id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.557 Rolnummer: A. 133361/VII-35372 Zaak: Arrest 152557 - - 12/12/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-12-20 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 06:30 Fiche Arrest nr 152.557 van 12 december 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 152.557 van 12 december 2005 in de zaak A. 133.361/XIV-13.
- In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat M.-C.WARLOP, kantoor houdende te 1200 BRUSSEL Slegerslaan 167 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Palestijnse nationaliteit, op 20 februari 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 21 januari 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 31 december 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 3 maart 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het voorlopig advies opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 7, §2 van het hoger genoemde koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit voorlopig advies aan de partijen; XIV-13.928-1/3 Gelet op de beschikking van 15 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2005; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HINNEKENS, die loco advocaat M.-C. WARLOP verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché D. HANOULLE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift stelt dat; “Attendu qu’il ressort à suffisance de l’exposé des faits et des moyens que l’exécution immédiate de la décision contestée conduirait à la mise en péril de son intégrité physique, risquerait de compromettre gravement la vie et la liberté de Monsieur XXX Qu’il existe une réelle incertitude quant au sort qui lui serait réservé en cas d’expulsion vers son pays: menaces de mort de la part de 'Asbar Al Ansar'; Que dès lors, renvoyer Monsieur XXX s’apparenterait à un traitement inhumain et dégradant et violerait les article 33 de la Convention de Genève et 3 de la Convention Européenne des Droits de l’Homme. Que le requérant invite par conséquent Votre Haute Juridiction à ordonner la suspension de l’exécution de la décision querellée.”; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij op 5 maart 2003 België definitief heeft verlaten met bestemming Beiroet; dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de verzoekende partij tracht te voorkomen met de huidige vordering zich derhalve reeds heeft voltrokken; dat deze vaststelling volstaat om de vordering als niet-ontvankelijk af te wijzen, BESLUIT: XIV-13.928-2/3 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf december tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-13.928-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.