id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.262 Rolnummer: A. 88456/IX-2127 Zaak: Arrest 152262 - - 06/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 06:03 Fiche Arrest nr 152.262 van 6 december 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.262 van 6 december 2005 in de zaak A. 88.456/IX-
- In zake :
- de NV Vlees DE CLERQ & Zoon,
- de NV ANROMEAT,
- Carlos DENOULET,
- de NV DELAVI,
- de NV VANNIEUWENHUYSE,
- de BVBA BRACKENIER Oscar & Eric, die woonplaats kiezen bij advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32/7 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door:
- de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten R. DEPLA en M. STUBBE, kantoor houdende te BRUGGE-SINT- KRUIS, Karel van Manderstraat 123,
- de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Vlees DE CLERQ & Zoon, de NV ANROMEAT, Carlos DENOULET, de NV DELAVI, de NV VANNIEUWENHUYSE en de BVBA BRACKENIER Oscar & Eric op 14 december 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 28 september 1999 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring; Gelet op het arrest nr. 87.151 van 9 mei 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 8 juni 2000; IX-2127-1/4 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 4 juli 2000 ingediend door de eerste en zesde verzoekende partij; Gezien de memories van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur, W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 9 juli 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 15 juli 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de tweede tot en met de vijfde verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Gelet op de kennisgeving aan de eerste en zesde verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek IX-2127-2/4 tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de tweede tot en met de vijfde verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de eerste en zesde verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de eerste en zesde verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1041,18 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor één zesde. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de eerste en de zesde verzoekende partij, ieder voor de helft. IX-2127-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-2127-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.262 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.87.151 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.