← België

Arrest 151750 - - 25/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.750 Rolnummer: A. 167970/XIV-24079 Zaak: Arrest 151750 - - 25/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-03 05:29 Fiche Arrest nr 151.750 van 25 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.750 van 25 november 2005 in de zaak A. 167.970/XIV-24.

  1. In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat B. SOENEN, kantoor houdende te 9000 GENT Kortrijksesteenweg 597 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 23 november 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten en van de beslissing tot vasthouden in een welbepaalde plaats van de minister van Binnenlandse Zaken van 17 november 2005; Gelet op de beschikking van 23 november 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 november 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 25 november 2005 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. BUYSSE die, loco advocaat B. SOENEN verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK XIV-24.079-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de tweede bestreden beslissing deze is van de minister van Binnenlandse Zaken van 17 november 2005 tot het vasthouden in een welbepaalde plaats; dat de Raad van State zich echter niet vermag uit te spreken over beslissingen tot vrijheidsberoving, waarvan de beoordeling tot de rechtsmacht van de gewone hoven en rechtbanken behoort; dat de vordering in die mate niet-ontvankelijk is; 2.
  3. Overwegende, wat betreft de eerste bestreden beslissing, dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  4. Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij het volgende aanvoert: “De bestreden akten impliceren dat verzoeker zal teruggedreven worden naar Polen. Dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissingen dreigt aan verzoeker een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel te berokkenen. Dat de Belgische overheid verzoeker immers ten onrechte naar Polen stuurt teneinde diens asielprocedure te onderzoeken, terwijl de overname niet wettig tot stand kan komen, gezien de verzoeker wel degelijk meer dan 3 maanden buiten het grondgebied van de Lidstaten verbleef. De opschorting van het bevel dient dan ook te worden bevolen.”; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij met het voorgaande in wezen slechts verwijst naar de voorgehouden onwettigheid van de bestreden beslissing, doch niet uiteenzet, laat staan aannemelijk maakt, welk concreet nadeel zij zou leiden wanneer zij naar Polen zou worden teruggeleid en haar asielaanvraag aldaar zou worden behandeld; dat de voorgehouden onwettigheid betrekking heeft op het bestaan van een ernstig middel doch dat zulks een afzonderlijke schorsingsvoorwaarde vormt, die op zichzelf geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt; dat de verzoekende partij in het verzoekschrift geen ander nadeel aanvoert en dat met niet in het verzoekschrift vermelde gegevens geen rekening kan worden gehouden; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid af te wijzen, XIV-24.079-2/3 BESLUIT: Artikel
  6. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-24.079-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.