id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.172 Rolnummer: A. 76719/AGAV-83 Zaak: Arrêt / Arrest 152172 - / - 02/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-09 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-07-03 06:10 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 152.172 van 2 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr 152.172 van 2 december 2005 A. 76.719/g-83 In zake:
- de Naamloze Vennootschap BOUCHER,
- de Naamloze Vennootschap JOLY, thans de Naamloze vennootschap WEGEBO die woonplaats kiezen bij Mr. Xavier LEURQUIN, advocaat, Tedescolaan 7 1160 Bruxelles, tegen: het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door zijn regering. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE RAAD VAN STATE, ALGEMENE VERGADERING VAN DE AFDELING ADMINISTRATIE, Gezien het op 11 december 1997 ingediende verzoekschrift, waarbij de naamloze vennootschap BOUCHER en de naamloze vennootschap JOLY de nietigverklaring vorderen van "de beslissing van onbekende datum, getroffen door de verwerende partij (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest): - waarbij afgezien werd van de procedure tot toewijzing van de overheidsopdracht betreffende de heraanleg van de omgeving van de Hallepoort op het grondgebied van de stad Brussel en van de gemeente Sint-Gillis, volgens de regels van de algemene offerteaanvraag; - en waarbij een nieuwe procedure tot toewijzing van dezelfde opdracht wordt aangevat, volgens de regels van de openbare aanbesteding"; g - 83 - 1/5 Gezien het op 15 januari 1998 door dezelfde verzoekende partijen ingediende "aanvullend verzoekschrift tot nietigverklaring", waarin ze een "nieuw, kennelijk gegrond middel" aanvoeren; Gelet op arrest nr. 129.101 van 10 maart 2004 waarbij de debatten worden heropend en waarbij de terechtzitting wordt vastgesteld op 30 juni 2004; Gelet op arrest nr. 140.844 van 18 februari 2005 waarbij de uitspraak wordt uitgesteld en de zaak aan de Eerste Voorzitter voorgelegd wordt om ze eventueel naar de algemene vergadering van de afdeling administratie te verwijzen; Gelet op de kennisgeving van het arrest aan de partijen; Gelet op de beschikking van 24 juni 2005, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij de terechtzitting van de algemene vergadering vastgesteld wordt op 27 september 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Ph. HANSE, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. X. LEURQUIN, advocaat, die voor de verzoekende partijen verschijnt, en van Mr. L. DEPRE, loco Mr. E. GILLET, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van E. THIBAUT, auditeur bij de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de voor het onderzoek van de verzoekschriften dienstige feiten zijn uiteengezet in arrest nr. 129.101 van 10 maart 2004; Overwegende dat bij dat arrest de partijen verzocht werden uitleg te verschaffen omtrent de vraag of de verzoekende partijen nog een belang hadden bij het voorliggende beroep, daar ze het niet nuttig geacht hebben de op 15 december 1997 genomen beslissing tot toewijzing van de betwiste opdracht aan te vechten; g - 83 - 2/5 Overwegende dat in dat opzicht de verzoekende partijen in hun aanvullende laatste memorie ingediend op 29 april 2004 aanvoeren dat te dezen een eerste complexe rechtshandeling afgesloten is bij de bestreden beslissing van 19 november 1997 waarbij een eind is gemaakt aan de procedure van toewijzing van de opdracht bij wege van een algemene offerteaanvraag, en dat een tweede complexe rechtshandeling, die juridisch beschouwd onafhankelijk van de eerste is, "ab initio" opnieuw is aangevat en geëindigd is met de toewijzingsbeslissing van 15 december 1997; dat ze aldus van oordeel zijn dat het belang bij het beroep gericht tegen de beslissing waarbij de eerste procedure wordt afgesloten, los van de tweede procedure moet worden beoordeeld; dat ze subsidiair, teneinde te beslechten wat volgens hen een tegenstrijdigheid in de rechtspraak van de Raad van State vormt, vragen dat de kwestie wordt voorgelegd aan de algemene vergadering van de Raad van State; Overwegende dat de verwerende partij in haar aanvullende laatste memorie ingediend op 1 juni 2004, verwijzend naar de rechtspraak van arrest nr. 78.788 van 17 februari 1999 inzake LOMBET, betoogt dat aangezien de verzoekende partijen de toewijzingsbeslissing van 15 december 1997 niet hebben aangevochten, ze geen belang meer hebben bij het voorliggende beroep; Overwegende dat de zaak, bij arrest nr. 140.844 van 18 februari 2005, met het oog op de eenheid van rechtspraak in deze aangelegenheid, is verwezen naar de Eerste Voorzitter, om eventueel in algemene vergadering van de afdeling Administratie te worden behandeld; Overwegende dat de Eerste Voorzitter bij beschikking nr. 760 van 18 februari 2005 de zaak onttrokken heeft aan de VIe kamer en ze verwezen heeft naar de algemene vergadering van de afdeling Administratie; Overwegende dat de vraag die te dezen rijst, is of het belang dat de verzoekende partijen hadden bij het beroep op het ogenblik dat ze het hebben ingesteld, heden nog bestaat; Overwegende, in dit verband, dat het belang van een verzoeker om voor de Raad van State een beslissing tot toewijzing van een overheidsopdracht te bestrijden er idealiter in bestaat opnieuw op zijn minst kans te maken om die opdracht toegewezen te krijgen en die zelf uit te voeren; g - 83 - 3/5 Overwegende dat, in die gedachtegang, het belang om de nietigverklaring te vorderen van een beslissing waarbij van een gunningsprocedure wordt afgezien, tenietgaat wanneer de verzoeker geen belangstelling meer toont voor de nieuwe procedure, hetzij door te verzuimen daaraan deel te nemen, hetzij door zich ervan te onthouden de beslissing te betwisten waarbij de opdracht aan een concurrent wordt toegewezen; Overwegende dat het te dezen niet correct is te beweren, zoals de verzoekende partijen doen, dat de tweede gunningsprocedure "juridisch beschouwd volledig verschillend, autonoom en onafhankelijk van de eerste is", aangezien de verwerende partij met een en dezelfde beslissing van de eerste procedure heeft afgezien, de tweede heeft aangevat en de werken die het voorwerp uitmaken van de twee procedures dezelfde zijn ; dat er aldus tussen beide procedures een verband bestaat; Overwegende dat de verzoekende partijen niet de nietigverklaring hebben gevorderd van de beslissing van 15 december 1997; dat ze aldus elke kans hebben verloren om die overheidsopdracht in de wacht te slepen, waardoor ze ook hun belang bij het voorliggende beroep verloren hebben, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen ten belope van elk 173,53 euro. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de algemene vergadering van de afdeling administratie van de Raad van State, op twee december tweeduizend vijf, door : de HH. R. ANDERSEN Eerste Voorzitter van de Raad van State, D. VERBIEST Kamervoorzitter, M. LEROY Kamervoorzitter, P. LEMMENS Kamervoorzitter, Ph. HANSE Staatsraad, g - 83 - 4/5 P. LEWALLE Staatsraad, D. MOONS Staatsraad, J. VANHAEVERBEEK Staatsraad, J. LUST Staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN Staatsraad, P. NIHOUL Staatsraad, C. ADAMS Staatsraad, Mevr D.LANGBEEN Hoofdgriffier. De Hoofdgriffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, D. LANGBEEN. R. ANDERSEN. g - 83 - 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.172 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.129.101 ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.844 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.