← België

Arrest 151208 - - 14/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.208 Rolnummer: A. 128949/IX-3569 Zaak: Arrest 151208 - - 14/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 04:33 Fiche Arrest nr 151.208 van 14 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.208 van 14 november 2005 in de zaak A. 128.949/IX-

  1. In zake : de BVBA Apotheek-Parfumerie OPTIMA-WESTENDE, die woonplaats kiest bij advocaat R. ASCRAWAT, kantoor houdende te VEURNE, Kaaiplaats 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat L. VAN HOUT, kantoor houdende te BERLAAR, Markt
  2. tussenkomende partij : Marie-Christine CATRYSSE, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Apotheek-Parfumerie OPTIMA-WESTENDE op 5 november 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 1 juli 2002 van de minister van Volksgezondheid, waarbij aan Marie-Christine CATRYSSE de vergunning wordt verleend tot het openen van een voor het publiek opengestelde officina te Westende-Middelkerke, Westendelaan 318; Gelet op het arrest nr. 116.633 van 3 maart 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 4 april 2003 door de verzoekende partij; IX-3569-1/12 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 16 april 2003; Gelet op de beschikking van 24 april 2003 die de tussenkomst van Marie-Christine CATRYSSE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd G. JACOBS; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 6 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. VERMEERSCH, die loco advocaat R. ASCRAWAT, verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat L. VAN HOUT, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. LAHLALI, die loco advocaat H. DEMEESTER, verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd G. JACOBS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-3569-2/12
  4. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  5. Op 23 mei 1979 vraagt Marie-Christine CATRYSSE voor de eerste maal een vergunning om te Middelkerke-Westende, Westendelaan 330, later gewijzigd naar Westendelaan 318, een voor het publiek opengestelde apotheek te vestigen. De vergunning wordt verleend bij ministerieel besluit van 6 april
  6. Dat besluit wordt echter door de Raad van State nietig verklaard bij arrest nr. 25.851, BOVEN e.a., van 14 november
  7. 1.
  8. Na een nieuw advies van de commissie van beroep wordt een nieuwe vergunning verleend bij ministerieel besluit van 29 juni
  9. Ook dat besluit wordt nietig verklaard door de Raad van State bij arrest nr. 40.703, BVBA Apotheek-Parfumerie OPTIMA - WESTENDE en BAEYAERT, van 12 oktober
  10. 1.
  11. Op grond van een nieuw rapport van de farmaceutische inspectie wordt de vergunning voor een derde maal verleend, bij ministerieel besluit van 19 februari
  12. Ook die vergunning wordt nietig verklaard, bij arrest nr. 103.710, van 18 februari 2002, gewezen op verzoek van onder meer de huidige verzoekende partij. 1.
  13. Nadat de raadsman van aanvraagster aan de betrokken administratie zijn besluiten, een dossier, evenals de door de gemeente afgeleverde bevolkingscijfers heeft toegestuurd, onderzoekt de farmaceutisch inspecteur opnieuw de toestand ter plaatse. In een nota van 21 mei 2002 stelt hij vervolgens onder meer het volgende : “(...) De straten van de sectoren A en B samen (die verwijzen naar groepen van straten opgenomen in de bijlagen opgesteld door aanvraagster aan de hand van de bevolkingsattesten) en waarvan sprake in de hoger genoemde nota, betreffen de straten van het centrum van Westende-Dorp (A) en het hinterland (B) die binnen de zone liggen zoals die werd afgebakend door landmeter Brouwers dd. 24/3/1986, aangesteld door de omliggende apothekers, en die door deze apothekers als de invloedszone van de op te richten apotheek Catrysse werd beschouwd. In deze zone (sectoren A en B) wonen volgens de verzamelde bevolkingsattesten 2.509 + 148 = 2.657 inwoners waaronder 236 bewoners van het opvangcentrum voor vluchtelingen 'Zon en Zee' gelegen in de Vakantiestraat en die in het vreemdelingenregister van de gemeente zijn ingeschreven. Het opvangcentrum voor vluchtelingen had volgens een (niet gedateerd maar ondertekend) attest van dit centrum tussen 2.1.2002 en 6.5.2002 een constante bezetting van circa 400 bewoners maar op 16.4.2002 waren IX-3569-3/12 blijkbaar slechts 236 van hen 'ingeschreven' in de bevolkingsregisters van de gemeente. Wij kunnen de mening van de raadsman ook bijtreden wat betreft het