id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.783 Rolnummer: A. 163977/IX-4966 Zaak: Arrest 151783 - - 28/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-07 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-03 06:10 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)DE Fiche Arrest nr 151.783 van 28 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.783 van 28 november 2005 in de zaak A. 163.977/IX-4966. In zake : Rudy HUYGHE, die woonplaats kiest bij advocaat K. COLLETTE, kantoor houdende te TORHOUT, Keibergstraat 19 tegen : de Vlaamse Landmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan 180. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rudy HUYGHE op 6 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 26 mei 2005 van de administrateur-generaal van de Vlaamse Landmaatschappij waarbij hij met ingang van 1 juni 2005 wordt ontslagen wegens beroepsongeschikt- heid met inachtneming van een opzeggingstermijn van 18 maanden; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 21 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; IX-4966-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. COLLETTE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. SPELEERS die, loco advocaat S. BUTENAERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Over de gegevens van de zaak. 1.1. Verzoeker wordt door de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij vast benoemd als landmeter-expert onroerend goed met ingang van 1 januari 1977; met ingang van 1 november 1997 wordt hij bevorderd tot hoofddeskundige. 1.2. Op basis van zijn functioneringsevaluatie van 2002 wordt hem door de directieraad op 17 juni 2003 een loopbaanvertraging opgelegd. Hij tekent beroep aan bij de raad van beroep die tot de gegrondheid van zijn beroep adviseert. De loopbaanvertraging wordt gehandhaafd bij beslissing van 14 oktober 2003. 1.3. Op 27 februari 2004 wordt aan verzoeker de evaluatie “onvoldoende” toegekend; hij tekent hiertegen geen beroep aan bij de raad van beroep. 1.4. Op 30 december 2004 neemt hij in het raam van de wet van 11 juni 2002 inzake de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst sexueel gedrag op het werk, ingevoegd in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, contact met de interne vertrouwens- persoon van de verwerende partij en op 27 januari 2005 dient hij klacht in bij de externe preventieadviseur. Deze oordeelt in een verslag van 27 mei 2005 dat er geen grensoverschrijdend gedrag kon worden waargenomen bij de evaluatoren van verzoeker. 1.5. Op 24 maart 2005 wordt hem opnieuw de evaluatie “onvoldoende” toegekend. IX-4966-2/5 Op zijn vraag wordt hem deze evaluatie aangetekend verstuurd. Dit geschiedt bij aangetekende brief van 24 maart 2005. Verzoeker haalt de zending niet af en tekent opnieuw geen beroep aan bij de raad van beroep. 1.6. Bij besluit van 26 mei 2005 wordt verzoeker afgedankt wegens definitieve beroepsongeschiktheid met een opzeggingstermijn van achttien maanden die ingaat op 1 juni 2005. 2. Over de gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.1. Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert dat het ambtshalve ontslag wegens beroepsongeschiktheid “evidenterwijze een moeilijk te herstellen ernstig nadeel met zich mee(brengt)”; dat hij 54 jaar is en de kans op ander werk als landmeter-expert uitgesloten is; dat de financiële en sociale nadelen die hij daarvan zal ondervinden “gigantisch groot en onoverkomelijk” zijn; dat hij de enige kostwinner is en geïnvesteerd heeft in een ruime gezinswagen om, ook om medische redenen, daarmee zijn beroep te kunnen uitoefenen; dat ook de morele druk groot is en de onzekere situatie onhoudbaar; dat zijn toestand “veel gelijkenissen vertoont” met die van een ambtenaar die wordt afgezet; 2.2. Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat verzoeker met betrekking tot de aangevoerde financiële en sociale nadelen, geen concreet stuk in het dossier brengt dat zulks zou aantonen; dat het verlies aan inkomen kan worden verhaald via een gemeenrechtelijke procedure doch dat in onderhavig dossier voornamelijk de vaststelling geldt dat verzoeker te kwader trouw handelt; dat hij geweigerd heeft kennis te nemen van de evaluatie voor het jaar 2004 en dus zelf zijn belang tegen deze beslissing op te komen, ontnomen heeft en dat de “wederrechtelijke klacht wegens vermeende pesterijen (...), enkel ingegeven (
- is)om te kunnen genieten van een ontslagbescherming”; dat verzoeker ook geen gebruik IX-4966-3/5 gemaakt heeft van de mogelijkheid, geboden door artikel 32 tredecies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, om terug in dienst te worden genomen; dat zijn eigen handelen aan de basis ligt van de gevolgen van de bestreden beslissing, zodat hij geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantoont; 2.3. Overwegende dat in de regel een ambtshalve ontslag een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan de ontslagene kan berokkenen omdat de ontslagene van de ene dag op de andere zonder werk en derhalve zonder inkomen valt waardoor zijn financiële toestand voor hem en zijn familie precair kan worden; dat in dergelijke omstandigheden ook op de ontslagene een odium wordt gelegd die zijn reclassering sterk bemoeilijkt; dat in deze evenwel aan verzoeker een opzeggingstermijn van 18 maanden is toegekend met ingang van 1 juni 2005 zodat aan verzoeker gedurende anderhalf jaar de gelegenheid wordt geboden om zich te reclasseren en dat tijdens die termijn aan zijn financiële toestand niets gewijzigd wordt; dat verzoeker niet aantoont dat hij bij de afloop van de voornoemde termijn in een dergelijke financiële situatie zal verkeren waardoor hij en zijn gezin in een behartenswaardige toestand zullen terechtkomen; dat hem bovendien ruimschoots de tijd wordt gegeven om dat te vermijden; dat ten slotte verzoeker zelf niet alles in het werk heeft gesteld om overeenkomstig artikel 32 tredecies, § 3, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, te pogen opnieuw in dienst te treden; dat een verzoeker die geen enkele poging onderneemt om een nadeel te vermijden op die wijze aantoont dat hijzelf dat nadeel niet zo ernstig opvat; dat verzoeker niet bewijst dat hij door de bestreden beslissing het gevaar loopt een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel te ondergaan, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4966-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november 2000 en vijf, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-4966-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.783 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.687 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.