← België

Arrest 152170 - - 02/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.170 Rolnummer: A. 168304/XIV-24172 Zaak: Arrest 152170 - - 02/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 06:02 Fiche Arrest nr 152.170 van 2 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.170 van 2 december 2005 in de zaak A. 168.304/XIV-24.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. DE ROECK, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, A. Reyerslaan 155 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 1 december 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving van de minister van Binnenlandse Zaken van 28 november 2005; Gelet op het beroep tot nietigverklaring; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 december 2005 om 11 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DE ROECK die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; XIV-24.172-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 28 november 2005; dat op 28 november 2005 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot terugdrijving; dat dit de thans bestreden beslissing is; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde aanvoert dat zij terug naar Marokko moet gaan om daarna terug te komen naar België, dat zij “tweemaal de reis heeft moeten betalen daar waar de zaak kan geregeld worden met één reis”, dat dit financieel “ongeveer meer dan 420 i kost, geld dat definitief verloren is” en dat “logisch bekeken dit geen zin heeft”; Overwegende dat de verzoekende partij met het voorgaande een zuiver financieel nadeel ten bedrage van 420 euro aanvoert; dat dit bedrag in de gegeven omstandigheden bezwaarlijk als een ernstig nadeel kan worden beschouwd; dat, indien de bestreden beslissing onwettig zou worden bevonden, dergelijk financieel nadeel bovendien met een schadevergoeding kan worden rechtgezet; dat de verzoekende partij niet uiteenzet waarom het te dezen anders zou zijn; dat de verzoekende partij geen andere elementen aanvoert; dat zij aldus niet aannemelijk maakt dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, XIV-24.172-2/3 BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december tweeduizend en vijf, door : de H. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. C. ADAMS. XIV-24.172-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.170 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.