feit dat de aantrekkingskracht van de dichterliggende (circa 200 meter) en groter in aantal zijnde handelszaken richting vestiging Catrysse (ten opzichte van de handelszaken rond apotheek Baeyaert) tot gevolg heeft dat de invloedssfeer van apotheek Catrysse reikt tot en met de as Steenstraat/Brempad en de daarop uitgevende straten alhoewel deze as qua afstand iets dichter bij de apotheek Baeyaert gelegen is. Het inwonersaantal ter rechterzijde (oostelijke zijde) van de Steenstraat en Brempad en de op deze rechterzijde uitgevende straten vertegenwoordigen een bijkomende invloedssfeer (sector C) van 119 inwoners. De totale invloedssfeer van de sectoren A, B en C bedraagt aldus 2.776 inwoners zodat, zelfs indien de 236 in de gemeente ingeschreven bewoners van het opvangcentrum voor vluchtelingen niet in aanmerking genomen worden, het quorum van 2.500 inwoners bereikt wordt, namelijk 2.540 inwoners.(...)”. 1.
  14. Op 12 juni 2002 brengt de commissie van beroep een gunstig advies uit over de aanvraag, dat onder meer luidt als volgt : “(1.) De vestiging van een bijkomende apotheek in Westende-Dorp is enkel mogelijk indien er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 1, §3 a. van het voormeld K.B. van 25 september 1974, te weten een afstand van ongeveer l km tot de dichtstbijgelegen apotheek en het dekken van de behoeften van 2.500 inwoners. Er is voldaan aan de eerste voorwaarde. De afstand tussen de geplande apotheek en de dichtstbijgelegen apotheek Baeyaert bedraagt immers 1.100 meters. De invloedssfeer van de geplande apotheek wordt hieronder onderzocht. De raadsman van de aanvraagster verwijst in de bijlagen van zijn nota dd. 20 mei 2002 naar wel aangeduide straten met het aantal inwoners dat is gesteund op officiële bevolkingsattesten die werden afgeleverd door de gemeente Middelkerke. Deze straten zijn ondergebracht in de sectoren A en B. Ze maken het centrum van Westende-Dorp (A) en het hinterland (B) uit en liggen binnen de invloedssfeer van de geplande apotheek zoals die werd afgebakend door landmeter Brouwers op zijn plan dd. 24 maart
  15. Dit gebied werd afgebakend volgens de helft van de afstand vanuit de geplande apotheek tot de respectievelijke apotheken 1,2,3,4,5 en 6 zoals aangeduid op het voormeld plan. Tussen de geplande apotheek en de apotheek van Baeyaert is er geen enkele hindernis of natuurlijke oorzaak (overweg, grote baan, tram, ...) om niet naar de dichtstbijgelegen apotheek te gaan. Er is ook geen reden om te stellen dat de invloedssfeer zich meer zou uitstrekken naar de rechter- of linkerzijde. De invloedssfeer van de ene apotheek is hier niet groter dan de andere zodat er geen reden is om het criterium van de halve afstand niet aan te nemen. In de zone (sectoren A en B) wonen volgens de bevolkingsattesten dd 26 april 2002 2.509 + 161 = 2.670 inwoners, waaronder 236 bewoners van het opvangcentrum voor vluchtelingen 'Zon en Zee', gelegen in de Vakantiestraat. Deze bewoners zijn in het vreemdelingenregister van de gemeente ingeschreven. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit opvangcentrum binnenkort zou worden gesloten. Het aantal ingeschreven vluchtelingen kan in de toekomst weliswaar variëren, maar dit is echter op zichzelf geen reden om met het huidig aantal van 236 bewoners geen rekening te houden. Het aantal inwoners kan immers in de toekomst ook dalen. IX-3569-4/12 Voor de sector C worden de volgende straten in aanmerking genomen : Brempad 8 Steenstraat : de onpare nrs. van begin tot 49 77 Boterbloemstraat 34 119 inwoners. Het is een feit dat de aantrekkingskracht van de dichterliggende (circa 200 meter) en groter in aantal zijnde handelszaken richting geplande apotheek (ten opzichte van de handelszaken rond de apotheek Baeyaert) tot gevolg heeft dat de invloedssfeer van de apotheek Catrysse reikt tot en met de as Steenstraat/ Brempad en de daarop uitgevende straten alhoewel deze as qua afstand iets dichter bij de apotheek Baeyaert is gelegen. Het aantal inwoners ter rechterzijde (oostelijke zijde) van de Steenstraat en Brempad en de op deze rechterzijde uitgevende straten vertegenwoordigen een bijkomende invloedssfeer (sector C) van 119 inwoners. De totale invloedssfeer van de sectoren A, B en C bedraagt aldus 2.670 +119 = 2.789 inwoners. Het wettelijk quorum van 2.500 inwoners is dus bereikt. Dit quorum wordt ook bereikt wanneer de ingeschreven bewoners van het opvangcentrum voor vluchtelingen buiten beschouwing zouden worden gelaten.

