid beschikt; dat een gebeurlijke vernietiging verzoeker bijgevolg niet terug zou plaatsen in een toestand waarbij hij hoe dan ook zou benoemd moeten worden; dat mede gelet op het feit dat verzoeker op pensioen is gesteld wegens het bereiken van de leeftijdsgrens, hij niet langer het rechtens vereiste belang heeft om de vernietiging van de bestreden bevorderingen te IX-739-3/4 benaarstigen; dat het past de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, aangezien het verlies van belang niet te wijten is aan verzoeker, terwijl het beroep niet kennelijk had moeten worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien november 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-739-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.