id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:20
§ 2
van dat besluit, een bijkomende apotheek mag worden toegestaan indien de dichtstbijgelegen apotheek zich op ongeveer 1 km bevindt en IX-2701-15/23 de geplande apotheek de behoeften dekt van 2.500 inwoners; dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat aan de afstandsvereiste is voldaan, wat overigens niet wordt betwist; dat de betwisting het vervuld zijn van de tweede vereiste, namelijk de behoeftedekking van 2.500 inwoners betreft; dat het advies van de commissie van beroep in dat verband enkel overwoog dat het door de aanvraagster, in 1994, naar voren geschoven cijfer kon worden aangenomen en dat de aanvraag voldeed aan de vereiste behoeftedekking van 2.500 inwoners omdat de deelgemeente Dworp reeds 2 x 2.500 inwoners telde en omdat de apotheek, gelet op haar geografische ligging, bovendien een bijkomende invloedssfeer kon laten gelden in de aangrenzende dicht- bebouwde deelgemeente Alsemberg en de aangrenzende gemeenten Sint-Genesius- Rode en Eigenbrakel; dat verzoekster terecht kan stellen dat uit die motivering niet af te leiden valt of er wel enige afweging of toetsing is gebeurd; dat dit des te meer klemt nu de vestigingscommissie op 27 december 1993 vastgesteld had dat de aanvraagster 3.574 inwoners claimt, welk gegeven de farmaceutisch inspecteur zeer gedetailleerd onderzoekt en verwerpt in zijn verslag van 18 maart 1994, waarop de vestigingscommissie dan op18 augustus 1994 een ongunstig advies geeft; dat na beroep van de aanvraagster de commissie van beroep zich in 2000 ertoe beperkt, zonder nieuw verslag van de farmaceutische inspectie, om enerzijds vast te stellen dat de (deel)gemeente Dworp twee maal 2.500 inwoners telt -zie wat dat betreft het tweede middel- anderzijds dat de aanvraagster aanspraak kan maken op het door haar vooropgestelde cijfer van 3.574 inwoners in de gemeenten die zij aanwees, op grond van wat voorkomt als een loutere stijlformule: de sociale, economische, verkeerstechnische en geografische realiteit, zonder dat de gedetailleerde conclusies van de vestigingscommissie en farmaceutische inspectie ter sprake komen; 3.1.2.
- Overwegende dat het advies van de commissie van beroep weliswaar in de plaats komt van dat van de vestigingscommissie, ingevolge het devolutief karakter van het beroep dat ertegen ingesteld wordt, dat de commissie van beroep op grond van dezelfde gegevens tot een andere conclusie kan komen dan de vestigingscommissie en dat zij de door de partijen aangevoerde middelen ook niet dient te beantwoorden; dat in dezen echter, zoals vermeld, niet blijkt dat de IX-2701-16/23 bevindingen van de farmaceutische inspectie en de feitelijke gegevens in het algemeen opnieuw beoordeeld werden door de commissie van beroep; 3.1.2.
- Overwegende dat waar de verwerende partijen opmerken dat het middel summier werd aangevoerd in het inleidend verzoekschrift, gesteld kan worden dat ook de motivering van de beroepscommissie summier was; dat verzoekster uit het oogpunt van de ontvankelijkheid dan ook kon volstaan met daartegen aan te voeren “dat de vergunning 3.574 inwoners toewijst aan de toekomstige officina VAN DIONANT, zijnde gewoon het cijfer opgegeven door voornoemde aanvraagster zonder enige afweging of toetsing aan de werkelijkheid of aan wat ook, dit ondanks het feit dat de inspectie met bijkomende opdrachten werd belast en tot een negatief besluit kwam, welk wettelijk voorzien gegeven evenmin werd weerlegd”; dat het middel gegrond is; 3.2.1.
