id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.251 Rolnummer: A. 168227/X-12592 Zaak: Arrest 152251 - - 06/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-08 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 06:03 Fiche Arrest nr 152.251 van 6 december 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.251 van 6 december
- in de zaak A. 168.227/X-12.
- In zake : de n.v. FREGILEC, die woonplaats kiest bij Advocaat O. WERY, kantoor houdende te 1180 BRUSSEL, Coghenlaan 214 tegen : de gemeente DROGENBOS. tussenkomende partij : de n.v. STOCKELEC, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FREGILEC op 9 november 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 16 juni 2005 van de gemeente Drogenbos houdende toekenning van een sociaal- economische vergunning aan de n.v. STOCKELEC voor de herlocatie met beperkte uitbreiding van een bestaande winkel in keuken- en binnenhuisinrichting, met bijhorende electro, toebehoren en aanverwante diensten, thans uitgebaat in Anderlecht, naar een bestaand commercieel pand, gelegen te Drogenbos, Paul Gilsenlaan 504, onder verbeurte van een dwangsom van "2.500 euro per dag waarop een schending van het tussen te komen schorsingsarrest en de exploitatie van de kwestieuze handelsvestiging IXINA in Drogenbos, wordt vastgesteld"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 december 2005; X-12.592-1/5 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. BOODTS die, loco Advocaat O. WERY verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaten Ph. DE SCHEEMAECKER en A. HAEGEMAN die verschijnen voor de verwerende partij, en van Advocaten P. FLAMEY en P.- J. VERVOORT die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de naamloze vennootschap STOCKELEC met een ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Drogenbos bij besluit van 16 juni 2005 aan de tussenkomende partij een sociaal-economische vergunning heeft verleend voor de herlocatie met beperkte uitbreiding van een bestaande winkel in keuken- en binnenhuisinrichting, met bijhorende electro, toebehoren en aanverwante diensten, thans uitgebaat in Anderlecht, naar een bestaand commercieel pand, gelegen te Drogenbos, Paul Gilsonlaan 504, met een bruto-oppervlakte van 1000 m2 en een netto- handelsoppervlakte van 740 m2; dat deze vergunning het voorwerp vormt van de voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de verzoekster, zoals de tussenkomende partij, een franchisenemer is van de winkelketen Ixina; dat de verzoekster een winkel uitbaat te Ukkel, gelegen op 2,4 km van de geplande vestiging in Drogenbos;
- Overwegende dat de tussenkomende partij een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering opwerpt, afgeleid uit de schending van artikel 17, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; dat zij aanvoert dat de verzoekster reeds op 16 november 2005 een vordering X-12.592-2/5 tot schorsing en een annulatieberoep heeft ingesteld, zodat de thans voorliggende vordering tot schorsing, ingesteld nadat een beroep tot nietigverklaring is ingesteld, onontvankelijk is; Overwegende dat artikel 17, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State onder meer bepaalt dat de vordering tot schorsing wordt ingesteld uiterlijk samen met het verzoekschrift tot nietigverklaring; dat uit deze bepaling volgt dat een vordering tot schorsing die wordt ingesteld nadat het verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend, niet ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekster bij een op 29 november 2005 ter post aangetekend schrijven zowel een beroep tot nietigverklaring als een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingesteld; dat zij eerder reeds, namelijk bij een op 16 november 2005 ter post aangetekend schrijven, een beroep tot nietigverklaring en een gewone vordering tot schorsing heeft ingesteld, eveneens gericht tegen het thans bestreden besluit van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Drogenbos van 16 juni 2005 (zaak A. 167.796 / X- 12.560); dat de beroepen tot nietigverklaring en de vorderingen tot schorsing telkens gesteund zijn op dezelfde middelen; Overwegende dat de thans voorliggende vordering, ingesteld nadat reeds eerder een beroep tot nietigverklaring is ingesteld, niet voldoet aan het vereiste van artikel 17, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State; dat het feit dat de thans voorliggende vordering is ingesteld samen met een nieuw beroep tot nietigverklaring, aan die vaststelling geen afbreuk doet; Overwegende weliswaar dat artikel 17, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State niet belet dat de verzoeker, die bijvoorbeeld het risico van het moeilijk te herstellen nadeel niet correct heeft kunnen inschatten op het ogenblik dat hij zijn eerste beroep tot nietigverklaring en zijn eerste vordering tot schorsing heeft ingesteld of die zich ervan rekenschap geeft dat zijn eerste beroep en zijn eerste vordering door onregelmatigheden zijn aangetast, nadien een nieuw beroep tot vernietiging en een nieuwe vordering tot schorsing kan instellen, zolang de termijn niet is verstreken; dat voor de ontvankelijkheid van de tweede vordering tot schorsing dan wel vereist is dat de verzoeker afstand doet van het eerste geding, of minstens dat vaststaat dat de verzoeker de bedoeling heeft om niet de voortzetting van de behandeling van de eerste zaak te vragen; X-12.592-3/5 Overwegende dat de verzoekster te dezen geen afstand heeft gedaan van haar op 16 november 2005 ingestelde beroep tot nietigverklaring; dat niets erop wijst dat zij de bedoeling zou hebben om niet de verdere behandeling van dat beroep en de daarmee samenhangende gewone vordering tot schorsing te vragen; Overwegende dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. STOCKELEC in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 3 . De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.592-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december 2005, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.592-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.251 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.098 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.