← België

Arrest 151789 - - 28/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.789 Rolnummer: A. 165166/IX-5001 Zaak: Arrest 151789 - - 28/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 05:32 Fiche Arrest nr 151.789 van 28 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.789 van 28 november 2005 in de zaak A. 165.166/IX-

  1. In zake : Dirk DE BUCK, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk DE BUCK op 16 augustus 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 1 juli 2005 waarbij hij met ingang van 1 september 2005 vervangen wordt in de functie van ‘Installation Safety Officer”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5001-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat Th. EYSKENS die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van luitenant- kolonel militair administrateur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoeker maakt deel uit van het kader van de aanvullingsoffieren van de Krijgsmacht en is bekleed met de graad van kapitein-commandant. 1.
  4. Met een nota van 25 juni 2001 betreffende “vacante betrekkingen in internationale staven en Organismen voor Offr in 2002-2003” doet de staf van de landmacht een oproep aan de officieren van de landmacht om zich kandidaat te stellen voor de in bijlage van de nota vermelde functies. Eén van die functies is de betrekking van “Installation Safety Officer” bij SHAPE. In de hoofding van de nota wordt verwezen naar “Instr JSP-A/ALGEM 018 van 18 Jul 96”. Blijkens de door de verwerende partij neergelegde stukken betreft het een instructie met als onderwerp “Algemene principes inzake het beheer en de opvolging van het militair personeel tewerkgesteld in de I- en J-organismen”, waarbij “I-organismen” staat voor “intergeallieerde organismen”. Volgens die instructie is, in geval van een mutatie van een officier naar een I-organisme, de duur van de dienstbeurt voor officieren in de regel drie jaar. 1.
  5. Na zich voor de functie van “Installation Safety Officer” kandidaat te hebben gesteld, wordt verzoeker op 2 september 2002 naar SHAPE gemuteerd. Volgens verzoeker, hierin niet tegengesproken door de verwerende partij, was hij voordien Commandant Staf en Diensten batterij van het RACh, en bestaan die Staf en Diensten thans niet meer ingevolge herstructurering van de strijdkrachten. IX-5001-2/7 1.
  6. Met een nota van 11 augustus 2004 betreffende “vacante betrekkingen in internationale staven en organismen voor Offr in 2005” doet de Algemene Directie Human Resources (hierna: DGHR) een oproep aan de officieren van het Departement Defensie om zich kandidaat te stellen voor de in bijlage van de nota vermelde functies. Eén van die functies is de (op dat ogenblik door verzoeker beklede) betrekking van “Installation Safety Officer” bij SHAPE. Blijkens de bijlage is het einde van de uitoefening van die functie door verzoeker bepaald op september
  7. Onder punt 4 van de nota wordt gesteld dat de normale duur van een toer drie jaar bedraagt, dat verlengingen kunnen gevraagd worden in functie van de specifieke situatie van de betrokkenen, en dat de eventuele vragen tot verlenging samen met de andere kandidaturen zullen onderzocht worden. 1.
  8. Op 16 september 2004 vraagt verzoeker in hoofdorde een verlenging of hernieuwde aanstelling in zijn huidige post. In ondergeschikte orde postuleert hij voor enkele andere betrekkingen. 1.
  9. Op 6 oktober 2004 richt verzoeker een brief aan de Algemene Directie Juridische Steun en Bemiddeling (hierna: DGJM), waarin hij voorhoudt dat hij als preventieadviseur de bescherming geniet van de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (hierna: de wet van 20 december 2002), dat het vacant verklaren van zijn functie zijn vertrek als preventieadviseur kan impliceren, maar dat zulks echter enkel kan binnen de grenzen bepaald in voornoemde wet. Met een brief van 15 december 2004, gericht aan SHAPE, antwoordt DGJM dat verzoeker in de functie aangeduid is voor een periode van drie jaar en dat de beschermingsregeling die geboden wordt door de wet van 20 december 2002 in zijn geval niet van toepassing is, aangezien het beëindigen van de opdracht wegens het verstrijken van de aanstellingsperiode niet neerkomt op een verwijdering uit de functie om redenen die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen of om reden van zijn onbekwaamheid. Met een brief van 11 januari 2005 betwist verzoeker dat standpunt. Met een brief van 24 januari 2005, gericht aan SHAPE, antwoordt DGJM dat zij bij haar standpunt blijft. IX-5001-3/7 1.
