← België

Arrest 151414 - - 17/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.414 Rolnummer: A. 165707/VII-34542 Zaak: Arrest 151414 - - 17/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 04:54 Fiche Arrest nr 151.414 van 17 november 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.414 van 17 november 2005 in de zaak A. 165.707/VII-34.

  1. In zake : Johnny PERREMAN, die woonplaats kiest bij Advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Eric BOTTELDOORN, die woonplaats kiest bij Advocaat J. OPSOMMER, kantoor houdende te OUDENAARDE, Kasteelstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johnny PERREMAN op 2 september 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 16 juni 2005 inzake het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde van 20 december 2004, waarmee aan Eric BOTTELDOORN de milieuvergunning gedeeltelijk wordt verleend voor het exploiteren van een inrichting aan de Buchtweg 1, te Oudenaarde; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 27 oktober 2005; VII-34.542-1/7 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. ROELANDT, die verschijnt voor verzoeker, van Bestuurssecretaris-jurist E. TORREKENS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat J. OPSOMMER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat met een verzoekschrift van 22 september 2005 Eric BOTTELDOORN, houder van de aangevochten vergunning, vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zijn verzoek kan worden ingewilligd;
  4. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De tussenkomende partij exploiteert een landbouwbedrijf aan de Buchtweg in Oudenaarde. De inrichting ligt in agrarisch gebied. Op 26 februari 1991 neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oudenaarde akte van de aangifte van 78 runderen, 15 varkens, en de opslag van 370 m³ meter dierlijke mest. De aktename geldt als vergunning tot 31 augustus
  5. Er wordt later nog akte genomen van de melding van de opslag van 82.000 liter mazout (4 oktober 1993) en van de melding van de uitbreiding van de mestopslag tot 708 m³. Op 10 februari 2004 meldt de tussenkomende partij de overname van de exploitatie van een inrichting in Zwalm, blijkbaar vergund voor 180 varkens (3 beren, 37 zeugen, 140 andere varkens) en 15 runderen (4 Op 17 augustus 2004 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in, met als voorwerp de voortijdige hernieuwing van de lopende vergunning en de verandering door uitbreiding met 49 runderen en de opslag VII-34.542-2/7 van 120 m³ dierlijke mest. De uitbreiding behelst het overbrengen en omzetten van de milieuvergunning (van 75%) van de in Zwalm overgenomen inrichting. Verzoeker, die in de onmiddellijke omgeving van de inrichting woont, dient tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift in, omwille van geur- en geluidshinder. Op 20 december 2004 weigert het college van burgemeester en schepenen de voortijdige hernieuwing en uitbreiding, omwille van een negatief advies van de Vlaamse Landmaatschappij, dat in hoofdzaak is gebaseerd op twijfels over de vergunde mestproductie op de overgenomen inrichting, en op een onvolkomen mestafzet op diezelfde inrichting. De tussenkomende partij tekent administratief beroep aan. Hij wijst er in hoofdzaak op dat de Vlaamse Landmaatschappij voorafgaand aan de overname had laten weten dat de betreffende inrichting nog volledig vergund was. Volgende adviezen worden verleend : - de afdeling Milieuvergunningen adviseert ongunstig, omwille van een door de Vlaamse Landmaatschappij vastgestelde onvolkomen mestafzet in het verleden op de over te brengen inrichting; - de Vlaamse Landmaatschappij adviseert ongunstig, omwille van een onvolkomen mestafzet in het verleden op de over te brengen inrichting; tevens wordt gesteld dat de vergunning voor de varkens op de overgenomen inrichting van rechtswe- ge vervallen is wegens niet-exploitatie gedurende meer dan twee jaar; - de Vlaamse Milieumaatschappij adviseert gunstig; - de afdeling ROHM adviseert gunstig; - de provinciale milieudeskundige meent dat het verval van de overgenomen vergunning voor de varkens niet vaststaat, en adviseert gunstig voor een beperkte uitbreiding, naar rato van de bewezen mestafzet in het verleden op de overgenomen inrichting; - de Provinciale Milieuvergunningscommissie tenslotte volgt de Vlaamse Landmaatschappij, en adviseert ongunstig. Op 16 juni 2005 wordt de bestreden beslissing genomen : de gevraagde vergunning wordt gedeeltelijk verleend; voor wat de dieren betreft, voor de uitbreiding met 27 runderen tot in totaal 105 runderen, en voor 15 varkens (hernieuwing); de opslag van dierlijke mest wordt uitgebreid met 120 m³ tot in totaal 828 m³ mest;
  6. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan VII-34.542-3/7 worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  7. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker volgend betoog houdt : "Met het bestreden besluit wordt een exploitatievergunning afgeleverd voor hernieuwing en uitbreiding van een veeteeltbedrijf, bestaande uit 105 runderen en 15 varkens en met een mestproductie van 2.682 kg P2O5 en 7.528 kg N en opslag van 971 m³ mest. Gelet op de ligging van verzoekende partij - de opslagplaatsen van het dierlijk mest zijn enkel van de eigendom van verzoekende partij gescheiden door de smalle Buchtweg - en de aard van de inrichting kan niet geredelijk worden betwist dat verzoekende partij ernstige geurhinder dreigt te ondergaan. In het bestreden besluit wordt hieromtrent gesteld : Verwerende partij geeft in het bestreden besluit in het geheel niet aan welke maatstaven zij hanteert om uit te maken of een veeteeltbedrijf Een plaatsbezoek is trouwens een momentopname zodat op grond daarvan nooit geredelijk kan worden besloten dat de inrichting geen regelmatige geurhinder zou verspreiden. Bovendien is het plaatsbezoek waardeloos m.b.t. tot de beoordeling van de geurimpact van het geheel van de inrichting, meer bepaald nà de uitbreiding, aangezien de uitbreiding er op het ogenblik van het plaatsbe- zoek nog niet kon geweest zijn. Het argument dat het om een Bovendien doet de Mest blijft mest, ongeacht de netheid van het bedrijf. Verwerende partij geeft ook niet aan welke concrete maatregelen de exploitant dan wel zou nemen om de geur van de geproduceerde mest te doen afnemen. Integendeel, de exploitant beschikt niet over opslagplaatsen die overeenkomstig artikel 5.9.2.2 van Vlarem II moeten uitgerust zijn met mestdichte wanden (zie derde middel); VII-34.542-4/7 Het is evident dat de aantasting van het woonklimaat door geluids- en geurhinder naderhand niet meer kan hersteld worden"; 3.
