← België

Arrest 151787 - - 28/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.787 Rolnummer: A. 165404/IX-5012 Zaak: Arrest 151787 - - 28/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-07 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 05:30 Fiche Arrest nr 151.787 van 28 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.787 van 28 november 2005 in de zaak A. 165.404/IX-

  1. In zake : Gilbert VANDEWEGHE, die woonplaats kiest bij advocaat S. JONCKHEERE, kantoor houdende te VEURNE, Boterweegschaalstraat 7 tegen : het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de Voedselketen, dat woonplaats kiest bij advocaten R. DEPLA en M. STUBBE, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gilbert VANDEWEGHE op 24 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 25 juni 2005 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) waarbij aan zijn bedrijf het H-statuut wordt opgelegd voor een periode van 52 weken; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5012-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. TOCK die, loco advocaat J. JONCKHEERE verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. REPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de verwerende partij, verwijzend naar het niet- conform resultaat van een laboratoriumonderzoek betreffende de aanwezigheid van stoffen met hormonale werking in stalen van een geslacht rund, van nog levende runderen en van dierenvoeding van het bedrijf van verzoeker, met het bestreden besluit van 25 juni 2005 aan het bedrijf van verzoeker het H-statuut opgelegd heeft voor de duur van 52 weken, overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 september 1997 betreffende maatregelen inzake de verhandeling van landbouwdieren ten aanzien van bepaalde stoffen of residu’s daarvan met farmacologische werking; 2 Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  4. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker uiteenzet enerzijds dat de vetmesting, de verkoop en het slachten van runderen “het voorwerp zélf uitmaakt van (zijn) bedrijfsuitbating” en dat die uitbating nu “in enorme mate beperkt en verhinderd wordt door het H-statuut”, dat dit “een enorme impact heeft op de export die toch een zeer groot segment van (zijn) handel is” en dat het tijdsverloop dat voor de bijkomende onderzoeken nodig is de ongeschiktheid van het vlees voor consumptie tot gevolg zal hebben en anderzijds dat hij nu voor i i een jaar de “slacht-

(4090)en zoogkoeienpremies (+/- 500 ) zal verliezen” hoewel hij zelf niets verkeerd gedaan heeft; dat naar zijn oordeel het financieel verlies zo groot is dat hij onvoldoende inkomsten zal kunnen genereren om zijn gezin te onderhouden, terwijl zijn handel binnen 52 weken niet meer zal bestaan, waardoor IX-5012-2/4 zijn vrijheid van handel ernstig wordt aangetast en dit zonder dat hij enige verantwoordelijkheid voor de bij hem vastgestelde misdrijven draagt; 3.
  1. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen stelt dat een financieel nadeel slechts wordt aangenomen wanneer de levensvatbaarheid van de onderneming in het gedrang komt, dat verzoeker zulks niet concreet aantoont -geen boekhoudkundige gegevens, geen uiteenzetting over de eigenlijke beroepsbezigheden van verzoeker en zijn vrouw, geen uiteenzetting van het aantal dieren op het bedrijf- en dat, bovendien, de toekenning van het H-statuut niet van aard is om verzoeker een financiële strop te bezorgen; dat zij besluit dat de ernst van het nadeel dat verzoeker aanvoert in ieder geval gerelativeerd moet worden, aangezien hij tot de laatste dag van de beroepstermijn heeft gewacht om zijn vordering in te dienen; 3.
  2. Overwegende dat verzoeker zich beroept op een financieel nadeel; dat hij evenwel niet bewijst dat dit nadeel in zijn geval ernstig en moeilijk te herstellen is; dat hij vooreerst geen enkel gegeven overlegt waaruit blijkt dat de verplichting om zijn dieren in een Belgisch slachthuis aan te bieden een ingrijpende wijziging betekent aan zijn actuele wijze van doen, terwijl de toekenning van het H-statuut op zich niet betekent dat zijn dieren na de slachting niet meer op de gewone wijze in de handel kunnen komen, aangezien dat statuut enkel tot gevolg heeft dat er bij slachting bijkomende proeven moeten worden uitgevoerd, terwijl de verwijzing naar het onbruikbaar worden van het vlees dat bijkomende proeven moet ondergaan, een loze bewering is; dat hij vervolgens, globaal genomen, niet het minste gegeven aanreikt dat zijn stelling over het gevreesde teloorgaan van zijn activiteit als vetmester en verkoper van runderen -laat staan van de gehele economische activiteit van het gezin dat hij moet onderhouden- aannemelijk maakt; dat de omstandigheid dat verzoeker met het indienen van de onderhavige vordering gewacht heeft totdat de beroepster- mijn voor het vorderen van de vernietiging bijna verstreken was, de argumentatie van verzoeker betreffende de ernst van het nadeel zeker geen kracht bijzet; Overwegende dat de door verzoeker overgelegde gegevens niet aantonen dat hij bedreigd wordt door een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, IX-5012-3/4 BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5012-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.787 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.646 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.