id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.551 Rolnummer: A. 167914/VII-34982 Zaak: Arrest 151551 - - 22/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-03 05:15 Fiche Arrest nr 151.551 van 22 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.551 van 22 november 2005 in de zaak A. 167.914/VII- 34.982 In zake : XXX, Centrum voor Illegalen, Steenweg op Wortel 1A, é0 Merksplas, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX geboren in 1978 en van Burundese nationaliteit, op 22 november 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “la décision d’expulsion prétendument dénommé départ volontaire aujourd’hui mardi à 10H30 par SN BRUSSEL en direction de Kigali”; Gelet op de beschikking van 22 november 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 november 2005 om 9.30 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en van advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, daartoe gemachtigd bij beslissing van de Adjunct-Auditeur-generaal; VII-34.982-1/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 3 september 2003 en verklaart zich voor de eerste maal vluchteling op 11 september
- Op 14 juli 2005 verklaart de verzoekende partij zich voor de tweede maal vluchteling. 1.
- Op 29 juli 2005 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenland- se Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten en tot vasthouding op een welbepaalde plaats. 1.
- Op 11 augustus 2005 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. De verzoekende partij dient tegen deze beslissing een beroep in bij de Raad van State. Dit beroep is nog hangende en is gekend onder het nr. 165.342/E-24.
- 1.
- Op 25 oktober 2005 ondertekent de verzoekende partij een “reab verklaringsformulier voor verworpen asielzoekers”, waarin zij verklaart België te willen verlaten, om terug te keren naar Kanombe-Ruanda; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, gelet op het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling en op de stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij onder meer de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn beperkt, deze voorwaarde slechts is vervuld onder meer indien de aangevoerde hoogdringendheid niet aan de verzoekende partij zelf te wijten is; VII-34.982-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij in het verzoekschrift als redenen voor de uiterst dringende noodzakelijkheid alleen aanvoert dat zij opgesloten is in een gesloten centrum met het oog op repatriëring vandaag om 10.35 uur, en wijst op de toestand (“l’état”) waarin haar toekomstige echtgenoot (“son futur époux”) zich bevindt; Overwegende dat verzoekende partij reeds op 25 oktober 2005 een “reab verklaringsformulier voor verworpen asielzoekers” heeft ondertekend, waarin zij verklaart België te willen verlaten, om terug te keren naar Kanombe-Ruanda; dat de verwerende partij op grond van die verklaring een repatriëring heeft georganiseerd voor 22 november 2005; dat de verzoekende partij in haar aanduiding van het voorwerp van haar vordering, in haar verzoekschrift, wel aangeeft dat die verklaring “beweerdelijk” als vrijwillig wordt gekwalificeerd, doch niet aanvoert dat die verklaring niet op vrijwillige basis en met kennis van zaken gebeurde, en helemaal niet staaft dat die verklaring door een wilsgebrek zou zijn aangetast; dat die partij noch in haar verzoekschrift, noch ter terechtzitting, aanvoert dat zij haar voormelde verklaring later heeft ingetrokken; dat zij zich pas nadat het voornemen om tot repatriëring over te gaan haar ter kennis werd gebracht, plots tegen die repatriëring verzet door middel van de voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid; dat dit er toe heeft geleid dat heden, op 22 november 2005, om 6.44 uur ‘s morgens, een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd ingediend, dat diende behandeld te worden in een tijdspanne van een drietal uren, vermits de repatriëring gepland was middels een vlucht van 10.35 uur naar Kigali; dat uit deze handelwijze van de verzoekende partij blijkt dat zij zelf de oorzaak is van de ingeroepen extreme vorm van hoogdringendheid; dat daarom aan de desbetreffende schorsingvoorwaarde niet is voldaan; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig november tweeduizend en vijf, door : VII-34.982-3/4 de H. R. STEVENS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. B. SPEYBROUCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. SPEYBROUCK. R. STEVENS. VII-34.982-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.551 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div