id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.384 Rolnummer: A. 73556/XII-2835 Zaak: Arrest 151384 - - 17/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 04:49 Fiche Arrest nr 151.384 van 17 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.384 van 17 november 2005 in de zaak A. 73.556/XII-
- In zake : de VZW TERMAR, die woonplaats kiest bij advocaat D. Maerten, kantoor houdende te Brugge, Kromvest 7 tegen : de STAD BRUGGE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat VZW Termar op 13 maart 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 december 1996 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge tot vaststelling van “Verordenende maatregelen voor het oprichten van terrasconstructies en het uitbaten van terrassen op het Marktplein te Brugge”; Gelet op het arrest nr. 66.916 van 24 juni 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 7 juli 1997 ingediend door verzoekster; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 21 november 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-2835-1/4 Gelet op de beschikking van 8 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Maerten, die verschijnt voor verzoekster; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 30 december 1996 het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge verordenende maatregelen vaststelt voor een tijdelijke en duidelijk begrensde ingebruikneming van het openbaar domein met het oog op het uitbaten van een horecaterras op de Markt te Brugge; dat tegen het besluit van 30 december 1996 beroep wordt ingesteld zowel door BVBA Hotel Restaurant Le Panier d’Or als door verzoekster; dat beiden in een eerste middel onder meer aanvoeren dat het bepalen van de voorwaarden voor het gebruik van de openbare weg tot de bevoegdheid behoort, niet van het college van burgemeester en schepenen, maar van de gemeenteraad; dat in haar verslag met betrekking tot het beroep ingediend door BVBA Hotel Restaurant Le Panier d’Or de auditeur het middel gegrond bevindt en voorstelt de collegebeslissing van 30 december 1996 te vernietigen; dat in het auditoraatsverslag in de onderhavige zaak alleen de ontvank- elijkheid van het beroep wordt onderzocht, en wordt vastgesteld dat indien het beroep van BVBA Hotel Restaurant Le Panier d’Or wordt ingewilligd, de “huidige vordering zonder voorwerp is geworden”; dat op 27 mei 2003 opnieuw verordenen- de maatregelen voor het oprichten van terrasconstructies en het uitbaten van terrassen op het Marktplein te Brugge worden vastgesteld, door de gemeenteraad; dat de nieuw vastgestelde verordenende maatregelen nagenoeg identiek zijn aan de maatregelen waarin het bestreden besluit voorziet; Overwegende, ambtshalve, dat een verzoekende partij van het nodige persoonlijke belang moet doen blijken; dat dit belang niet alleen bij het instellen van het beroep voorhanden dient te zijn, maar moet voortduren tot aan de XII-2835-2/4 uitspraak; dat wanneer het belang in de loop van de procedure twijfelachtig of onzeker wordt, het aan de verzoekende partij toekomt om op afdoende wijze aannemelijk te maken dat het nog altijd actueel is; Overwegende dat, ofschoon het auditoraatsverslag voor haar strikt genomen ongunstig was, verzoekster er op geen enkele wijze op gereageerd heeft; dat zij evenmin heeft gereageerd op de brief van 25 november 2004, met bijlage, die de Raad van State heeft toegestuurd en waaruit kon worden opgemaakt dat de bekritiseerde verordenende maatregelen intussen opnieuw waren vastgesteld, door de gemeenteraad, en dat hierdoor het beroep, volgens de stad Brugge, “doelloos of nutteloos [was] geworden”; dat dit volgehouden stilzwijgen de indruk wekt dat de verdere afhandeling van haar beroep verzoekster onverschillig laat en dat zij ter zake geen belang meer heeft; Overwegende dat ter terechtzitting verzoekster verklaart wel nog belang te hebben; Overwegende dat zij, ter verklaring van haar stilzwijgen, verwijst enerzijds naar de conclusie in het auditoraatsverslag in de zaak van BVBA Hotel Restaurant Le Panier d’Or en anderzijds naar haar besef dat ten gevolge van de gemeenteraadsbeslissing van 27 mei 2003 een eventuele vernietiging toch maar een “Pyrrusoverwinning” zou opleveren; dat een en ander alleen maar bevestigt dat het stilzwijgen van verzoekster wel degelijk als een blijk van desinteresse voor de uitkomst van haar eigen vordering te beschouwen is; Overwegende voorts, in zoverre verzoekster laat uitschijnen dat zij alleszins thans weer belang(stelling) heeft, dat zij er niet in slaagt dit tenminste enigszins aannemelijk te maken; dat, gevraagd naar welke baat een vernietiging op vandaag voor haar zou meebrengen, verzoekster in de eerste plaats een schadevergoeding voor de uitbaters ter sprake brengt en in de tweede plaats het principiële voordeel dat de stad voortaan zou weten dat inzake maatregelen als die welke het bestreden besluit vaststelt, de gemeenteraad bevoegd is; dat evenwel verzoekster zelf geen uitbater is en bijgevolg terecht toegeeft dat het eerste voordeel niet persoonlijk is; dat het tweede voordeel dan weer achterhaald is; dat, getuige de gemeenteraadsbeslissing van 27 mei 2003, de verwerende partij er ook zonder een vernietiging te dezen reeds geruime tijd achter gekomen is dat de verordenende maatregelen door de gemeenteraad behoren te worden vastgesteld, en zich daar naar XII-2835-3/4 gedragen heeft; dat zij zulks op niet mis te verstane wijze aldus te kennen gaf -met een brief van 30 december 2003, waarvan een afschrift was gevoegd bij het schrijven van 25 november 2004 van de Raad van State aan verzoekster-: “In zitting van 27 mei 2003 legde ditmaal [!] de gemeenteraad die verordenende maatregelen opnieuw vast”; Overwegende dat verzoekster het vereiste persoonlijk en actueel belang ontbeert; dat haar beroep als onontvankelijk moet worden afgewezen; dat, in zoverre in de gemeenteraadsbeslissing van 27 mei 2003 de erkenning kan worden gelezen van verzoeksters wettigheidsbezwaar, tegen het bestreden besluit, dat de verordenende maatregelen van de gemeenteraad dienen uit te gaan, er wel reden is de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien november 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2835-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.384 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.66.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.