(2)De uiteenzetting van de aanvraagster over de overige sectoren ( D, E en F) dient dus verder niet meer te worden onderzocht.
(3)Er is dus voldaan aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 1, §3 a. van voornoemd K.B. van 25 september 1974 tot het bekomen van een vergunning voor het openen van een bijkomende apotheek te 8434 - Middelkerke - Westende, Westendelaan, 318.(...)”. 1.
  1. Op 1 juli 2002 neemt de bevoegde minister, na kennis genomen te hebben van het advies van de commissie van beroep en zich bij de motivering van dat advies aansluitend, de beslissing waarvan thans de nietigverklaring wordt gevorderd. 2.1.
  2. Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 1, § 1 en § 3, a, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken, alsook de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur met betrekking tot de motiveringsplicht en machtsoverschrijding; dat zij uiteenzet dat te Middelkerke de vestiging van een bijkomende apotheek enkel mogelijk is indien is voldaan aan de voorwaarde van artikel 1, § 3, a, van voormeld koninklijk besluit, te weten een afstand van ongeveer 1 km tot de dichtstbijzijnde bestaande apotheek en het dekken van de behoeften van minstens 2.500 inwoners, doch dat te dezen zulks niet het geval is, meer bepaald doordat de verwerende partij bij het vaststellen van de invloedssfeer van de geplande officina zich ten onrechte niet alleen louter gebaseerd heeft op de halve afstand tussen de bestaande apotheken maar zelfs op volstrekt onredelijke wijze tot die invloedssfeer rekent, inwoners die op gelijke afstand en zelfs dichter bij een bestaande apotheek wonen; dat zij dat als volgt toelicht : IX-3569-5/12 "
  3. Steenstraat, Brempad en Boterbloemstraat. 1.
  4. Steenstraat. Uit het rapport Brouwers blijkt dat de Steenstraat volledig buiten de halverwege afstand ligt, zodat ze evident tot de normale invloedssfeer behoort van apotheek BAEYAERT, thans apotheek Pascal GHYSELEN en derhalve niet beantwoordt aan de criteria van normale behoeften van de geplande apotheek. De Steenstraat mondt uit in de Lombardsijdelaan. De hoek Steenstraat- Lombardsijdelaan is dichter gelegen ten aanzien van apotheek BAEYAERT. Verzoekers verwijzen eveneens naar het farmaceutisch rapport, evenals het advies van de Commissie van Beroep, waaruit blijkt dat de Steenstraat behoort tot de invloedssfeer van de apotheek BAEYAERT op tien inwoners na. Dat dit laatste echter niet kan aanvaard worden, vermits de Steenstraat uitgeeft op de Lombardsijdelaan en het punt Lombardsijdelaan-Steenstraat dichter gelegen is van apotheek BAEYAERT. De Steenstraat telt in het totaal 122 inwoners. 1.
  5. Brempad. Dat zowel in het verslag van de farmaceutische inspectie als in het advies van de Commissie van Beroep het Brempad integraal werd verworpen, vermits dit buiten de afgebakende zone lag. Dat het Brempad inderdaad dichter gelegen is van de apotheek BAEYAERT zodat het niet opgaat het Brempad te beschouwen als zijnde behorende tot de normale invloedssfeer van de geplande apotheek. Brempad telt 7 inwoners. 1.
