← België

Arrest 151342 - - 16/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.342 Rolnummer: A. 126412/VII-27781 Zaak: Arrest 151342 - - 16/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 04:44 Fiche Arrest nr 151.342 van 16 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 151.342 van 16 november 2005 in de zaak A. 126.412/VII-27.781 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat N. BOGAERTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Sanderusstraat 25 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd doorde commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van voormalig Joegoslavische nationaliteit, op 4 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 6 augustus 2002 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 29 juni 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 17 september 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; VII-27.781-1/5 Gelet op de beschikking van 20 september 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 26 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MEULEMANS, die, loco advocaat N. BOGAERTS, verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché G. DESNYDER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. De verzoekende partij kwam België binnen op 20 juni 2000 en verklaarde zich op 21 juni 2000 vluchteling. 1.
  3. Op 29 juni 2000 nam de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  4. Op 6 augustus 2002 oordeelde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond was en bevestigde hij de beslissing van de minister letterlijk als volgt: "(...) U verklaarde een etnische Albanees te zijn afkomstig uit Bujanovc in Zuid-Servië. In de middelbare school kreeg u het aan de stok met Nebosja, een Servische agent, omdat u uw oog had laten vallen op zijn Servische vriendin. Daarom werd u door hem op straat voortdurend bedreigd, gesurveilleerd en gecontroleerd. Na 1998, toen u uw middelbare school beëindigd had, kende u geen problemen meer met Nebosja. Begin mei 2000 kreeg u een convocatie van het Joegoslavische leger. U diende zich op 15 juni 2000 in Nis aan te bieden voor een medisch onderzoek. U negeerde deze convocatie echter en dook onder bij uw ooms in Rahovic. Van vrienden vernam u dat begin juni 2000 de politie uw ouderlijk huis had doorzocht omdat ze u verdachten VII-27.781-2/5 van lidmaatschap van het “Bevrijdingsleger van Preshevo, Medvegje en Bujanovc” (UÇPMB). Daarop verliet u Servië op 15 juni
  5. U bereikte België op 20 juni 2000 en diende er de volgende dag een asielaanvraag in. Ter staving van uw asielaanvraag legde u een Joegoslavisch rijbewijs neer, uitgereikt te Preshevo, op 16 augustus
  6. Er dient te worden opgemerkt dat u onvoldoende concrete feiten of elementen heeft aangehaald waaruit blijkt dat u bij een eventuele terugkeer naar uw land van herkomst op dit moment een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie dient te hebben. Vooreerst kende u op het moment van uw vertrek uit Servië al gedurende een tweetal jaar geen enkel probleem meer met de Servische politieman die u voordien – om louter persoonlijke redenen overigens – had bedreigd. Naar aanleiding van deze problemen kan er bijgevolg bezwaarlijk worden gesproken van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van voornoemde Conventie van Genève. Daarnaast dient te worden gewezen op de aanzienlijke vooruitgang in de inter-etnische verhoudingen in Zuid-Servië en op de toenemende politieke en sociale ontvoogding van de etnisch Albanese bevolking in die regio. Zo werd in mei 2001 een akkoord gesloten tussen de Servische autoriteiten en het UÇPMB, met als direct gevolg de ontwapening en demilitarisering van de etnisch Albanese vrijheidsstrijders. De amnestieregeling die toen (officieus) werd afgekondigd voor leden van het UÇPMB werd ondertussen in een officiële wettekst gegoten die verschenen is in het Joegoslavisch Staatsblad op 3 juli
  7. Deze wet voorziet amnestie voor personen – zoals u – die verdacht worden van terroristische activiteiten in de regio Preshevo-Bujanovc-Medvegje tussen januari 1999 en mei
  8. Voorts werken de Servische autoriteiten nauw samen met de OVSE voor de implementatie van een reeks van zogenaamd vertrouwenwekkende maatregelen, waaronder de oprichting en het operationeel maken van een multi-etnische politiemacht in die Servische gebieden waar veel etnische Albanezen wonen. In Bujanovc werd een kantoor van het Ministerie van Nationale en Etnische Minderheden geopend waar alle burgers van de gemeenten Preshevo, Bujanovc en Medvegje terecht kunnen met hun klachten en bezwaren wanneer zij menen dat hun burger- of mensenrechten worden geschaad. Bovendien werd in uw woonplaats Bujanovc onlangs voor het eerst een etnisch Albanese burgemeester verkozen. Onder toezicht van verschillende internationale organisaties worden ook op socio-economisch vlak ernstige inspanningen gedaan om de etnische balans in evenwicht te brengen. Een en ander zorgt er onder meer voor dat vele vluchtelingen reeds zijn teruggekeerd naar de regio.". Dit is de bestreden beslissing.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel uiteenzet als volgt: "Volgens de bestreden beslissing is de aanvraag van verzoeker kennelijk ongegrond is. Verweersters zijn de mening toegedaan dat omdat er in de omgeving van verzoekers woonst pogingen worden gedaan om in de regio waar veel Albanezen wonen vertrouwenwekkende maatregelen te nemen, er geen ernstige problemen meer kunnen voorkomen. Het louter feit dat er pogingen ondernomen worden om de multi-etnische gemeenschap te laten samenleven, bewijst dat er wel degelijk problemen zijn. Gelet op de manifeste schendingen van de mensenrechten die in Joegoslavië plaatsvinden, is in casu wel degelijk voldaan aan de criteria die in de Conventie van Genève worden gesteld: in hoofde van betrokkene is immers een gegronde vrees voor vervolging vanwege de nationale overheden in Joegoslavië aanwezig, ingegeven door etnische redenen."; VII-27.781-3/5 Overwegende dat luidens artikel 20, tweede lid, 2/ van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een “uiteenzetting van de feiten en de middelen” dient te bevatten; dat de uiteenzetting van een rechtsmiddel in principe vereist dat zowel de geschonden rechtsregel of het geschonden rechtsbeginsel wordt aangeduid als de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden; dat de verzoekende partij in het verzoekschrift slechts een zeer algemene uiteenzetting geeft; dat zij de schending aanvoert van de Conventie van Genève zonder evenwel een expliciete rechtsregel aan te duiden of te omschrijven die door de bestreden beslissing zou geschonden geweest zijn; dat zij voor het overige enkel verwijst naar een aantal feitelijke gegevens; dat de verzoekende partij het niet aan de Raad van State mag overlaten om uit die uiteenzetting een middel te distilleren; dat de aangehaalde uiteenzetting niet als een ontvankelijk middel kan worden gezien en dat derhalve de ingestelde vordering onontvankelijk is;
  10. Overwegende dat de verzoekende partij geen ontvankelijk middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien november tweeduizend en vijf, door VII-27.781-4/5 de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-27.781-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.