id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.718 Rolnummer: A. 159051/XIV-21548 Zaak: Arrest 151718 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 25/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 05:27 Fiche Arrest nr 151.718 van 25 november 2005 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.718 van 25 november 2005 in de zaak A. 159.051/XIV-21.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. BUELENS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 10 januari 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 7 december 2004 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 30 september 2004 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 17 januari 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het voorlopig advies opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 7, §2 van het hoger genoemde koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit voorlopig advies aan de partijen; XIV-21.548-1/3 Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. JESPERS, die loco advocaat J. BUELENS verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede voorwaarde betreft, artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 3, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; dat de verzoekende partij als moeilijk te herstellen ernstig nadeel doet gelden wat volgt: “Moeilijk te herstellen ernstig nadeel ingeval van onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing. XIV-21.548-2/3 Indien de bestreden beslissing niet zou opgeschort worden in afwachting van de mogelijke annulatie zou verzoeker kunnen gedwongen worden het land te verlaten en ervan verwijderd te blijven gedurende enkele jaren, hetgeen een ernstig een moeilijk te herstellen nadeel zou teweegbrengen. Ook ter wille van de procedure is het nodig en nuttig, dat verzoeker in België verblijft. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou minstens voor gevolg hebben dat verzoeker zich ter zake de procedure strekkend tot nietigverklaring niet kan verdedigen op een wijze die vereist is voor een goede verdediging, daar zij niet meer in België zouden verblijven.”; Overwegende dat de omstandigheid dat de verzoekende partij van het grondgebied zouden worden verwijderd, haar niet belet, met betrekking tot het annulatieberoep, haar verdediging te laten waarnemen door een raadsman naar keuze, aangezien op haar niet de wettelijke verplichting rust persoonlijk te verschijnen; dat bijgevolg niet is voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-21.548-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.718 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.