id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.444 Rolnummer: A. 123042/XIV-10586 Zaak: Arrest 152444 - - 09/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-19 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 06:09 Fiche Arrest nr 152.444 van 9 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.444 van 9 december 2005 in de zaak A. 123.042/XIV-10.
- In zake : Vasyl SLOBODIAN, die woonplaats kiest bij Advocaat D. MONFILS, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, R. Soetensstraat 12 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Vasyl SLOBODIAN, van Oekraïense nationaliteit, op 27 juni 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel van de Minister van Binnenlandse Zaken van 19 april 2002 om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 3 juli 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 26 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-10.586-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. HAEGEMANS die, loco Advocaat D. MONFILS verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Vasyl SLOBODIAN, van Oekraïense nationaliteit, vraagt op 5 mei 1998 om erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. 1.
- Op 18 oktober 2001 neemt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissing tot weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. 1.
- Op 5 maart 2002 neemt de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen de beslissing tot weigering van erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. 1.
- Tegen deze beslissing stelt verzoeker een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. De vordering tot nietigverklaring wordt verworpen bij arrest nr. 140.316 van 8 februari
- 1.
- Op 19 april 2002 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissing om aan verzoeker bevel te geven om het grondgebied van het Rijk te verlaten. Dit bevel werd op 15 juni 2002 aan betrokkene ter kennis gebracht. Dit is de bestreden beslissing : “(...) BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN - Model B In uitvoering van de beslissing van de Minister van ...............
(1). de gemachtigde van de Minister van binnenlandse zaken
(2)meegedeeld op 19/04/02 wordt aan SLOBODIAN VASYL geboren te IVANOFRANKOVSK, op 12/08/1973 van OEKRAÏNE nationaliteit, het bevel gegeven om uiterlijk op 15/07/02 (datum aanduiden), het grondgebied van België te verlaten, evenals het grondgebied van : Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden
(3), tenzij hij (zij) beschikt over de dokumenten die vereist zijn om er zich naar toe te begeven
(4). XIV-10.586-2/4 REDEN VAN DE BESLISSING: Verblijft langer in het Rijk dan de overeenkomstig artikel 6 bepaalde termijn of slaagt er niet in het bewijs te leveren dat hij deze termijn niet overschreden heeft. (Wet van 15 december 1980 - art 7, alinea 1,2/). Werd niet erkend als vluchteling. (K.B. van 8 oktober 1981 - Art. 77). Indien dit bevel niet opgevolgd wordt, loopt hij (zij) gevaar, onverminderd rechtsvervolging overeenkomstig artikel 75 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, naar de grens te worden geleid en te dien einde te worden opgesloten gedurende de periode die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel overeenkomstig artikel 27 van dezelfde wet. (...).”.
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 in artikel 77, eerste lid bepaalt dat de vreemdeling die niet als vluchteling erkend is, het grondgebied moet verlaten; dat het tweede lid van hogergenoemd artikel uitdrukkelijk bepaalt dat de Minister of zijn gemachtigde hem (vreemdeling) daartoe het bevel geeft; dat aan de vreemdeling kennis wordt gegeven van de beslissing door afgifte van het document overeenkomstig het model van bijlage 13; dat derhalve de Minister van Binnenlandse Zaken, op grond van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen en conform artikel 77 van het bovengenoemd koninklijk besluit, het bestreden bevel diende te nemen; dat uit het voorgaande blijkt dat verzoeker geen belang heeft bij het beroep tot vernietiging van het bestreden bevel; dat mocht er tot vernietiging van dit bevel worden overgegaan, de Minister van Binnenlandse Zaken, conform artikel 77 van het hogergenoemd koninklijk besluit, een nieuw bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten zou dienen te nemen, aangezien de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet is vernietigd door de Raad van State; dat dit nieuw bevel een identieke motivering zou bevatten en met steeds hetzelfde ongunstige gevolg voor verzoeker; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen december tweeduizend en vijf, door : XIV-10.586-3/4 de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-10.586-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.444 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div