  6. Boterbloemstraat. Zowel uit het plan van landmeter BROUWERS als uit boven vermeld farmaceutisch rapport en het advies van de Commissie van Beroep blijkt dat de Boterbloemstraat slechts toegang geeft tot de Steenstraat om aldus de Lombardsijdelaan en de Westendelaan te kunnen bereiken. Vermits de hoek Lombardsijdelaan-Steenstraat dichter gelegen is van apotheek BAEYAERT, is het onredelijk de inwoners van deze straat te beschouwen als zijnde deel uitmakend van de normale invloedssfeer van de geplande apotheek. Ook de Commissie van Beroep had dit verworpen. De Boterbloemstraat telt 39 inwoners.
  7. Irislaan, Schelpenlaan, Helmenlaan. Al deze straten werden in voorafgaandelijke adviezen van de Vestigingscommissie en de Commissie van Beroep geweerd. Dat deze straten immers gelegen zijn op nauwelijks 700 meter van de apotheek TRYPSTEEN (vroegere apotheek BOVEN) te Westende, Distellaan 42, op 800 meter van apotheek OPTIMA en op 900 meter van de geplande apotheek (zie verslag inspectie dd. 11.03.1987 en het advies van de Commissie van Beroep van 25.05.1987). Concluant verwijst eveneens naar het plan opgemaakt door landmeter BROUWERS. Het gaat dan ook niet op dat de minister thans de helft van de inwoners van deze straten gaat beschouwen als zijnde behorende tot de normale invloedssfeer van de geplande apotheek en dat laatste de behoeften dekt van 2.500 inwoners, laat staan dat dit zou voldoen aan de criteria van de behoeften zoals bedoeld in art. 1, § 3A. De Irislaan telt 76 inwoners, de Helmenlaan 10 inwoners en de Schelpenlaan 39 inwoners.
  8. Badenlaan en wijk KROKO. Opnieuw wordt er verwezen naar het advies van de Commissie van Beroep dd. 25.05.1987, alsook naar het verslag van de farmaceutische inspectie dd. 11.03.
  9. IX-3569-6/12 Uit het rapport van de farmaceutische inspectie blijkt dat al deze straten dichter gelegen zijn van de officina's van Westende-Bad (OPTIMA en TRYPSTEEN). Er kan dan ook geen sprake zijn dat 10% van de inwoners zou behoren tot de normale invloedssfeer van de geplande apotheek. Voor wat betreft het aantal inwoners, verwijst concluant naar het attest van de gemeente Middelkerke. Daaruit blijkt dat de Badenlaan 100 inwoners telt en de wijk KROKO 281 inwoners. Verzoekers besluiten dan ook dat de geplande apotheek derhalve geenszins voldoet aan de criteria zoals bepaald in art. 1, §1 en art. 1, § 3A. Voor wat betreft artikel 1, § 3A, stellen wij vast dat het minimum cijfer van 2.500 inwoners hoegenaamd niet wordt bereikt. Dat immers (van) het cijfer (...) 2.530, weerhouden door de Minister, de volgende inwoners dienen te worden afgetrokken, ingevolge een totaal verkeerde toepassing van art. 1, § 3A. Ten onrechte aanvaard door de Minister : 2.530 inw. Te verminderen met : - Steenstraat : - 122 inw. - Brempad : - 7 inw. - Boterbloemstraat : - 39 inw. - ½ Irislaan : - 38 inw. - Schelpenlaan : ½ - 20 inw. - Helmenlaan : ½ - 5 inw. - 10% Badenlaan : - 10 inw. - wijk Kroko : 10% - 28 inw. ------------- 2.276 inw.”; 2.1.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord, onder verwijzing naar het arrest nr. 32.849, VAN TYGHEM, van 27 juni 1989, nog stelt dat de invloedssfeer van de geplande apotheek niet mag worden bepaald aan de hand van het criterium van de halve afstanden; dat het niet is omdat intussen artikel 1, § 1, 2º en 3º van het koninklijk besluit van 25 september 1974 -criterium afgelegen woonkern- werd opgeheven, dat er nu niet meer voldaan zou moeten worden aan de twee cumulatieve voorwaarden van artikel 1, § 3, a, met name de afstandsvoorwaarde en bovendien het criteria van de behoeften van 2.500 inwoners; dat intussen ook het vakantiecentrum Zon en Zee werd gesloten voor vluchtelingen, hetwelk betekent dat van het door de minister opgegeven getal van 2.670, dat al verkeerd is