  10. Met een brief van 20 april 2005 deelt DGHR aan verzoeker mee dat er in de “planning aflossing officieren 2005” voorzien is om hem te vervangen, dat deze vervanging kadert binnen de algemene beheerspolitiek van Defensie, waarbij de in plaats stelling van een officier in een internationaal organisme voor een periode van drie jaar is voorzien, dat de vervanging bijgevolg gepland is om redenen vreemd aan de bescherming die beoogd wordt met de wet van 20 december 2002, en dat de procedure bedoeld bij artikel 17 van de wet van 20 december 2002 (verwijdering uit de functie van preventieadviseur zonder dat een einde wordt gesteld aan de statutaire tewerkstelling) zal toegepast worden. Met een brief van dezelfde datum vraagt DGHR het Comité voor preventie en veiligheid op het werk bij SHAPE een voorafgaand akkoord over de “verwijdering” van verzoeker uit de functie preventieadviseur zonder dat een einde wordt gesteld aan de statutaire tewerkstelling. Met een brief van 31 mei 2005 deelt het Comié voor preventie en veiligheid op het werk bij SHAPE mee dat het weigert zijn voorafgaand akkoord te geven. 1.
  11. Met een brief van 1 juli 2005 deelt DGHR aan SHAPE mee dat verzoeker per 1 september 2005 in zijn functie vervangen wordt. In haar Nederlandse vertaling, zoals die in het verzoekschrift tot schorsing wordt vermeld, luidt die nota als volgt : “Voorwerp : Verwijdering van de functie van preventieadviseur zonder een einde te stellen aan de statutaire tewerkstelling Betreft : Cdt DE BUCK, Dirk

(030440)Ref :
  1. Wet betreffende de bescherming van de preventieadviseurs van 20 december 2002
  2. Nota SHAPE 0601/SHSXX/05 van 31 mei 2005
  3. Telefonische mededeling Hoofd van de Inspectie van het werk van Landsverdediging (Mr. PICCU) - FOD WASO/Inspectie van het werk (Algemeen raadgever VAN DE LAER) van 16 juni 2005
  4. Cdt. DE BUCK oefent bij SHAPE de functie van ‘Installation Safety Officer’ uit sinds 2 september
  5. Het algemeen personeelsbeleid in de schoot van Landsverdediging voorziet dat een officier voor een termijn van drie jaar wordt geplaatst bij een internationaal organisme. Om deze reden is de vervanging van Cdt. DE BUCK door een andere preventieadviseur gepland voor de maand september
  6. Deze vervanging is dus niet gepland om redenen bepaald in de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs. Toch is de procedure bepaald in art. 17 van die wet gevolgd. Inderdaad, alvorens een beslissing betreffende die mutatie te IX-5001-4/7 nemen is het voorafgaand akkoord gevraagd aan de comités voor de preventie en de bescherming op het werk voor het personeel LWR en LWS.
  7. Bij Referentie
(2)hebben de betrokken comités voor preventie en bescherming op het werk hun akkoord geweigerd met de verwijdering van Cdt DE BUCK uit zijn functie.
  1. Overeenkomstig de wet bedoeld onder Referentie 1, is het advies van de Arbeidsinspectie van de FOD Werk, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) gevraagd geworden.
  2. De Arbeidsinspectie van de FOD WASO heeft laten weten bij Referentie
(3)dat zij niet bevoegd is om in deze zaak tussen te komen, nl. het geval van een lid van Landsverdediging, onderworpen aan de statutaire regels van Landsverdediging, die tewerkgesteld is als preventieadviseur bij een internationaal organisme dat wordt beschouwd als een private vennootschap voor zijn personeel, nu dit niet valt onder de wet geciteerd in referentie
  1. Gezien Landsverdediging de procedure bepaald in de wet heeft nageleefd, neemt zij de definitieve beslissing als werkgever van Cdt DE BUCK, om hem per 1 september 2005 te vervangen in zijn betrekking van preventieadviseur.
