← België

Arrest 151477 - - 21/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.477 Rolnummer: A. 88912/IX-2168 Zaak: Arrest 151477 - - 21/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 04:58 Fiche Arrest nr 151.477 van 21 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.477 van 21 november 2005 in de zaak A. 88.912/IX-

  1. In zake : Marcel VAN LANCKER, die woonplaats kiest bij advocaat L. DE SCHRIJVER, kantoor houdende te GENT, Baarledorpstraat 93 tegen : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van OOSTENDE, dat woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan
  2. tussenkomende partij : Ignace VERLINDE, die woonplaats kiest bij advocaat G. AMPE, kantoor houdende te OOSTENDE, Kerkstraat 8, bus
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marcel VAN LANCKER op 11 januari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissingen genomen op 9 november 1999 door het bijzonder comité van beheer van het H. Serruysziekenhuis, afhangend van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn -hierna : OCMW- van de Stad Oostende, om de formatie van het medisch personeel van het H. Serruysziekenhuis met een tweede betrekking van radio-isotopist uit te breiden en Dr. Ignace VERLINDE tot 31 januari 2004 opnieuw in het ziekenhuis toe te laten als geneesheer met de specialiteit IX-2168-1/5 “radio-isotopen” om er zijn beroep als radio-isotopist deeltijds uit te oefenen, op vaste uren en dagen en volgens de noodwendigheden van de dienst; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 2 maart 2000; Gelet op de beschikking van 16 maart 2000 die de tussenkomst van Ignace VERLINDE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de beschikking van 14 april 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 26 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. CORNELIS, die loco advocaat L. DE SCHRIJVER, verschijnt voor verzoeker, van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS, verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. VER EECKE, die loco advocaat G. AMPE, verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; IX-2168-2/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de voorgeschiedenis van de zaak is samengevat in het arrest van de Raad van State nr. 81.380 van 28 juni 1999, waarbij uitspraak werd gedaan over drie verschillende annulatieberoepen die waren ingesteld door de huidige tussenkomende partij; dat met het oog op het rechtsherstel dat na het voormelde vernietigingsarrest van de Raad van State diende te worden verleend, het bijzonder comité van beheer op 9 november 1999 eerst besloot de formatie van het medisch personeel met een tweede betrekking van radio-isotopist uit te breiden, overwegende “dat het O.C.M.W. immers verplichtingen (heeft) ten opzichte van zowel dr. M. Van Lancker, als dr. I. Verlinde, zodat een kaderuitbreiding de enige mogelijkheid is om tot een oplossing te komen”, en voorts de tussenkomende partij tot 31 januari 2004 opnieuw in het ziekenhuis toe te laten als geneesheer met de specialiteit “radio-isotopen” om er zijn beroep als radio-isotopist deeltijds uit te oefenen, op vaste uren en dagen en volgens de noodwendigheden van de dienst, overeenkomstig de regelen vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn op 22 december 1981, zoals later gewijzigd; dat die twee besluiten het voorwerp uitmaken van het onderhavige beroep tot nietigverklaring; Overwegende dat in het verslag van het bevoegde lid van het auditoraat besloten wordt dat verzoeker niet langer van het wettelijk vereiste belang doet blijken omdat zijn aanstelling vanaf 1 november 2003 opnieuw voor een termijn van vijf jaar is verlengd, dat de tussenkomende partij nooit gebruik heeft gemaakt van de toelating die haar op 9 november 1999 door het thans bestreden besluit van het bijzonder comité van beheer van het ziekenhuis Henri SERRUYS werd gegeven om de specialiteit “radio-isotopen” deeltijds in het ziekenhuis uit te oefenen en dat, bovendien, deze toelating op 31 januari 2004 is verstreken, doordat de tussenkomende partij de leeftijdsgrens heeft bereikt; IX-2168-3/5 Overwegende dat verzoeker daartegen in zijn laatste memorie laat gelden wat volgt : “In het tussengekomen verslag besluit het auditoraat tot de onontvankelijkheid van het ingestelde beroep op grond van het feit dat enerzijds verzoekende partij op 9 november 1999 toelating zou gekregen hebben van het bijzonder comité van beheer van het Ziekenhuis Henri SERRUYS om de specialiteit ‘radio-isotopen’ deeltijds in het ziekenhuis uit te oefenen, mogelijkheid waarvan verzoeker geen gebruik zou gemaakt hebben, en verzoeker bovendien ondertussen de maximale leeftijdsgrens zou bereikt hebben en anderzijds verzoeker zou nagelaten hebben tijdig te antwoorden op het verzoek van het auditoraat om aan te tonen dat hij nog steeds over een actueel belang zou beschikken. Verzoeker beklemtoont alleszins dat hij nog steeds een actueel belang heeft. Immers, minstens in de periode tot het ogenblik dat verzoeker de maximale leeftijdsgrens zou bereikt hebben, heeft verzoeker een ernstig nadeel geleden door de bestreden beslissing, waarvoor hij nog steeds rechtsherstel nastreeft. Dit belang blijft actueel. Een desgevallend tussen te komen annulatiearrest stelt verzoeker immers in staat verder rechtsherstel te bekomen voor het evidente nadeel dat hij heeft geleden. Verzoeker heeft in zijn inleidend verzoekschrift duidelijk gesteld dat voor de specialiteit ‘radio-isotopen’ slechts de aanstelling van één geneesheer verantwoord was en dat de ontdubbeling van deze dienst volstrekt zinloos was en absoluut niet functioneel. Bovendien noodzaakte de aanstelling van een tweede geneesheer-specialist verzoekende partij om zijn praktijk in het ziekenhuis van de vroegere, daartoe voorziene localen over te brengen naar andere, minder geschikte localen, zodat door de bestreden beslissing de verdere uitoefening van de functie grotendeels zinloos maakte. Verzoeker bevestigt hierbij dan ook formeel zijn actueel belang bij het verderzetten van de procedure.”; Overwegende dat verzoeker zodoende niet tegenspreekt dat de tussenkomende partij -niet hijzelf- geen gebruik gemaakt heeft van de toelating om de specialiteit “radio-isotopen” deeltijds in het ziekenhuis uit te oefenen, noch dat die partij ondertussen de leeftijdsgrens bereikt heeft; dat men dan ook niet inziet welk belang verzoeker er nog bij kan hebben om de nietigverklaring te vorderen van een beslissing welke de tussenkomende partij nooit in haar voordeel heeft laten toepassen; dat verzoeker overigens weinig concrete gegevens aanbrengt aangaande het “evidente nadeel” dat hij zou hebben ondergaan; dat aangezien het verlies van zijn IX-2168-4/5 belang niet aan verzoekers toedoen kan worden toegeschreven, het past de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Oostende. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig november 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2168-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.477 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.