← België

Arrest 151850 - - 29/11/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.850 Rolnummer: A. 159809/XII-4383 Zaak: Arrest 151850 - - 29/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-08 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-03 05:36 Fiche Arrest nr 151.850 van 29 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 151.850 van 29 november 2005 in de zaak A. 159.809/XII-

  1. In zake : Björn SAMYN, wonende te Zonnebeke, Boudewijnpark 23 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Björn Samyn op 1 februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 29 november 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij vastgesteld wordt dat hij niet voldoet aan de voorwaarden om bewakingsactiviteiten uit te oefenen; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 27 april 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; XII-4383-1/2 Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van weder- antwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig november 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4383-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.850 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.