  2. Een kopie van onderhavige nota zal worden getekend en gedateerd als ‘gezien en kennis genomen’ en zal in zijn persoonlijk dossier worden geklasseerd.
  3. Een beroep tot nietigverklaring van de onder het vijfde lid van deze nota bedoelde beslissing, alsook van de gevolgen die zij teweeg brengt, kan worden gebracht voor de afdeling administratie van de Raad van State (adres : Wetenschapsstraat 33 te 1140 Brussel) met aangetekende brief en binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de dag volgend op de kennisgeving van onderhavige nota”. De beslissing om verzoeker per 1 september 2005 te vervangen in zijn betrekking van preventieadviseur, maakt het voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing. Verzoeker neemt er kennis van op 25 juli
  4. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  5. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker uiteenzet wat volgt: hij heeft met het oog op zijn tewerkstelling bij SHAPE een belangrijke inspanning moeten leveren op het vlak van de talenkennis en kan die slechts onderhouden wanneer hij de functie verder uitoefent; hij heeft in 2003 het attest van preventieadviseur niveau 1 behaald en de inspanning die hij daarvoor geleverd heeft zal nu verloren gaan bij gebrek aan dagelijkse praktijk; hetzelfde geldt voor de opleidingen inzake brandbeveiliging, veiligheid speelpleinen, werken op hoogte en technicus ergonomie die hij gevolgd heeft; de functie van IX-5001-5/7 preventieadviseur bij SHAPE wordt uitgeoefend in een unieke omgeving, de opdracht is veelzijdig en ook boeiend maar vereist een dagdagelijkse opvolging die enkel kan verzekerd worden door een effectieve uitoefening van de betrekking; sinds 1 september 2005 heeft hij geen functie meer uit te oefenen en is hij technisch werkloos en het is een morele kaakslag om als gedreven militair terzijde te worden geschoven zonder enig perspectief voor een verdere loopbaan; 3.2.
  6. Overwegende dat uit het door de auditeur-verslaggever ingestelde onderzoek blijkt dat verzoeker zich, met het nodige voorbehoud voor de uitkomst van de onderhavige vordering, kandidaat gesteld heeft voor de functie van preventieadviseur bij de KMS en dat hij die functie ook gekregen heeft; dat zulks, wat de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, betekent dat verzoeker niet ‘technisch werkloos’ is geworden en dat hij ook geen reden heeft om zich te beklagen over de ontstentenis van perspectief, aangezien die nieuwe functie op zich niet verschilt van deze bij SHAPE; dat de omstandigheid dat hij die nieuwe functie enkel bij gebrek aan alternatief heeft aangenomen aan die vaststelling niets afdoet; 3.2.
  7. Overwegende dat de ambitie om voort tewerkgesteld te worden in een boeiende en veelzijdige functie, die een voortdurende dagelijkse praktijk vereist en waarvoor talenkennis van belang is, in dit geval niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voortvloeiend uit de beëindiging van zijn aanstelling kan worden beschouwd, aangezien verzoeker reeds bij zijn sollicitatie -de vacature maakte uitdrukkelijk melding van de instructie JSP-ALGEM 018 van 18 juli 1996- wist dat de dienstbeurten voor drie jaar werden gegeven, dat iedere verlenging derhalve afhankelijk zou zijn van een nieuwe aanstellingsbeslissing en dat de betrokkene zelfs voor het verstrijken van de driejaarlijkse termijn teruggeroepen kon worden; dat om dezelfde reden de omstandigheid dat bepaalde opleidingen -waarvan verzoeker overigens niet aantoont dat zij noodzakelijk en enkel van nut konden zijn voor de functie bij SHAPE- grote inspanningen hebben gevraagd en misschien niet of niet volledig zullen renderen, niet als een ernstig nadeel wordt gezien; Overwegende dat geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aangetoond wordt, IX-5001-6/7 BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5001-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.789 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.