ingevolge de toepassing van de halverwege afstanden, er bijkomend 236 inwoners moeten worden afgetrokken; dat zij daarenboven meent dat het onredelijk is te stellen dat inwoners die op kortere afstand wonen van de apotheek BAEYAERT dan van de apotheek van de tussenkomende partij, zouden behoren tot de invloedssfeer van die laatste apotheek, omdat enkel in uitzonderlijke gevallen inwoners gelegen op dichtere afstand van de bestaande apotheek toch zouden kunnen behoren tot de invloedssfeer van de geplande apotheek, namelijk wanneer er hindernissen zouden bestaan, waardoor er behoefte is om zich te bevoorraden bij de geplande apotheek; dat volgens de verzoekende partij er te dezen geen hindernissen IX-3569-7/12 van die aard zijn; dat de verzoekende partij in haar laatste memorie herhaalt dat er nog steeds voldaan moet zijn aan zowel de voorwaarde van de afstand als aan die van de behoeften van 2.500 inwoners, dat wat die laatste betreft het onredelijk is 119 inwoners in aanmerking te nemen die dichter wonen bij de apotheek BAEYAERT en dat de aanwezigheid van handelszaken in de andere richting daar niet aan afdoet, en dat niet verduidelijkt is waarom die inwoners, welke vroeger werden verworpen, nu toch in aanmerking worden genomen; 2.1.
  11. Overwegende dat in het voornoemde schorsingsarrest het middel om de volgende redenen niet als ernstig werd beschouwd : "3.1.
  12. Overwegende dat, zoals uit de uiteenzetting van de feiten hiervoor blijkt, de bestreden beslissing, die wat dat betreft het nieuwe advies van de commissie van beroep volgde, zulks in tegenstelling met wat het geval was met de beslissing die de Raad van State vernietigd heeft met zijn arrest nr. 103.710, van 18 februari 2002, de inwoners van de door de verzoekende partij vermelde straten sub 2 -Irislaan, Schelpenlaan en Helmenlaan- en 3 -Badenlaan en wijk Kroko- ditmaal niet gerekend heeft tot de invloedssfeer van de apotheek CATRYSSE; dat verzoekster verkeerdelijk van die veronderstelling uitgaat; dat daarentegen wel, doch slechts voor een deel, rekening werd gehouden met de inwoners van de straten sub 1 -Steenstraat, Brempad en Boterbloemstraat- die dichter gelegen zijn bij de bestaande apotheek BAEYAERT te Lombardsijde dan bij de apotheek CATRYSSE; dat, zoals eveneens hiervoor is vermeld onder de punten 1.
  13. en 1.
  14. van de uiteenzetting van de feiten, de commissie van beroep, die daarin de conclusies van de farmaceutisch inspecteur is bijgevallen, in haar advies van 12 juni 2002 omstandig heeft uiteengezet waarom zij die mening was toegedaan, namelijk omdat tussen die straten en de geplande apotheek er een opeenvolging is van handelszaken, wat niet het geval is richting apotheek BAEYAERT en dat de betrokken inwoners dan ook veeleer aangetrokken zullen worden door de apotheek CATRYSSE; dat de verzoekende partij, die overigens zelf aanneemt dat de halve afstand niet het enige criterium kan vormen, de juistheid en de redelijkheid van die vaststellingen en conclusie niet concreet betwist; dat haar kritiek betrekking heeft op een vorig advies van de commissie van beroep; dat de conclusies van het advies van 12 juni 2002 de Raad van State niet evident als onjuist of onredelijk voorkomen; Overwegende dat op grond van de voorgelegde bevolkingsattesten de door de commissie van beroep en de minister in aanmerking genomen invloedszone 2.789 inwoners telde, waarvan 119 in de zogenaamde zone C -of sub 1 in het verzoekschrift- en 236 in het vreemdelingenregister ingeschreven kandidaat- vluchtelingen; dat aldus aan de bevolkingsvoorwaarde van artikel 1, § 3, a, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 lijkt te zijn voldaan, ook wanneer geen rekening zou worden gehouden met de voormelde kandidaat-vluchtelingen; dat het middel niet ernstig is"; 2.1.
