← België

Arrest 152354 - - 07/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.354 Rolnummer: A. 112369/XIV-7166 Zaak: Arrest 152354 - - 07/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-30 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 06:05 Fiche Arrest nr 152.354 van 7 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.354 van 7 december 2005 in de zaak A. 112.369/XIV-7166. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat M. SCHOLLIER, kantoor houdende te 9000 GENT, Lucas Munichstraat 102 tegen : 1. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, 2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 11 maart 1975 en van Slowaakse nationaliteit, op 2 november 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 19 oktober 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 22 februari 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 19 oktober 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 7 december 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, d.d. 22 april 2005, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit, en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 25 april 2005; XIV-7166-1/4 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. NAVASARTIAN, die loco Advocaat M. SCHOLLIER verschijnt voor de verzoekende partij, van Attaché B. DIERICK- X, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. De verzoekende partij komt België binnen op 25 augustus 1999 en verklaart zich vluchteling op 26 augustus 1999. 1.2. Op 22 februari 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.3. Op 19 oktober 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de besteden beslissing. 2.1. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift het volgende uiteenzet: “(...) aangezien de vernietiging van deze beslissing zich opdringt op grond van de schending van substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven normen, machtsafwending en -overschrij- ding wegens hiernavolgende redenen: - verzoeker is van Roma origine en wordt in Slovakije steevast gediscrimineerd omwille van zijn zigeuner afkomst, zowel door particulieren als door de overheid. - verzoeker en zijn familie werden vóór hun vlucht uit Slovakije herhaaldelijk aangevallen door skinheads. - klachten bij de politie worden niet ernstig onderzocht. - de politie biedt onvoldoende bescherming tegen dergelijke racistische aanvallen. - zigeuners worden vaak zelf lastig gevallen door de politie. XIV-7166-2/4 - zij worden tevens gediscrimineerd bij het vinden van een job of een geschikte school voor hun kinderen. aangezien het Commissariaat Generaal oordeelde dat zijn vrees voor vervolging niet ernstig is en weigerde verzoeker het statuut van politiek(

  1. e)vluchteling te verlenen. aangezien discriminatie op grond van etnische afkomst nochtans een grond vormen (vormt) om als politiek(
  2. e)vluchteling in aanmerking te komen. aangezien verzoeker aanbiedt door alle middelen van recht te bewijzen dat zijn relaas van de feiten volledig correct is; (...)”; 2.2. Overwegende dat luidens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State een verzoekschrift onder meer “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” dient te bevatten; dat onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die rechtsregel door de bestreden beslissing werd geschonden; Overwegende dat artikel 3, 4/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalt dat de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten en middelen die de vernietiging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen rechtvaardi- gen”, moet inhouden; dat artikel 20, 2/, van hetzelfde K.B. bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” moet bevatten; dat onder “middel” hetzelfde moet worden begrepen als wat reeds werd uiteengezet; Overwegende dat de uiteenzetting van verzoeker in zijn inleidende verzoekschriften enkel een aantal feitelijke gegevens en beschouwingen bevat; dat hij nalaat de motieven opgenomen in de bestreden beslissing aan een wettigheidsonderzoek te onderwerpen, en zich beperkt tot een opsomming van een aantal beginselen zonder aan te geven hoe deze beginselen door de bestreden beslissing worden geschonden; dat de uiteenzetting van verzoeker derhalve geen middel bevat zoals bedoeld in bovengenoemde artikelen; dat de ingestelde vorderingen derhalve onontvankelijk zijn; 3. Overwegende dat verzoeker geen ontvankelijk middel heeft aangevoerd dat tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan leiden; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-7166-3/4 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven december tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-7166-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.354 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.