← België

Arrest 151770 - - 28/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.770 Rolnummer: A. 64308/IX-1059 Zaak: Arrest 151770 - - 28/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-09 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 05:29 Fiche Arrest nr 151.770 van 28 november 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.770 van 28 november 2005 in de zaak A. 64.308/IX-

  1. In zake : Paul AVONTROODT, wonende te MECHELEN, Schuttersvest 36 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Buitenlandse Zaken,
  3. de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, thans de minister van Buitenlandse Zaken, die woonplaats kiezen bij advocaten LEURQUIN en A. VERRIEST, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul AVONTROODT op 29 juni 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 3 april 1995 houdende bevordering van Christian PANNEELS tot de graad van adviseur bij het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 29 april 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1059-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. LAHOUSSE, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat E. JACUBOWITZ, die loco advocaten X. LEURQUIN en A. VERRIEST, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  6. Bij dienstorder nr. 7/95 van 13 januari 1995 wordt een betrekking van adviseur bij “G 61-10: Dienst Verenigde Naties en Aanverwante Organisaties” bij het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking (hierna : ABOS) vacant verklaard voor bevordering bij wijze van verhoging in graad. 1.
  7. Verzoeker dient op 9 februari 1995 een gemotiveerde kandidatuur in. Hij wijst er op dat hij de facto reeds meer dan 10 jaar de functie van diensthoofd vervult, dat hij ervaring met internationale organisaties heeft verworven door zijn werk in dienst van de Food and Agriculture Organization van IX-1059-2/7 de Verenigde Naties waardoor hij eveneens effectief te maken had met het gehele systeem van de Verenigde Naties en dat hij door zijn huidige functie een geprivilegieerde kennis van de diverse samenwerkingsinstrumenten heeft opgebouwd. Ten bewijze van zijn managementscapaciteiten verwijst hij naar zijn managementsopleiding die wordt gestaafd door diploma’s en naar zijn brevet van vormingsdirecteur. 1.
  8. Op 7 februari 1995 kandideert ook Christian PANNEELS voor de genoemde betrekking. Hij wijst er op dat die dienst zeer goed past bij zijn beroepservaring vermits hij zijn carrière is gestart bij het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties en hij die sector zowel op het terrein als op de hoofdzetel en zowel binnen de organisatie als vanuit de beheersinstanties gedurende twintig jaar rechtstreeks heeft gevolgd. 1.
  9. De directieraad van het ABOS onderzoekt de kandidaturen in zijn vergadering van 27 februari
  10. Hij rangschikt Christian PANNEELS als eerste en verzoeker als derde op grond van de volgende overwegingen: “Paul AVONTROODT heeft een langdurige ervaring inzake internationale instellingen als FAO-deskundige en als ABOS-vertegenwoordiger bij DAC/OESO die verder gezet werd toen hij als macro-economist werkzaam was in de sectie Kinshasa en tijdens zijn periode als diensthoofd Zaïre, Rwanda, Burundi. (...) Kris PANNEELS heeft zijn carrière 20 jaar geleden gestart in de hoofdzetel van het Ontwikkelingsprogramma van de V.N. en hij heeft de multilaterale sector sedertdien zowel op het terrein als op de hoofdzetel en zowel binnen de organisatie als vanuit de beheersinstanties rechtstreeks gevolgd tot in
  11. Dhr. PANNEELS is een zeer goed element.” Verzoeker krijgt kennis van deze rangschikking bij brief van 3 maart
  12. 1.
  13. Op 13 maart 1995 dient hij een bezwaarschrift in tegen de voormelde rangschikking waarin hij de argumenten voor zijn geschiktheid die hij IX-1059-3/7 reeds in zijn kandidatuur had aangegeven, herhaalt. Hij vraagt om te worden gehoord door de directieraad. 1.
  14. Op 27 maart 1995 bespreekt de directieraad, na verzoeker te hebben gehoord, zijn bezwaarschrift, maar besluit dat hoewel hij een zeer goed kandidaat is er niet voldoende motieven zijn om de rangschikking te wijzigen. 1.
  15. Bij koninklijk besluit van 3 april 1995 wordt Christian PANNEELS benoemd tot adviseur bij de dienst G 61-l0 met ingang van 1 april
  16. Dit besluit verwijst naar de notulen van de vergadering van de directieraad van 27 maart
  17. Nochtans worden deze notulen pas bij nota van 27 april 1995 overgemaakt aan de minister van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. 1.
  18. Bij koninklijk besluit van 22 december 1995 wordt verzoeker bevorderd tot adviseur met ingang van 1 december
  19. 1.