  8. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota als volgt reageert : "Appellant beklaagt er zich over dat de mestopslag slechts gescheiden is van zijn eigendom door de Buchtweg. Hij voegt er aan toe dat Belangrijk hierbij is vast te stellen dat appellant niet klaagt over enige bestaande geurhinder van het landbouwbedrijf van de exploitant. Appellant is net zoals de exploitant woonachtig in een landbouwzone van het gewestplan Volgens de appellant zou het bedrijf van de exploitant door de uitbreiding een grootschalig bedrijf worden. De uitbreiding die door de Bestendige Deputatie werd toegestaan betreft welgeteld een toename met 27 runderen. Uit de vaststellingen door de provinciale milieudeskundige ter plaatse blijkt dat deze uitbreiding geen grote problemen zal veroorzaken. Dat de mestopslag zich bevindt in de omgeving van het perceel van appellant dient te worden beschouwd als een geschil van burenhinder en moet niet via de weg van de schorsings- en vernietigingsprocedure voor de Raad van State worden aangepakt. Het ernstig en moeilijk te herstellen nadeel in hoofde van de appellant zou dus bestaan uit naderhand niet meer kan hersteld worden'. Het ernstig en moeilijk te herstellen nadeel is dus slechts een veronderstelling, niet gesteund op enige bestaande abnormale hinder. De grote omvang van de hinder is bovendien betwijfelbaar, nu de bestaande veestapel slechts met 27 stuks zal toenemen. Er kan hier bijgevolg geen sprake zijn van een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel"; 3.
  9. Overwegende dat de betrokken inrichting is gelegen in agrarisch gebied; dat ook verzoeker woonachtig is in agrarisch gebied; dat een landbouwbedrijf in principe planologisch alleen thuishoort in dergelijk gebied; dat dienvolgens de tolerantiedrempel voortvloeiend uit het bedrijf in kwestie aanzienlijk hoger ligt ten aanzien van verzoeker dan ten aanzien van bewoners van een ander bestemmingsge- bied; dat de in het geding zijnde vergunning een gedeelte voortijdige hernieuwing bevat en een gedeelte uitbreiding; dat zelfs bij weigering van de gevraagde milieuvergunning de tussenkomende partij op basis van de lopende vergunning zijn landbouwbedrijf omvattende 78 runderen, 15 varkens en 708 m³ mestopslag verder zou kunnen exploiteren tot 1 september 2011; dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat de uitbreiding met 27 runderen en met de opslag van 120 m³ mest in de rundveeboxen bijkomende hinder zal veroorzaken die van aard is om de totale hinder van de inrichting boven de drempel te doen uitkomen die als normaal kan worden VII-34.542-5/7 beschouwd voor hinder die in agrarisch gebied wordt veroorzaakt door agrarische activiteiten; dat niet zonder meer kan worden voorbijgegaan aan het advies van de provinciale milieudeskundige van 24 maart 2005 waarin wordt gesteld : "Bij het plaatsbezoek werd geen geurhinder waargenomen en kon worden vastgesteld dat de inrichting op een zeer nette manier wordt geëxploiteerd"; Overwegende, tenslotte, dat voor zover de inrichting niet zou voldoen aan een aantal sectorale voorwaarden van Vlarem II, dat een zaak is van toezicht op het naleven van de vergunningsvoorwaarden; 3.
  10. Overwegende dat derhalve aan de tweede voorwaarde gesteld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  11. Het verzoek tot tussenkomst van Eric BOTTELDOORN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien november tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. VII-34.542-6/7 De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-34.542-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.414 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.925 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.