- Overwegende dat de NV ALSEMPHARMA in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken; dat zij daarvoor de volgende argumenten aanvoert : “
- Het beschouwen van de deelgemeente DWORP als "gemeente" Het blijkt dat de beslissing heel eenvoudig slaat op het feit dat DWORP 5.000 inwoners telt. DWORP is echter geen gemeente maar een deelgemeente, zodat DWORP op zichzelf niet kon beschouwd worden. Daarbij dient aangestipt dat uit de ligging van de officina blijkt dat zij juist niet gericht is op DWORP aangezien de vestiging buiten de gemeentekom van DWORP ligt die tamelijk lager ligt en uiteindelijk gesitueerd is op de Grote Baan, zijnde een verbindingsweg zonder meer, met geen enkele commerciële aantrekkingskracht. Daarbij ligt de baan waarop de officina zich wenst te vestigen zelf op de helling. Richting SINT-GENESIUS-RODE zijn er praktisch geen inwoners op de hellingen die lager gelegen zijn en ook hogerop is het aantal inwoners zeer gering en in ieder geval zonder werkelijke verbindingswegen. Overigens is de beslissing zeker aangetast door een interne contradictie : men stelt dat DWORP met zijn 5.000 inwoners een tweede officina wettigt maar - en dan nog op basis van het niet-correct geïnterpreteerde cijfermateriaal van VAN DIONANT - blijkt dat men slechts rekent op 1.021 inwoners van DWORP en de overige inwoners komen van de gemeente ALSEMBERG, SINT- IX-2701-17/23 GENESIUS-RODE en EIGENBRAKEL die in geen enkele mate op de richting DWORP aangewezen zijn. Uiteindelijk werd de officina dus toegekend met inwoners die ze met zekerheid niet zal bedienen.”; 3.2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de bestreden vergunning niet werd toegekend op basis van artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1974, met andere woorden het criterium “aantal inwoners van de gemeente” maar, op basis van de afwijkende mogelijkheid van artikel 1, § 3, a, van dat koninklijk besluit en dat zoals blijkt, ook de voorwaarden welke daarin gesteld worden vervuld zijn, wat het aantal bewoners betreft wier behoeften door de geplande apotheek gedekt zouden worden, onder meer op basis van certificaten verstrekt door de gemeente en een expert landmeter; 3.2.1.
- Overwegende dat volgens de tussenkomende partij de motivering en bespreking opgenomen in de beslissing van de commissie van beroep in een totaal andere zin wijst dan verzoekster beweert; dat op het tijdstip van de aanvraag de gemeente Beersel 21.993 inwoners telde en de deelgemeente Dworp 5.015 inwoners; dat op het tijdstip van het afleveren van de vergunning die cijfers hoger waren: Beer- sel 22.312 inwoners en Dworp 5.132 inwoners; dat de tussenkomende partij voorts opmerkt dat de vergunning verlenende overheid zich niet beperkt heeft tot die twee gegevens maar ook rekening hield met de geografische ligging van de geplande officina en dus met het aantal inwoners van de deelgemeente Alsemberg, en de gemeenten Sint-Genesius-Rode en Eigenbrakel, allen aangrenzend en in de onmiddellijke nabijheid liggend; dat de tussenkomende partij er op wijst dat alle gemeenten op dat punt echt in elkaar vloeien en de diverse gemeentegrenzen er samenkomen, dat het inwoneraantal gevoelig gestegen is en nog steeds stijgt, dat Dworp derhalve momenteel ruim meer dan 2 x 2.500 inwoners telt terwijl er momenteel één apotheek gevestigd is, terwijl in casu de vestiging aan de zijde van Alsemberg ligt; dat volgens de tussenkomende partij voorts in de overwegingen van de commissie van beroep niet enkel rekening gehouden wordt met de "deelgemeente Dworp", maar ook wordt verwezen naar de andere deelgemeenten van Groot-Beersel; dat zij besluit dat hieromtrent bezwaren uiten bovendien niet de IX-2701-18/23 grond van de zaak raakt: de vergunningsaanvraag is niet gesteund op artikel 1, § 1, 1/, van het koninklijk besluit van 25 september1974 maar wel op artikel 1, § 3, a), dat uitdrukkelijk bepaalt : "
§ 2mag de vestiging van een bijkomende apotheek worden toegestaan: ..."; 3.2.1.4.
Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord nog aanvoert dat het advies van de commissie benadrukt dat Dworp 2 x 2.500 inwoners telt, dat daarna wel verwezen wordt naar Alsemberg, Sint-Genesius-Rode en Eigenbrakel maar men enkel toetst aan de officina te Dworp aangezien men spreekt van de invloedssfeer van de gevestigde officina (enkelvoud) en geenszins van de officina's te Alsemberg, Sint-Genesius-Rode en Eigenbrakel en dit des te meer wanneer men vast dient te stellen dat Annick VAN DIONANT in haar verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst en in feite ook de Belgische Staat juist deze drie gemeenten viseren; dat het volgens haar duidelijk is - en dat blijkt uit de geografische gesteltenis van Dworp zelf - dat de aanvraag VAN DIONANT om zo te zeggen niets beoogt van cliënteel in Dworp, buiten de enkele inwoners die op de helling wonen, wat trouwens ook zal blijken uit de wijziging in het vergunningsadres die intussen is aangevraagd en overigens het voorwerp uitmaakt van een verzoekschrift tot schorsing en vernietiging; dat zij ten slotte stelt dat alle officina's bij de beoordeling betrokken dienen te worden; 3.2.2.1. Overwegende dat de ter zake relevante bepalingen van artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken als volgt luiden : “§ 2. Naargelang het bevolkingscijfer van de gemeente : - (...) - 7.500 tot 30.000 inwoners - (...) bedraagt, mag het aantal voor het publiek opengestelde apotheken niet hoger zijn dan het quotiënt van de deling van het totaal aantal inwoners door respectievelijk : - (...) - 2.500 IX-2701-19/23 - (...) (....) § 3.
§ 2
mag de vestiging van een bijkomende apotheek worden toegestaan :
- a)indien de dichtstbijgelegen apotheek zich op ongeveer 1 km bevindt van de geplande apotheek en indien deze laatste de behoeften dekt van 2.500 inwoners; (...).”; 3.2.2.2. Overwegende dat het advies van de commissie van beroep, waarnaar de bestreden beslissing verwijst en dat derhalve moet geacht worden de motieven van de bestreden beslissing te bevatten, verwijst naar artikel 1, § 3,
- a)van het voornoemde koninklijk besluit van 25 september 1974, volgens welk “
§ 2mag de vestiging van een bijkomende apotheek worden toegestaan...
”; dat te dezen werd geoordeeld dat de thans bestreden vergunning verleend kon worden omdat het door de aanvraagster, in 1994, naar voren geschoven cijfer kon worden aanvaard en dat de aanvraag voldeed aan de vereiste behoeftedekking aangezien de deelgemeente Dworp reeds 2 x 2500 inwoners telde en dat de apotheek, gelet op haar geografische ligging, bovendien een bijkomende invloedssfeer kon laten gelden in de aangrenzende deelgemeente Alsemberg en de aangrenzende gemeenten Sint-Genesius-Rode en Eigenbrakel; dat het advies er nog op wijst dat de verstrekte bevolkingscijfers officieel bevestigd zijn en beantwoorden aan de sociale, economische, verkeerstechnische en geografische realiteit en op grond daarvan besluit dat de behoeften worden gedekt van meer dan 2.500 inwoners zonder afbreuk te doen aan de invloedssfeer van de gevestigde officina; 3.2.2.
