id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.521 Rolnummer: A. 83728/IX-1801 Zaak: Arrest 152521 - - 12/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-03 06:23 Fiche Arrest nr 152.521 van 12 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.521 van 12 december 2005 in de zaak A. 83.728/IX-
- In zake : Erik GERRIS, die woonplaats kiest bij advocaat Y. VANNESTE, kantoor houdende te BRUSSEL, de Villegaslaan 41 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Vervoer, thans de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Erik GERRIS op 23 april 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 12 februari 1999 betreffende de bevordering van sommige ambtenaren van de afzonderlijke personeelsformatie van het ministerie van Verkeer en Infrastructuur; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 23 juli 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-1801-1/4 Gelet op de beschikking van 10 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DELMOTTE, die loco advocaat J. VANDEN EYNDE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij ministerieel besluit van 28 april 1999 aan verzoeker een verlof voorafgaand aan de pensionering is toegestaan met ingang van 1 oktober 2000; dat krachtens artikel 1, juncto artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 18 februari 1997 houdende diverse maatregelen ten gunste van de statutaire personeelsleden van de Regie voor Maritiem Transport, de statutaire personeelsleden verlof voorafgaand aan de pensionering kunnen aanvragen en dat dit verlof onomkeerbaar is; dat krachtens artikel 5 van voornoemd besluit het perso- neelslid dat een verlof voorafgaand aan de pensionering geniet niet langer recht heeft op een bevordering door verhoging in graad, noch op een bevordering door verhoging in weddeschaal; dat uit die bepalingen blijkt dat de ambtenaar aan wie een verlof voorafgaand aan de pensionering wordt toegekend uit vrije wil aan zijn aanspraken op verdere bevorderingen verzaakt; Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie betoogt dat hij tot 1 oktober 2000 zijn rechten op bevordering had behouden en dat hij bovendien ook na 1 oktober 2000 zijn belang heeft behouden bij zijn annulatieberoep aangezien een gebeurlijke vernietiging “op nuttige wijze kan aangewend worden bij een eventuele burgerlijke vordering”; IX-1801-2/4 Overwegende dat het belang van verzoeker moet blijven voortbestaan tot aan de uitspraak over zijn beroep; dat verzoeker sinds 1 oktober 2000 niet meer voor een bevordering in aanmerking komt zodat hij uit de gebeurlijke vernietiging van het bestreden besluit niet langer het door hem nagestreefde voordeel kan halen om zich kandidaat te stellen voor bevordering; dat het voordeel dat verzoeker thans nog nastreeft, niet verder reikt dan het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing om desgevallend op grond van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter beter te kunnen ondersteunen; dat dergelijk belang geen belang is dat verbonden is aan de nietigverklaring van de bestreden beslissing of aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren; dat een dusdanig belang een onrechtstreeks belang is; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-1801-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1801-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.521 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.