  20. Bij koninklijk besluit van 10 augustus 2004 wordt Christian PANNEELS bevorderd tot de graad van adviseur-generaal. Tegen deze benoeming heeft verzoeker eveneens een annulatieberoep ingesteld (zaak A. 156.984/IX-4686);
  21. Over de ontvankelijkheid. Overwegende dat verzoeker bij koninklijk besluit van 22 december 1995 is bevorderd tot adviseur met ingang van 1 december 1995; dat hij slechts belang heeft bij onderhavig annulatieberoep in zoverre Christian PANNEELS een grotere anciënniteit heeft verworven in de graad van adviseur; IX-1059-4/7
  22. Over de gegrondheid. 3.1.
  23. Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van het gelijkheidsbeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de benoemende overheid de bestreden beslissing heeft genomen zonder dat zij kennis had van de notulen van de vergadering van de directieraad van 27 maart 1995; dat die notulen pas op 27 april 1995 aan de minister bezorgd werden; dat de bestreden beslissing echter uitdrukkelijk verwijst naar “het met redenen omkleed advies van de Directieraad van het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking, dd. 27 februari 1995 en 27 maart 1995”; 3.1.
  24. Overwegende dat de verwerende partij in die uiteenzetting geen argument ziet waaruit een schending van het gelijkheidsbeginsel zou kunnen afgeleid worden; dat zij wel toegeeft dat de minister op 3 april 1995, datum van het bestreden besluit, nog niet in het bezit was van de notulen van de vergadering van de directieraad van 27 maart 1995; dat zij vertrouwt op de wijsheid van de Raad van State om dit gegeven en zijn invloed op de regelmatigheid van de procedure te beoordelen; 3.1.
  25. Overwegende dat de verplichting voor de benoemende overheid om de titels en de verdiensten van de kandidaten voor een openbaar ambt met elkaar te vergelijken, teruggaat op het beginsel van de gelijke toegang tot het openbaar ambt dat voortvloeit uit het gelijkheidsbeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet; dat de benoemende overheid de verplichting heeft om de kandidaten te vergelijken; dat opdat de benoemende overheid dit zou kunnen doen, de reglementering er in voorziet dat zij over de titels en verdiensten van de kandidaten voorgelicht wordt door de directieraad die een gemotiveerd advies over de kandidaten moet geven hetwelk leidt tot een benoemingsvoorstel; dat van dit advies wordt vereist dat het de precieze en op een onderzoek en een vergelijking van de titels en verdiensten steunende redenen aangeeft waarom de ene kandidaat boven de andere wordt verkozen; IX-1059-5/7 3.1.
  26. Overwegende dat uit de artikelen 23 en 26 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, blijkt dat het advies van de directieraad slechts volledig is nadat de bezwaren zijn onderzocht; dat in feite dit advies in twee stadia wordt gevormd; dat het eerste onderzoek van de kandidaturen op basis van een vergelijking van de titels en verdiensten leidt tot een voorlopige rangschikking waartegen door de kandidaten bezwaar aangetekend kan worden binnen de tien dagen na ontvangst van die rangschikking; dat deze bezwaarschriften vervolgens worden onderzocht door de directieraad die pas dan zijn definitief advies en definitieve rangschikking opmaakt; dat het duidelijk is dat het gemotiveerd advies van de directieraad en de rangschikking, waarvan sprake in de genoemde artikelen 23 en 26, enkel kan slaan op het definitief advies en de definitieve rangschikking die wordt opgemaakt nadat de bezwaarschriften zijn onderzocht; dat de minister ook pas dan regelmatig als voorgelicht kan worden beschouwd wanneer hij het definitieve advies heeft gekregen; dat in deze blijkt dat het definitief advies en het definitief voorstel slechts naar de minister werden verstuurd nadat het bestreden besluit reeds genomen was; dat de verwerende partij niet beweert dat de minister reeds voordien op een andere wijze kennis zou hebben gekregen van het advies; dat er dan ook besloten moet worden dat het bestreden benoemingsbesluit werd genomen zonder dat het definitief advies bekend was aan de minister; dat dit niet in overeenstemming is met de verplichting die vervat is in de meer genoemde artikelen 23 en 26; dat het gemotiveerd advies van de directieraad een substantiële vormvereiste is en dat het ontbreken of de onregelmatigheid ervan de rechtmatigheid aantast van de benoeming die op basis van dat advies is gegeven; dat in deze de benoemende overheid hoogstens kon beschikken over een voorlopig advies; dat aangezien de benoemende overheid haar beslissing heeft genomen slechts op basis van het voorlopige advies en niet kan worden gesteld dat het definitieve advies niet meer informatie over verzoeker bevatte dan het voorlopige, het middel dat steunt op de ontstentenis van een behoorlijke vergelijking van titels en verdiensten, gegrond is, IX-1059-6/7 BESLUIT: Artikel
  27. Vernietigd wordt het koninklijk besluit van 3 april 1995 houdende bevordering van Christian PANNEELS tot de graad van adviseur bij het ABOS in zoverre Christian PANNEELS een grotere anciënniteit heeft verworven in de graad van adviseur. Artikel
  28. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1059-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.770 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.