id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.520 Rolnummer: A. 154587/IX-4602 Zaak: Arrest 152520 - - 12/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-21 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-03 06:23 Fiche Arrest nr 152.520 van 12 december 2005 - Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.520 van 12 december 2005 in de zaak A. 154.587/IX-
- In zake : Francis DESTERBECK, die woonplaats kiest bij advocaat J. VANDE MOORTEL, kantoor houdende te GENT, Groot-Brittanniëlaan 12 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partij : Dirk THIJS, die woonplaats kiest bij advocaat J. DUMON, kantoor houdende te BRUSSEL, Verenigingsstraat 57-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Francis DESTERBECK op 9 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 5 juni 2004 waarbij Dirk THIJS wordt benoemd tot advocaat- generaal bij het Hof van Cassatie; Gelet op het arrest nr. 137.421 van 22 november 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Dirk THIJS in het administratief kortgeding wordt ingewilligd en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 17 december 2004 ingediend door verzoeker; IX-4602-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 januari 2005 ingediend door Dirk THIJS; Gelet op de beschikking van 10 mei 2005 die de tussenkomst van Dirk THIJS toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 24 mei 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 25 augustus 2005, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 13 oktober 2005, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 november 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANDE MOORTEL, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat N. DE WINT, die loco advocaat B. BRONDERS, verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. DUMON, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de memorie van wederantwoord bij gewone brief aan de Raad van State is toegezonden, alwaar zij op 29 juni 2005 is ontvangen; dat IX-4602-2/4 luidens artikel 84, eerste lid, van het procedurereglement, echter alle processtukken aan de Raad van State moeten worden toegezonden bij ter post aangetekende brief; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting het origineel neerlegt van het bewijs van afgifte ter post van een aangetekende zending geadresseerd aan de Raad van State, dragende het poststempel Gent 12 met de datum van 27 juni 2005 en een barcodenummer, hetwelk bij de Post echter niet gekend blijkt te zijn; dat de omslag van de zending met de memorie van wederantwoord geen barcode draagt, terwijl zij wel tegen het tarief van aangetekende zending is gefrankeerd; Overwegende dat uit wat voorafgaat dient te worden besloten dat de verzoekende partij haar zending als aangetekende zending op het postkantoor heeft afgegeven, doch nagelaten werd de barcode in te scannen en de desbetreffende sticker op de omslag te kleven, zodat de zending per vergissing als een gewone brief is behandeld; dat verzoeker niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor dat verzuim; dat de memorie van wederantwoord regelmatig is ingediend, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De procedure wordt voortgezet overeenkomstig artikel 12 en volgende van het algemeen procedurereglement. IX-4602-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4602-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.520 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.421 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.925 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.