id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.343 Rolnummer: A. 111779/XIV-7004 Zaak: Arrest 152343 - - 07/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-30 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-03 06:04 Fiche Arrest nr 152.343 van 7 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.343 van 7 december 2005 in de zaak A. 111.779/XIV-
- In zake : XXX die woonplaats kiest bij Advocaat M. SCHOLLIER, kantoor houdende te 9000 GENT, Lucas Munichstraat 102 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 3 februari 1982 en van Slowaakse nationaliteit, op 19 oktober 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 4 oktober 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 11 september 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 4 oktober 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 5 december 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, d.d. 23 januari 2004, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit, en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 27 januari 2004; XIV-7004-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. NAVASARTIAN die, loco Advocaat M. SCHOLLIER, verschijnt voor de verzoekende partij, van Attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 13 augustus 2000 en verklaart zich vluchteling op 17 augustus
- 1.
- Op 11 september 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 4 oktober 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing.
- Overwegende dat uit de brief d.d. 19 september 2005 van de Dienst Vreemdelingenzaken, die aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen, blijkt dat verzoekster het voorwerp heeft uitgemaakt van een “Afvoering van Ambtswege dd. 18/07/2002.”; Overwegende dat het vaststellingsbericht op 7 september 2005 aangetekend met ontvangstbewijs naar het kantooradres van de dominus litis werd verstuurd, zoals blijkt uit het rechtplegingssdossier en dat een bericht in de bus werd achtergelaten op 8 september 2005, met de vermelding “afwezig”; dat dit vaststellingsbericht werd teruggestuurd naar de Raad van State met de vermelding “zending verzoekende partij XIV-7004-2/3 teruggekomen, reden: niet afgehaald.”; dat dit inhoudt dat de Advocaat die ter zitting verscheen bij het zien van de zittingsrol heeft beslist de dominus litis te vervangen; dat hij de instructies van verzoekster en de dominus litis niet kent en evenmin iets kan zeggen over de actuele verblijfstoestand van verzoekster, waarvan niet wordt aangetoond dat zij zich nog op het Belgisch grondgebied bevindt; dat uit wat voorafgaat, volgt dat verzoekster niet langer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij de door haar ingediende verzoekschriften, temeer daar uit een eenvoudige lezing van het enig middel blijkt dat dit onontvankelijk is omdat het feit en recht vermengt en niet aanduidt welke wetsbepalingen in materiële zin of welke rechtsbeginselen werden geschonden, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven december tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-7004-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.