- Overwegende dat de voorafgaande vaststelling van de commissie van beroep, dat de deelgemeente Dworp op grond van haar bevolkingscijfer al twee officina’s wettigt, zoals verzoekster terecht opmerkt, op zijn minst dubbelzinnig is, aangezien het de indruk wekt dat er een berekening per deelgemeente gebeurt; dat die vaststelling geen aanvaardbaar motief kan vormen omdat, volgens de gewone regeling van artikel 1, § 2, de berekening per gemeente, niet per deelgemeente gebeurt; dat indien het de bedoeling is om te zeggen dat de nieuwe apotheek een afzetgebied heeft in Dworp zelf, dan ook concreet zou moeten kunnen blijken welke IX-2701-20/23 die invloedssfeer is, op welk precies deel van Dworp zij betrekking heeft; dat dit laatste niet het geval is, vooral daar de commissie louter de door de tussenkomende partij voorgelegde cijfers bijvalt en deze maar een klein gedeelte van Dworp tot haar invloedssfeer rekent; dat het middel in die mate gegrond is; 3.3.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een derde middel de schending aanvoert van artikel 1, § 3 van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken; dat zij het middel als volgt adstrueert : “
- Het criterium 2.500 inwoners Hierbij kan verzoekende partij volledig het cijfermateriaal onderschrijven dat in zake werd gebracht door partijen NV DE WEER en CREPEL (zie hoger vermelde referte) en volledigheidshalve ook aan huidig verzoekschrift wordt toegevoegd. Zelfs om aan het aantal te komen dat de NV DE WEER en CREPEL toewijzen aan de officina VAN DIONANT, moet men van het standpunt vertrekken dat de bewoners op de hellingen de slechte wegeltjes verkiezen die in veel gevallen als het ware loodrecht op de steenweg uitgeven. Op die steenweg moet men zich dan in de richting DWORP begeven, wat voor een groot gedeelte van de Franssprekende bevolking heel eenvoudig is uitgesloten als veronderstelling.”; 3.3.1.
- Overwegende dat de verwerende partij stelt dat artikel 1, § 3, a), een inhoudelijke beoordeling vereist van feitelijke gegevens, dat verzoekster een andere inschatting kan hebben van de feitelijke toestand, maar zulks de rechtmatigheid van de beslissing niet aantast; dat de tussenkomende partij antwoordt dat de Raad van State zich bij de appreciatie van de invloedssfeer van een geplande officina in toepassing van artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 25 september1974 niet in de plaats kan stellen van de daartoe bevoegde overheid, dat hij de genomen beslissing alleen dan op grond van een verkeerde appreciatie kan vernietigen wanneer deze kennelijk onredelijk is, dat de commissie van beroep en de bevoegde minister geen verkeerde appreciatie hebben gegeven aangezien er geen sprake is van een kennelijk onredelijke appreciatie, zodat het ingeroepen derde middel onmiddellijk moet worden verworpen, zonder dat nog verder onderzoek nodig is; IX-2701-21/23 3.3.
- Overwegende dat uit de behandeling van het eerste middel is gebleken dat uit de stukken van het dossier noch uit de motivering van het advies van de commissie van beroep af te leiden valt waarop deze gesteund heeft om, in afwijking van onder meer het hiervoor onder 1.
- aangehaalde verslag van de farmaceutisch inspecteur, rekening te houden met inwoners van naburige gemeenten die “op de hellingen de slechte wegeltjes (zouden) verkiezen die in veel gevallen als het ware loodrecht op de steenweg uitgeven”; dat het derde middel ook in die mate gegrond is;
- Over de zaak A. 99.820/IX-
- Overwegende dat het ontvankelijk en gegrond bevinden van de middelen in de zaak A. 111.592/IX-3093 volstaat om te besluiten tot de nietigverklaring van de bestreden rechtshandeling; dat het dan ook overbodig is om de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het beroep in de zaak A 99.820/IX-2701 te onderzoeken, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit genomen op 5 mei 2000 door de minister van Volksgezondheid waarbij aan Annick VAN DIONANT een vergunning wordt verleend voor het openen van een voor het publiek opengestelde apotheek te Beersel (Dworp), Alsembergsesteenweg nr. 236, thans nr.
- Artikel
- De kosten van de beroepen, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 248,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-2701-22/23 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig november 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2701-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.479 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div