  15. Overwegende dat de verzoekende partij ten gronde de juistheid niet betwist van de vaststelling dat de commissie van beroep voor het bepalen van de invloedssfeer van de apotheek CATRYSSE ditmaal geen rekening heeft gehouden met de inwoners van de Irislaan, Schelpenlaan, Helmenlaan, Badenlaan en wijk IX-3569-8/12 Kroko; dat zij geen concrete gegevens aanbrengt om de vaststelling te ontkrachten van de beroepscommissie, volgens welke in de "zone B" geen "hindernissen of natuurlijke oorzaak" er zich tegen verzetten dat het criterium van de "halve afstand" zou worden gehanteerd; dat het middel zich dan ook toespitst op de vraag of de beroepscommissie en de minister in rechte en in feite, om de invloedssfeer van de apotheek van de tussenkomende partij te bepalen, rekening kon houden met 119 inwoners van de Steenstraat, Brempad en Boterbloemstraat (zone C); dat, immers, en dat stelt ook de beroepscommissie vast, indien tot de conclusie wordt gekomen dat dit wel het geval is, het wettelijk vereiste getal van 2.500 wordt bereikt, ook zonder rekening te houden met de kandidaat-vluchtelingen verblijvende in het vakantiecentrum Zon en Zee; Overwegende dat de argumenten welke de verzoekende partij put uit het arrest nr. 32.849, VAN TYGHEM, van 27 juni 1989, niet dienstig zijn, daar dat arrest voor een belangrijk deel steunt op “het voorzien in de noden van een afgelegen woonkern”, vermeld in de thans opgeheven bepaling van artikel 1, § 1, 3/, en sindsdien dat criterium niet meer geldt; dat de vergunningverlenende overheid te dezen geoordeeld heeft dat de betrokken inwoners, ook al wonen zij dichter bij de apotheek BAEYAERT, veeleer aangetrokken zullen worden door de apotheek CATRYSSE omdat tussen die straten en de geplande apotheek er een opeenvolging is van handelszaken; dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord weliswaar betwist dat er meer handelszaken zijn in de richting van de geplande apotheek dan in de richting van apotheek BAEYAERT, maar die stelling niet ondersteunt met enig concreet gegeven; dat zij daarnaast ook betwist dat dit gegeven enige invloed kan uitoefenen op de aantrekkingskracht van de respectieve apotheken, maar het daarentegen niet onredelijk is te veronderstellen dat wie zich geneesmiddelen dient aan te schaffen, veeleer geneigd zal zijn zich op weg te begeven naar de kant waar hij ook andere aankopen kan verrichten; dat de verzoekende partij niet aantoont dat de feitelijke grondslag van de motivering van de vergunningverlenende overheid op het ogenblik van het verlenen van de vergunning onjuist was; dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat op grond van de voorgelegde bevolkingsattesten de door de commissie van beroep en de minister in aanmerking genomen invloedszone 2.789 inwoners telde, waarvan 119 in de zogenaamde sector C en 2.670 in de sectoren A en B, waarvan 236 in het bevolkingsregister ingeschreven kandidaat-vluchtelingen; dat aldus aan de bevolkingsvoorwaarde van artikel 1, § 3, a, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 bleek te zijn IX-3569-9/12 voldaan, ook wanneer geen rekening zou worden gehouden met de voormelde kandidaat-vluchtelingen; dat het eerste middel niet gegrond is; 2.2.
