id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.073 Rolnummer: A. 168124/XIV-31316 Zaak: Arrest 152073 - - 30/11/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 05:52 Fiche Arrest nr 152.073 van 30 november 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 152.073 van 30 november 2005 in de zaak A. 168.124/VII-35.010 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan 156 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Armeense nationaliteit, op 28 november 2005 per faxbericht heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 23 november 2005 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 30 november 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 november 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 30 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-35.010-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. NAVASARTIAN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij heeft een asielaanvraag ingediend in Duitsland op 13 september
- In januari 2005 werd haar asielaanvraag in Duitsland afgewezen. 1.
- Op 16 mei 2005 is de verzoekende partij, die beweert naar haar land van herkomst te zijn teruggekeerd, in België binnengekomen en op 17 mei 2005 heeft zij zich hier vluchteling verklaard. 1.
- Op 23 november 2005 neemt de minister van Binnenlandse Zaken ten aanzien van de verzoekende partij een beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten. Dit is de bestreden beslissing, die als volgt is gemotiveerd: "België is niet verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag die aan de Duitse autoriteiten toekomt, met toepassing van art. 51/5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van art. 16 §1e van de Europese Verordening (EG) 343/
- Betrokkene heeft in Duitsland een asielaanvraag ingediend en de Duitse overheid heeft op datum van 31/05/2005 ingestemd met de vraag tot terugname van bovengenoemde persoon. Bovendien heeft betrokkene geen specifieke elementen aangehaald waarom zijn asielaanvraag in België behandeld zou moeten worden. Betrokkene heeft geen familie in België of elders in de lidstaten. Bijgevolg zal de bovengenoemde worden overgedragen aan de bevoegde Duitse autoriteiten.". 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of VII-35.010-2/4 verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat dit nadeel moet voortvloeien uit die woonplaats kiest bij tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij de volgende uiteenzetting geeft die kan worden betrokken op het moeilijk te herstellen nadeel: "Een vrijheidsberoving is op zich een nadeel dat moeilijk te herstellen is, zeker als het gaat over een vrijheidsberoving waarvan niet geweten is wanneer deze een einde zal nemen, vermits in de bestreden beslissing geen termijn van uitvoering staat vermeld. De Belgische Staat heeft blijk gegeven van een totale onredelijkheid door zes maanden te wachten vooraleer zij een initiatief heeft genomen om een overname uit te voeren. Door het onredelijk lang wachten van de Belgische staat en onzekerheid i.v.m. de uitvoering van de overname, riskeert verzoeker daarenboven niet in staat te zijn bepaalde nuttige en onontbeerlijke bewijsmaterialen te kunnen verzamelen, omdat zij na verloop van tijd en door zijn opsluiting niet meer kunnen verzameld worden. Verzoeker heeft evenmin de zekerheid om dergelijke gelegenheid te hebben in Duitsland, daar de Duitse autoriteiten, door uitdrukkelijk te vermelden hem enkel onder escorte over te nemen, ervan hebben getuigd dat hij niet de bewegingsvrijheid zal hebben die nodig en onontbeerlijk is voor het verzamelen van bewijselementen voor zijn asielaanvraag. Deze elementen vormen een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel."; 2.
- Overwegende dat de vrijheidsberoving precies een einde zal nemen wanneer de bestreden beslissing wordt uitgevoerd; dat die vrijheidsberoving geenszins als een gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan worden gezien; dat ook het aangevoerde nadeel bij het verzamelen van het bewijsmateriaal geen gevolg is van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing, doch wel van de eraan voorafgaande overnameprocedure; dat daarnaast de beweringen omtrent een eventuele vrijheidsbeperking in Duitsland louter hypothetisch zijn;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de derde van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. VII-35.010-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering, bepaald op 175 euro komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig november tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-35.010-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div