← België

Arrest 151348 - - 16/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.348 Rolnummer: A. 162842/VII-34079 Zaak: Arrest 151348 - - 16/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 04:44 Fiche Arrest nr 151.348 van 16 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 151.348 van 16 november 2005 in de zaak A. 162.842/VII-34.079 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. MOSKOFIDIS, kantoor houdende te 3600 GENK, Rootenstraat 21/20 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Turkse nationaliteit, op 26 mei 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 26 april 2005; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 8 juni 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 20 september 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 26 oktober 2005; VII-34.079-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MEULEMANS, die, loco advocaat A. MOSKOFIDIS, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die, loco advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. Op 28 januari 2000 heeft de verzoekende partij een regularisatieaanvraag ingediend op basis van artikel 2, 2/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk. 1.
  3. Op 10 oktober 2001 (19 november 2001) heeft de minister van Binnenlandse Zaken de aanvraag tot regularisatie verworpen. Bij arrest nr. 140.629 van 15 februari 2005 werd het beroep tot nietigverklaring tegen de voormelde weigeringsbeslissing verworpen. 1.
  4. Op 26 april 2005 werd aan de verzoekende partij bevel gegeven om het grondgebied van het Rijk te verlaten. Dit is de bestreden beslissing.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij het grondgebied van het Rijk dient te verlaten op grond van het bevel van de minister van Binnenlandse Zaken, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 26 april 2005; dat dit bevel werd gegeven in uitvoering van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 10 oktober 2001 VII-34.079-2/3 (19 november 2001); dat op 15 februari 2005 het beroep tot nietigverklaring tegen deze laatste beslissing bij arrest nr. 140.629 door de Raad van State verworpen werd; dat bijgevolg de vernietiging van het bevel de verblijfstoestand van de verzoekende partij geenszins zou wijzigen; dat de verzoekende partij derhalve geen belang heeft bij de vernietiging van het bestreden bevel;
  6. Overwegende dat het door de verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen; BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien november tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-34.079-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.348 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.