← België

Arrest 152399 - - 08/12/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.399 Rolnummer: A. 116967/VII-35701 Zaak: Arrest 152399 - - 08/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-30 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-03 06:07 Fiche Arrest nr 152.399 van 8 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 152.399 van 8 december 2005 in de zaak A. 116.967/XIV-

  1. In zake :
  2. XXX, 2.XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat S. SAROLEA, kantoor houdende te 1400 NIJVEL, rue Saint-André 5 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 19 juli 1969, en XXX geboren op 9 april 1973, beiden van Russische nationaliteit, op 16 februari 2002 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 23 januari 2002 tot bevestiging van de beslissingen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 2 augustus 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partijen aangetekend verstuurd op dezelfde dag; Gelet op de beschikking van 22 februari 2002 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het voorlopig advies d.d. 1 juli 2005 opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, overgemaakt aan de bevoegde kamer op 4 juli 2005; Gelet op de kennisgeving van dat voorlopig advies aan de partijen; XIV-8693-1/4 Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. FLACHET die, loco Advocaat S. SAROLEA, verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. De verzoekende partijen komen België binnen op 26 juli 2000 en verklaren zich vluchteling op dezelfde dag. 1.
  5. Op 2 augustus 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. Op 23 januari 2002 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissingen. Dit zijn de thans bestreden beslissingen.
  7. Overwegende dat in het Auditoraatsverslag wordt aangevoerd dat in het verzoekschrift tot schorsing de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel ontbreekt; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoekers met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende uiteenzetten: XIV-8693-2/4 “Overwegende dat de bestreden beslissing op manifeste wijze gebrekkig is gemotiveerd, zoals hierboven aangetoond en er dus niet uitgesloten kan worden dat de eisers een risico zouden lopen van vervolging in geval van terugkeer naar Rusland en dat zij op geen enkele bescherming kunnen rekenen; Dat er een ernstig middel wordt ingeroepen tegen de bestreden beslissing, wat maakt dat het moeilijk te herstellen en ernstig nadeel voor bewezen moet gehouden worden doordat de bestreden beslissing onwettig is en de uitvoering zou leiden tot de uitwijzing van de eisers; Dat aan de eisers opleggen om terug te keren naar hun land van oorsprong een schending is van het artikel 3 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en van de Fundamentele Vrijheden, dat een onvoorwaardelijk verbod voorziet van mensonterende en vernederende behandelingen; Dat het risico voor de eisers om mensonterende en vernederende behandelingen te ondergaan in geval van terugkeer wordt redelijk aanvaardbaar gemaakt door de informatiebronnen die hierboven in het aangehaalde middel worden aangegeven (stukken 2 en 3); Dat om deze redenen en omwille van het feit dat de eisers op geen enkel moment een bedreiging zijn voor de openbare orde of de nationale veiligheid, het risico in geval van terugkeer naar hun land van oorsprong (voor) ernstig en moeilijk te herstellen beschouwd worden;”; Overwegende dat uit de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 4 oktober 2005 blijkt dat verzoekers tijdelijk werden geregulariseerd en dat zij in het bezit werden gesteld van een identiteitskaart voor vreemdelingen geldig tot 6 mei 2006; dat verzoekers op dit ogenblik niet van het grondgebied kunnen worden verwijderd, zodat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel onbestaande is; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de twee door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State cumulatief opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten worden in beraad gehouden. XIV-8693-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-8693-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.