  16. Overwegende dat de verzoekende partij in een tweede middel de schending aanvoert van de beginselen van behoorlijk bestuur door gebrekkige motivering en tegenstrijdige beslissingen; dat zij uiteenzet dat de minister, in tegenstrijd met de vorige beslissingen, thans de Steenstraat, het Brempad, de Boterbloemstraat, de Irislaan, de Schelpenlaan, de Helmenlaan, de Badenlaan en de wijk Kroko, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk laat behoren tot de normale invloedssfeer van de geplande apotheek, daar waar dit vroeger niet werd aanvaard en de minister op geen enkele redelijke wijze de gronden aantoont waarop hij nu een nieuw standpunt heeft ingenomen; dat het verwijzen naar geneeskundige voorschriften, afkomstig van inwoners van de bovenvermelde straten, geenszins als grond kan worden aangenomen, vermits het beroep doen van deze inwoners op de diensten van de geplande apotheek, geenszins aantoont dat zij behoren tot de normale invloedssfeer van de geplande apotheek, en dat verzoekers (sic) eveneens voorschriften kunnen voorleggen van inwoners uit straten binnen de halverwege afstanden van de geplande apotheek, welke zienswijze alle redelijkheid te buiten gaat en niet als een objectief criteria kan worden aangenomen; dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord preciseert dat de minister in het verleden de Steenstraat, het Brempad en de Boterbloemstraat heeft verworpen, daar waar hij deze thans aanvaardt zonder enige motivering waarom hij dit nu wel doet en dat ook vroeger die handelszaken daar lagen zodat de huidige situatie precies dezelfde is; 2.2.
  17. Overwegende dat in zoverre de verzoekende partij ervan uitgaat dat rekening werd gehouden met inwoners van bepaalde straten, verwezen kan worden naar wat daarover is gezegd bij de behandeling van het eerste middel; dat voorts niet blijkt dat de commissie van beroep en de vestigingscommissie ook ditmaal bij hun beoordeling rekening hebben gehouden met geneeskundige voorschriften van inwoners van de bedoelde straten, wat bij de door het arrest van de Raad van State nr. 103.710 van 18 februari 2002 nietig verklaarde vergunning wel het geval is geweest; dat het argument dat de betrokken handelszaken daar reeds vroeger gevestigd waren niet ondersteund wordt door enig concreet gegeven en derhalve verschijnt als een loze bewering; dat het middel niet gegrond is; 2.3.
  18. Overwegende dat de verzoekende partij in een derde middel schending van het gezag van gewijsde van de arresten van de Raad van State van IX-3569-10/12 6 april 1981, 12 oktober 1992 en 18 februari 2002 en machtsoverschrijding aanvoert, doordat de minister zich niet voegt naar die arresten, waarin reeds driemaal gestatueerd werd dat de aanvraag niet voldeed aan de voorwaarden van voormeld artikel 1, § 3, a, in het bijzonder het criterium van de behoeften van 2.500 inwoners, en dat inzonderheid tot driemaal toe de invloedssfeer werd bepaald waarop aanvraagster maximaal kon rekenen voor het bepalen van haar invloedssfeer, rekening houdende met het criterium van 2.500 inwoners; dat zij in haar memorie van wederantwoord preciseert dat men zoals in het verleden opnieuw "gebruik maakt" van inwoners uit Zon en Zee, daar waar dit vakantiecentrum intussen gesloten is, wat door het eerste arrest nr. 25.851 van 14 november 1995, als niet toegelaten werd aangemerkt; 2.3.
  19. Overwegende dat uit de behandeling van de vorige middelen en uit de gegevens van de zaak blijkt dat op grond van de voorgelegde bevolkingsattesten de door de commissie van beroep en de minister in aanmerking genomen invloedszone 2.789 inwoners telde, waarvan 119 in de zogenaamde sector C en 2.670 in de sectoren A en B, waarvan 236 in het vreemdelingenregister ingeschreven kandidaat-vluchtelingen; dat het alleen wat die laatste kandidaat- vluchtelingen is dat de verzoekende partij uiteindelijk enige precisering verschaft over het punt waarin het gezag van gewijsde van vroegere arresten zou zijn geschonden; dat hiervoor echter reeds is vastgesteld dat aan de bevolkingsvoorwaarde van artikel 1, § 3, a, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 is voldaan, ook wanneer geen rekening zou worden gehouden met de voormelde kandidaat-vluchtelingen; dat het derde middel dan ook voorkomt als een kritiek op een overtollig motief, wat op zich niet kan leiden tot de vernietiging van de bestreden beslissing, BESLUIT: Artikel
  20. Het beroep wordt verworpen. IX-3569-11/12 Artikel
  21. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien november 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3569-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.208 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.116.633 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.