id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.437 Rolnummer: A. 129740/XIV-12730 Zaak: Arrest 152437 - - 09/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-19 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-03 06:09 Fiche Arrest nr 152.437 van 9 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.437 van 9 december 2005 in de zaak A. 129.740/XIV-12.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat H. VAN VRECKOM, kantoor houdende te 1400 NIJVEL, rue St.-André 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 25 november 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel van de Minister van Binnenlandse Zaken van 18 oktober 2002 om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 2 december 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 27 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-12.730-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. GABRIËLS die, loco Advocaat H. VAN VRECKOM verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat C. DECORDIER die, loco Advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- XXX, van Joegoslavische nationaliteit, is in België binnengekomen op 19 september 2001 en heeft zich dezelfde dag vluchteling verklaard. 1.
- Op 20 september 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 23 november 2001 neemt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissing dat verder onderzoek noodzakelijk is. 1.
- Op 26 juni 2002 neemt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissing tot weigering van de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. Verzoeker tekent tegen deze beslissing beroep aan bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen. 1.
- In haar beslissing van 23 september 2002 verklaart de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen het beroep van verzoeker ontvankelijk doch ongegrond en weigert de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling van verzoeker. 1.
- Verzoeker tekent tegen deze beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen cassatieberoep aan bij de Raad van State. De Raad van State heeft bij arrest nummer 126.541 van 17 december 2003 dit beroep verworpen. 1.
- Op 18 oktober 2002 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. Dit is de bestreden beslissing die luidt als volgt: XIV-12.730-2/4 “(...) BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN - Model B In uitvoering van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde wordt aan XXX geboren te Gjilan op 01/03/1974 van nationaliteit: Yougoslavie (Serbie-Montenegro), het bevel gegeven om het grondgebied van België evenals het grondgebied van Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Italië, Griekenland, Oostenrijk, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Denemarken
(1)te verlaten binnen dertig
(30)dagen, tenzij hij (zij) beschikt over de documenten die vereist zijn om er zich naar toe te begeven
(2). REDEN VAN DE BESLISSING: Art. 7 al. 1, 2/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen: Verblijft langer in het Rijk dan de overeenkomstig artikel 6 bepaalde termijn of slaagt er niet in het bewijs te leveren dat deze termijn niet overschreden werd. Werd niet erkend als vluchteling (art. 77 van het K.B. van 8 oktober 1981) Indien dit bevel niet opgevolgd wordt, loopt hij (zij) gevaar, onverminderd rechtsvervolging overeenkomstig artikel 75 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, naar de grens te worden geleid en te dien einde te worden opgesloten gedurende de periode die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel overeenkomstig artikel 27 van dezelfde wet. (...).”.
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat krachtens artikel 77 van het voormelde koninklijk besluit van 8 oktober 1981 de vreemdeling die niet als vluchteling erkend is, onder voorbehoud van de opschortende werking bedoeld bij artikel 57/11, § 1, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), het grondgebied van het Rijk moet verlaten; dat de Minister of zijn gemachtigde hem daartoe bevel geeft; dat aan de vreemdeling kennis wordt gegeven van de beslissing door afgifte van het document overeenkomstig het model van bijlage 13; dat in casu het genoemde artikel 57/11, § 1, derde lid van de Vreemdelingenwet niet van toepassing is; dat bij een eventuele vernietiging van het thans bestreden bevel, de verwerende partij niets anders vermag dan in uitvoering van het hiervoor aangehaalde artikel 77, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981, opnieuw, na te hebben vastgesteld dat de verzoekende partij, nu zij niet als vluchteling is erkend, zich op illegale wijze op het grondgebied van het Rijk bevindt, een bevel te verlenen om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat derhalve een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing aan de verzoekende partij geen nut kan opleveren; dat de verzoekende partij geen belang heeft bij de vordering; dat de vordering onontvankelijk is bij gebrek aan belang; XIV-12.730-3/4
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen december tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-12.730-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div